Home

Achtergrond 370 x bekeken

Duitsland vertwijfeld op zoek naar oorzaken van dioxineschandaal

De intensieve veehouderij in Duitsland zit met de handen in het haar, de mengvoerindustrie wast de handen in onschuld en de politici kondigen aan dat er onvoorwaardelijk consequenties zullen worden getrokken.

Het dioxine-schandaal houdt de de gehele Bondsrepubliek in zijn ban. De affaire beheerst ook de massamedia.

Het eind is nog niet in zicht. Veel hangt af van het tempo waarmee de laboratoria de tests van vlees en eieren kunnen uitvoeren. En belangrijker nog: de vraag wat die tests opleveren. Zolang daar, zoals afgelopen dinsdag, uit kan komen dat de producten normoverschrijdende waarden laten zien, neemt de aandacht alleen nog maar toe. Dat is niet goed voor de sector.

De grote vraag is, hoe het zover kon komen, want het is verre van de eerste keer dat dioxineschandalen de Duitsers doen opschrikken. Evenmin is het de eerste keer dat de politici eisen dat er consequenties worden getrokken.

De Nederlandse varkenshouder Harry van Gennip, al vele jaren met een megabedrijf actief in Saksen-Anhalt, gelooft daarom niet dat dit dioxineschandaal definitief het laatste zal zijn. In tegendeel, hoewel hij bij de huidige affaire in ieder geval de dans ontspringt. Zijn bedrijf met 65.000 varkens in Sandbeiendorf mengt het voer zelf en vetten van de gewraakte leverancier Harles & Jentzsch heeft hij nooit gehad. ”Schandalen zullen er altijd blijven,” gelooft van Gennip. ”Niet iedereen is zich bewust van de risico’s op vervuiling met dioxine. Dat kan al gauw gebeuren door onachtzaamheid. Er zullen waarschijnlijk maar weinigen zijn, die de zaak bewust willen verzieken.”

Of Harles & Jenztsch dat wel heeft gedaan? Van Gennip houdt zich wijselijk op de vlakte. Vast staat niettemin dat justitie en voedselveiligheidsdiensten tot dusver de hele verantwoordelijkheid voor de misère bij deze vetleverancier plaatsen. Tot op ministersniveau bestaat er geen enkele twijfel. ”Hier zijn criminele krachten aan het werk geweest,” zo heette het al snel.

Harles & Jenztsch is gevestigd in Sleeswijk-Holstein. Een woordvoerder van het landbouwministerie van deze deelstaat heeft bevestigd dat het bedrijf al in maart vorig jaar dioxinebelaste vetten in omloop bracht in de mengvoerindustrie. In maart, mei en september zijn in Sleeswijk-Holstein proeven genomen, waarvan de resultaten sterke dioxineverontreiniging lieten zien. Pas op basis van proeven in december werden echter maatregelen genomen. Dat was vlak voor de kerstdagen.
Na de jaarwisseling werd de omvang van de affaire echter goed duidelijk, met als dieptepunt eind vorige week, toen plotseling het aantal gesloten boerenbedrijven naar 4.700 opliep. Harles & Jentzsch zou de controleurs aanvankelijk hebben weten te misleiden door aan te geven dat de verontreinigde vetten niet voor de veevoerproductie waren bestemd. Daarbij werd gebruik gemaakt van een dochterbedrijf in Bösel in Nedersaksen. Dit bedrijf is geen veevoerbedrijf en werd daarom ook niet gecontroleerd door de voedselveiligheidsinspecteurs. Een strafzaak lijkt tegen deze achtergrond voor de aanklagers geen problemen te zullen opleveren. Ondertussen heeft Harles & Jentzsch surseance van betaling aangevraagd. Gezien de dreiging met schadeclaims van ver boven de 100 miljoen euro is dat geen wonder.

De vraag waarom niet eerder werd ingegrepen is daarmee echter op dit moment nog niet beantwoord. De roep vanuit politiek en sector om een verbetering van de controle is des te luider. Landbouwminister Ilse Aigner heeft deze week alvast een hele waslijst van nieuwe maatregelen opgesteld. Ze zijn nog niet ten uitvoer gebracht, maar als het aan haar ligt worden onder meer de straffen op gesjoemel met de voedselveiligheid aanzienlijk verscherpt. Verder moet onder andere de dioxine-monitoring worden geïntensiveerd en vergunningen aan veevoerfabrikanten zullen moeilijker te krijgen zijn.

Niet iedereen gelooft in dat soort maatregelen. ”We hebben geen nog scherpere wetten nodig, maar we moeten ervoor zorgen dat de wetten die we hebben ook worden nageleefd,” zegt boerenbondstopmam Rainer Tietböhl in de deelstaat Meckelenburg-Voorpommeren.

Landbouwfederatie DBV vertolkte dat standpunt al eerder. Van Gennip vindt het ook. ”Op zich zit het systeem ook nu al goed in elkaar. Daar ligt het probleem niet.” Tietböhl ergert zich er met name aan, dat de veroorzakers van het schandaal ”nog steeds vrij rondlopen”. Anderen geven de schuld voor de misère aan de massaliteit en de industrialisering van de landbouwdierenhouderij, wat uiteindelijk weer veroorzaakt is door de roep van de consument naar zo goedkoop mogelijk voedsel. Als de consument in de supermarkt een keus moet maken is immers bijna altijd de prijs de doorslaggevende factor, zo luidt het verwijt van een organisatie als de Arbeitsgemeinschaft bäuerlicher Landwirtschaft (AbL). Ook de altijd strijdvaardige melkveehoudersorganisatie BDM zit op die lijn met haar commentaar. ”De voortdurende prijsdruk en een steeds sterkere concentratie in de voedingsindustrie zorgen telkens weer voor levensmiddelenschandalen van grote omvang.” Dat juist biologische eieren in het recente verleden maar al te vaak te hoge dioxinegehaltes bevatten wordt daarbij even vergeten. ”Hygiëne en voedselveiligheid zijn niet afhankelijk van de grootte van de bedrijven,” stelt onder andere ook Tietböhl.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.