Home

Achtergrond 552 x bekeken 2 reacties

Gewas steeds zwakker door de bescherming

Gewasbescherming gaat hand in hand met de teelt van monoculturen. De veredeling van land- en tuinbouwgewassen heeft de telers steeds afhankelijker gemaakt van beschermende chemische middelen. De weerbaarheid van de gewassen zelf is daardoor verminderd. Inmiddels is een omslag gaande naar nieuwe middelen en andere methoden.

Het idee dat chemie een oplossing kan zijn voor elke plaag en ziekte is achterhaald. Toch heeft in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw die gedachte postgevat bij Nederlandse boeren en tuinders. Ooit werd door producenten van bestrijdingsmiddelen het chemisch ploegen aanbevolen: alleen het spuiten van onkruidbestrijders was genoeg om de grond weer geschikt te maken voor een volgende teelt.

Sinds de mens gewassen is gaan telen, moet hij maatregelen nemen om schade door onkruiden, plagen of ziekten te voorkomen. De schoffel behoort tot de oudste werktuigen om schadelijk onkruid te verwijderen.

In het begin van de vorige eeuw werden schoolkinderen van school gehaald om de insecten weg te houden uit te gewassen. Ze liepen met een tussen hen in gespannen touwtje door het graan. Aan het eind van de akker keerden ze om. Het was een vroege vorm van insectenbestrijding, die inmiddels al lang vervangen is door de inzet van insecticiden.

Tussen de twee wereldoorlogen kwam de chemie op en sinds 1945 werden voor tal van plagen en ziekten bestrijdingsmiddelen ontwikkeld. Een van de beruchtste en bekendste is dichloordifenyltrichloorethaan, veel bekender onder de naam DDT. Sinds de jaren 70 is DDT het symbool van veel wat mis gegaan is met de gewasbescherming. Insecten werden resistent tegen DDT, de insectenbestrijder bleek zich overal op te hopen in het milieu – en wat erger was – de stof bleek op den duur ook schadelijk voor de volksgezondheid. DDT is in de westerse wereld verboden als bestrijdingsmiddel.

De afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen heeft de telers lui gemaakt, zegt de Wageningse hoogleraar Paul Struik (gewasfysiologie). Hij doelt met name op de aardappelteelt, waar de afhankelijkheid van middelen die de aardappelziekte phytophthora bestrijden wel heel groot is.

Bij diens afscheid als hoogleraar zei entomoloog Joop van Lenteren dat plaagbestrijding bijna geheel op chemie is gebaseerd en dat sindsdien alle kennis over ecologische bestrijding onbenut is gebleven. Bovendien ging alle aandacht uit naar die ongeveer 5.000 insectensoorten die plagen veroorzaken, terwijl er nauwelijks aandacht was voor die ongeveer 100.000 andere soorten. ”In plaats van te bestuderen waarom zo veel soorten geen plaag veroorzaakten, stopten we alle energie in de ontwikkeling van nieuwe bestrijdingsmiddelen. De chemische industrie overschatte bewust de rol van insecten bij oogstverliezen en minimaliseerde de rol van alternatieve plaagbeheersing.”

Struik schetst de gevolgen van die houding: ”We zijn lui geworden in de veredeling, omdat we de middelen hadden. Grote aardappelrassen als Bintje in Nederland, maar ook Russet Burbank in de Verenigde Staten konden we alleen maar telen omdat we de middelen hadden die phytoph­thora konden bestrijden. Pas toen er resistentie optrad tegen de chemicaliën, realiseerden we ons dat we het anders moesten aanpakken.”

In de jaren 60 ontstond de gedachte dat grondbewerking niet meer nodig zou zijn om onkruid te bestrijden, want we hadden de chemie. ”We belandden in de situatie dat we te vatbare gewassen maakten. Er ontstond resistentie in de onkruidpopulaties, bijvoorbeeld resistentie bij mais­onkruiden. Daardoor moesten steeds zwaardere middelen worden gebruikt en zo kwamen we van de regen in de drup. Of eigenlijk: van de drup in de regen.

Bij de phytophthorabestrijding in de aardappelteelt zagen we hetzelfde. Ook daar ontwikkelenden zich steeds virulentere stammen.”

De ontwikkeling van nieuwe gewasbeschermingsmiddelen ging hand in hand met een enorme stijging van de opbrengsten. ”Maar we zijn wel ver doorgeschoten”, zegt Struik.

Chemie is al lang niet meer alleen zaligmakend. De spuitapparatuur is sterk verbeterd, waardoor de gebruikte middelen in lagere doseringen en preciezer kunnen worden toegepast. En de middelen worden ook steeds verder ontwikkeld.

”Desondanks is er nog steeds sprake van overschrijding van milieunormen. We vinden te hoge concentraties bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater. Het besef dat het anders moet, is echter inmiddels hier wel doorgedrongen.”

