Home

Achtergrond 1845 x bekeken

WOZ-waarde terecht gebaseerd op verkochte percelen landbouwgrond

De WOZ-waarde is terecht gebaseerd op de verkoopprijs van de percelen landbouwgrond.

De rechtbank ’s-Gravenhage oordeelt dat de gemeente bij het bepalen van de WOZ-waarde een goed uitgangspunt heeft gehanteerd.

Kort samengevat is de uitspraak van rechtbank Den Haag de volgende:

Eiseres, X, verkoopt in 2005 percelen grond met een totale oppervlakte van ongeveer 34.724 m² aan de grondbank voor € 4.500.000. Een oppervlakte van ongeveer 21.562 m² is in gebruik als ondergrond en erf van een door X uitgeoefend landbouwbedrijf. Na de levering in 2008 blijft X de onroerende zaak gebruiken (hij is hiertoe ook gerechtigd). De gemeente stelt de WOZ-waarde 2009 vast op € 4.479.000. De heffingsgrondslag voor de gebruikersbelasting OZB wordt vastgesteld op € 1.814.000, te weten de WOZ-waarde minus de waarde van de gronden die vallen onder de cultuurgrondvrijstelling. In beroep stelt X dat de WOZ-waarde niet kan worden vastgesteld op basis van de verkoopprijs van € 4.500.000 omdat deze een vergoeding van (omvangrijke) inkomensschade en bijkomende kosten omvat. Verder is X van mening dat zij voor de "extra grond" niet kan worden aangeslagen in de OZB omdat zij die grond niet gebruikt.

Rechtbank ’s-Gravenhage oordeelt dat de gemeente bij het bepalen van de WOZ-waarde terecht aansluiting heeft gezocht bij de verkoopprijs. De rechtbank overweegt dat de grondbank de percelen heeft verworven voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein en dat daarom kan worden aangenomen dat de onroerende zaak ten tijde van de levering een waarde in het economische verkeer had die beduidend hoger is dan de waarde in het economische verkeer bij agrarische bestemming. Omdat X niet aannemelijk maakt dat en voor welke bedragen in de verkoopprijs schadevergoedingen zijn begrepen, heeft de gemeente de WOZ-waarde terecht gebaseerd op de verkoopprijs. Wat betreft de heffingsmaatstaf voor de OZB oordeelt de rechtbank dat er binnen het wettelijke stelsel geen ruimte is om, indien een belastingplichtige een onroerende zaak slechts voor een deel feitelijk gebruikt, het ongebruikte gedeelte buiten de heffing van de gebruikersbelasting te laten. Het beroep van X is ongegrond

Meer informatie:
Rechtbank 's-Gravenhage, EK, 13 juli 2010, nr. AWB 09/8516

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.