Home

Achtergrond 207 x bekeken

Verlies op lening van ouders aan onderneming kind aftrekbaar

De waardeloos geworden lening van ouders aan de onderneming van een kind is aftrekbaar van het inkomen.

Er is volgens de rechtbank Arnhem sprake van een lening met onzakelijke voorwaarden. Daardoor wordt de lening aangemerkt als een ongebruikelijke terbeschikkingstelling.

Kort samengevat is de uitspraak van de rechtbank Arnhem de volgende:

Belanghebbende heeft in 2001 geldleningen verstrekt aan B vof. Een zoon van belanghebbende (C) is vennoot in deze vof. In 2003 is de vof ontbonden en is de onderneming door zoon C voortgezet als eenmanszaak. In 2003 heeft belanghebbende een geldlening verstrekt aan zoon C en diens echtgenote. In 2006 heeft zoon C de onderneming beëindigd en is de zoon toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Tussen partijen is in geschil of de in 2001 en 2003 verstrekte leningen moeten worden aangemerkt als in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstellingen, als bedoeld in art. 3.91, lid 3, Wet IB 2001.

Rechtbank Arnhem oordeelt dat de in 2001 verstrekte leningen aan (de onderneming) van de zoon C moeten worden aangemerkt als ongebruikelijke terbeschikkingstellingen. Daarbij acht de rechtbank van belang dat voor de leningen geen andere vorm van zekerheid is gesteld dan dat geen andere leningen worden aangegaan dan wel dat geen eigendommen worden vervreemd. Volgens de rechtbank is sprake van onzakelijk overeengekomen voorwaarden. Voorts oordeelt de rechtbank dat niet is gebleken dat de in 2003 verstrekte lening aan de onderneming van de zoon ter beschikking is gesteld, zodat geen sprake is van een terbeschikkingstelling in de zin van art. 3.91 Wet IB 2001. Het beroep wordt vervolgens gegrond verklaard.

Meer informatie:
Rechtbank Arnhem 27 oktober 2009, 08/00965, LJN BK6854

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.