In andere regio’s is dat anders. Belangrijke congressen over de rijstteelt in Azië worden nog steeds voornamelijk gesponsord door producenten van bestrijdingsmiddelen, ziet Struik. ”Als ik in Vietnam door de rijstvelden loop, stap ik van de ene lege verpakking van bestrijdingsmiddelen naar de andere. Daarmee vergeleken hebben we in Nederland te maken met een luxe situatie.”

Er is onmetelijk veel geld gestoken in de ontwikkeling van gewasbeschermingsmiddelen. Achteraf gezien was het misschien beter geweest dat geld in elk geval voor een deel in te zetten voor de ontwikkeling van resistente gewassen, denkt Struik. Inmiddels is die weg ingezet.

De overgang van chemische middelen naar het gebruik van natuurlijke bestrijdingsmiddelen kan heel snel gaan. Van Lenteren geeft in zijn afscheidsrede het voorbeeld van de paprikateelt in Spanje, die net als onlangs nog een paar jaar geleden in een zeer kwaad daglicht kwam door het excessieve gebruik van illegale bestrijdingsmiddelen.

Als gevolg van de maatschappelijke verontwaardiging en de door de sector gevoelde druk, werd in heel korte tijd de omslag gemaakt naar de biologische bestrijding van trips door de inzet van roofmijten.

Binnen de kortste keren werd in 95 procent van de 7.000 hectare paprikakassen in Almeria de roofmijt ingezet, hetgeen volgens Van Lenteren de redding was van de lokale glastuinbouw. Belangrijk positief bij-effect van de affaire was dat veranderde algemene houding tegenover biologische bestrijding.

De schoffel


Ergens in de negentiende eeuw moet een inwoner van het Friese Sneek deze hak of schoffel gebruikt hebben bij de bewerking van het land. Het exemplaar kwam in 1979 aan de oppervlakte bij werkzaamheden aan de Prins Hendrikkade in Sneek. De schoffel behoort tot de collectie van het Fries Scheepvaartmuseum.

Het in Sneek gevonden exemplaar is waarschijnlijk gebruikt in de periode tussen 1800 en 1900. Maar het gebruik van schoffels dateert al van ver voor de christelijke jaartelling.

Schoffels zijn er in allerlei maten en soorten. Het is een van de eerste werktuigen die zijn ingezet om geteelde gewassen te vrijwaren van concurrerende onkruiden. Mechanische bestrijding van onkruid was tot de Tweede Wereldoorlog eigenlijk het enige middel en de schoffel speelde daarbij een belangrijke rol, ook nog in de jaren na de oorlog.

De schoffel is inmiddels aan een revival bezig. Werktuigfabrikanten ontwikkelen schoffels die met trekkers worden aangedreven en die nauwkeurig tussen de gewassen door werken.



Cornelis Jan Briejèr, de aangever van Rachel Carson


Hoewel Cornelis Jan Briejèr (1901-1986) in Nederland zeker niet beschouwd wordt als een hervormer in de gewasbescherming, heeft hij daar indirect toch een rol in gespeeld. Briejèr was een van de informanten van de Amerikaanse schrijfster en bioloog Rachel Carson, wier boek Silent Spring in 1962 leidde tot een omslag in het denken over het gebruik van chemische middelen.

Briejèr kreeg in 1948 de leiding over de Plantenziektenkundige Dienst (PD). In 1956 hield hij een voordracht over resistentie tegen DDT bij insecten. Een samenvatting van de voordracht kwam in handen van de Amerikaanse schrijfster, die per brief contact opnam met Briejèr.

De directeur van de Plantenziektenkundige dienst voorzag de schrijfster uitgebreid van informatie en hielp daarmee via een omweg een omslag in het bestrijdingsmiddelenbeleid te bewerkstellingen. Maar als lid van een werkgroep in Nederland nam hij in de jaren 50 nauwelijks initiatief. Zijn boek Zilveren Sluiers (1967) kwam als mosterd na de maaltijd, vijf jaar na het werk van Rachel Carson die hij adoreerde.

Briejèr gaf in het boek af op de Nederlandse ambtenarij, waar hij jarenlang zelf deel van had uitgemaakt. De toenmalig minister benoemde hem tot adviseur, maar in feite kreeg de vertrokken ambtenaar de gelegeheid zijn boek te schrijven op de typemachine die hij bij zijn afscheid van de medewerkers van de PD kreeg.



Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Het is jammer, dat het ontwikkelen van betere landbouw methoden waarbij de chemie wordt terug gedrongen, veel tijd en geld kosten. Deze investering is moeilijk terug te verdienen, investeringen in chemische methoden zijn simpeler terug te halen via verkoop van gewasbeschermingsmiddelen. Maar wie betaalt het onderzoek en de implementatie van >milieu sparende technologiën

  • no-profile-image

    Gijs Bob

    Gebruik gewoon insecten tegen andere insecen, dat is veel handiger!!!!!

Of registreer je om te kunnen reageren.