Home

Achtergrond 2280 x bekeken 1 reactie

Genomic selection: sneller fokken op meer kenmerken

Genomic selection versnelt de fokkerij. Maar de wetenschap is nog niet zover dat alle erfelijke eigenschappen van fokdieren kunnen worden afgelezen van de genenkaart. Het blijft nodig ook op andere manieren fokwarden vast te leggen, zegt onderzoeker Sander de Roos.

Wat tien jaar geleden nog als toekomstmuziek werd beschouwd, is inmiddels dagelijkse praktijk. Aan de hand van de analyse van het erfelijk materiaal uit een haarmonster van een stierkalf weten we van een twee weken oud kalf al of het een toekomst kan hebben in de fokkerij of niet.

Sander de Roos, hoofd Breeding & Support van de internationale fokkerij-onderneming CRV heeft de afgelopen jaren gekeken naar de mogelijkheden van genomic selection – de selectie van fokdieren op basis van kenmerken in het genetisch materiaal. De Roos promoveert volgende week vrijdag op zijn proefschrift Genomic Selection in Dairy Cattle.

De Roos heeft aangetoond dat wat al voorspeld was, ook blijkt te werken. Eigenlijk was dat voor hem geen verrassing, maar het was wel een moment dat hij heeft gemarkeerd.
Genomic selection geeft fokkerijorganisaties een extra instrument dat de fokkerij kan versnellen. Maar het blijft nog steeds nodig daarnaast de feitelijke kenmerken van nakomelingen van koeien en stieren te beoordelen en waarderen.

Bij genomic selection wordt gekeken naar die plekken op de genenkaart (merkers), waar dieren van elkaar verschillen. De Roos keek naar een kleine 40.000 merkers bij 4.359 Holstein-stieren en koppelde die aan de fokwaarden van die stieren. Daardoor kon hij vervolgens op basis van de merkers van een jong kalf een betrouwbare voorspelling doen over de toekomstige prestaties van dat dier.

Die betrouwbaarheid is – afhankelijk van de eigenschap – inmiddels opgelopen tot ongeveer 65 procent. En dat is genoeg om nu al in de eerste twee levensweken van een kalf te kunnen besluiten of het dier kans krijgt om te worden ingezet als proefstier of niet.

Met de inzet van genomic selection kan op die manier het aantal stieren dat op nakomelingen wordt onderzocht sterk worden verminderd. Dat vermindert de kosten van de fokkerij.

Het onderzoek is in de loop van de tijd uitgebreid met gegevens uit Australië en Nieuw-Zeeland. Daarmee kwamen ook data van andere rassen in het onderzoek. Wat De Roos opmerkte is dat het mogelijk is ook fokwaarden in te schatten op basis van merkergegevens van dieren uit verschillende rassen. Je moet dan wel naar meer merkers kijken, omdat er tussen rassen nu eenmaal verschillen zijn.

”Vooraf dachten we dat het bij voorbeeld moeilijk zou zijn de melkproductie van Holsteins en Jerseys te vergelijken op basis van merkers, maar het lijkt toch mogelijk.”
Een andere opvallende bevinding was dat genomic selection geen oplossing is voor het ontstaan van een inteeltprobleem. ”Per generatie is er geen inteelttoename, maar omdat je de generatie-interval verkort gaat het per jaar wel sneller, als je daar geen aandacht voor hebt.”

Genomic selection kan ook worden toegepast voor eigenschappen waarvoor nu nog geen fokwaarden zijn vastgesteld. Maar daarvoor moet eerst wel van grote groepen dieren waarvan de genenkaart bekend is worden vastgesteld hoe zij presteren op die eigenschappen. Dat beperkt zich niet tot alleen stieren. Van vaarskalveren kan een voorspelling worden gegeven over de bijvoorbeeld toekomstige melkproductie, de aanleg voor klauwproblemen of mastitis.

De Roos verwacht dat in de komende jaren van heel veel dieren merkerinformatie beschikbaar komt en dat het aantal merkers dat per dier wordt gemeten wel kan toenemen tot meer dan driekwart miljoen.

Onderzoek in Australië
Sander de Roos (1975) promoveert op 21 januari bij hoogleraar Johan van Arendonk (Fokkerij en Genetica) van Wageningen Universiteit. Hij deed zijn promotieonderzoek in dienst van Rundveeverbeteringsorganisatie CRV, waar hij sinds 1998 werkt. Hij begon met zijn promotieonderzoek in 2006.
Zijn onderzoek borduurt voort op het werk van de Nederlander Theo Meuwissen en de Australiërs Mike Goddard en Ben Hayes, die stelden dat het mogelijk zou moeten zijn op basis van DNA-merkers voorspellingen te doen over de fokwaarden van stieren.
De Roos werkte op het Department of Primary Industries Victoria in Melbourne samen met Hayes en Goddard, onder meer om de gegevens van andere runderrassen bij het onderzoek te betrekken.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Met genomic selection ga je over van meten is weten naar fokken is gokken.

Of registreer je om te kunnen reageren.