Home

Achtergrond 424 x bekeken

'Tankmelkcelgetal toont Mastitis niet goed aan'

De huidige maatstaven voor de uiergezondheid op bedrijfsniveau voldoen niet meer aan de eisen binnen de moderne melkveehouderij.

Dit concludeert dierenarts Jan Lievaart. Lievaart is momenteel lector aan de Charles Sturt Universiteit in Australië. Hij hoopt begin september te promoveren aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Hij constateert met name dat het tankmelkcelgetal geen goede indicator (meer) is om managementbeslissingen te nemen op het gebied van uiergezondheid. Dat komt doordat er in de praktijk grote verschillen blijken te bestaan tussen dat tankmelkcelgetal en het gemiddelde celgetal van alle lacterende dieren.
Het tankmelkcelgetal is volgens hem geen goede maatstaf om subklinische mastitis op tijd te ontdekken. Het versluiert het probleem en is onvoldoende precies. Op sommige bedrijven kan het tankcelgetal en gemiddelde celgetal van alle melkgevende dieren onderling tot wel 40 procent van elkaar verschillen. Beter is volgens hem om daarom uit te gaan van het gemiddelde koppelcelgetal. Dat is moeilijker vast te stellen, maar dat getal is volgens Lievaart ook te gebruiken voor andere doelen.

Zo stelt hij vast dat het mogelijk is om met behulp van informatie over bedrijfsspecifieke managementvariabelen, koppelkarakteristieken en seizoensinvloeden, het gemiddelde koppelcelgetal van de volgende maand in ruim 80 procent te kunnen voorspellen. Niet voor 100 procent, maar wel binnen een relatief kleine foutmarge.

Lievaart stelde verder vast dat de bijdragen van managementvariabelen, koppelkarakteristieken en seizoensinvloeden tussen de niveaus van het gemiddeld koppelcelgetal op melkveebedrijven kunnen verschillen. Dit betekent dat, wanneer bij de advisering door dierenartsen veranderingen in management worden voorgesteld, het niveau van het gemiddelde koppelcelgetal van alle koeien moet worden meegenomen in de beslissing daarover.

Of registreer je om te kunnen reageren.