Home

Achtergrond 382 x bekeken

Terbeschikkingstelling landbouwgrond kan niet met terugwerkende kracht eindigen

Het gerechtshof Amsterdam oordeelt in hoger beroep dat de feitelijke terbeschikkingstelling van landbouwgrond niet ongedaan wordt gemaakt door de latere ontbinding van het (pacht)contract.

De belaste waardesprong van waarde verpacht naar waarde vrij vindt in een later jaar plaats.

Kort samengevat is de uitspraak van Hof Amsterdam de volgende:

De heer X is directeur en 90% aandeelhouder van X Beheer bv. De overige 10% van de aandelen zijn in bezit van de vader van X. X Beheer bv bezit alle aandelen in Y bv. Deze bv houdt zich bezig met handel in vee, vlees en aanverwante producten. X heeft grond in eigendom die hij middels pacht ter beschikking stelt aan Y bv. Begin 2002 beëindigen X en zijn vader de handel in schapen binnen Y bv. In geschil is de aan X opgelegde ib/pvv-navorderingsaanslag over 2001 vanwege het beëindigen van de terbeschikkingstelling.

Rechtbank Haarlem oordeelt dat de aanslag over 2001 niet terecht is, omdat de terbeschikkingstelling niet in 2001 is geëindigd. Het maakt niet uit dat de pachtovereenkomsten in 2002 en 2005 met terugwerkende kracht per 31 december 2001 zijn ontbonden. Feitelijk stond de grond op deze datum namelijk nog ter beschikking aan Y bv. De inspecteur gaat in hoger beroep.

Hof Amsterdam oordeelt dat de feitelijke terbeschikkingstelling aan Y bv per ultimo 2001 en gedurende het begin van 2002 niet ongedaan wordt gemaakt door de latere ontbinding. Ook het met terugwerkende kracht aangaan van een pachtovereenkomst met de vader heeft in deze geen effect. Het maakt voorts niet uit dat in 2002 geen vergoeding van Y bv is ontvangen. Er is dus geen in 2001 te belasten waardesprong van verpachte naar vrije staat. Het beroep van de inspecteur is ongegrond.

Meer informatie:
Hof Amsterdam 24 juni 2010, nummer 08/00541, LJN BN2551

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.