Home

Achtergrond 120 x bekeken

Onjuist aangegeven lijfrente. Toch geen boete!

Een directeur van een basisschool komt met de schrik vrij. Hij hoeft geen boete te betalen ondanks het feit dat hij een verkeerde aangifte heeft ingediend.

Kort samengevat is de uitspraak van Hof Leeuwarden de volgende:

Een directeur van een basisschool had in de jaren na 1993 steeds zelf -zonder tussenkomst van een gemachtigde- aangifte inkomstenbelasting gedaan en bedragen aan lijfrentepremies in aftrek gebracht. In mei 2003 liet hij een lijfrenteverzekering tussentijds afkopen. Dat leidde tot een uitkering van € 24.191. In verband daarmee was enkele malen telefonisch contact geweest met de verzekeringsmaatschappij. Bij brief van 5 juni 2003 had de verzekeringmaatschappij de man verder nog geïnformeerd over de afkoop en betaling van de lijfrenteverzekering. In de brief was onder meer aangegeven dat de verzekeringsmaatschappij de belastingdienst over de uitkering zal inlichten. In juli 2003 was de afkoop voor de inspecteur raadpleegbaar in het “Renseignementen Informatie Systeem”.

In zijn aangifte over 2003 had de man het (op 31 december 2003 resterende) bedrag van de uitkering opgenomen in de rendementsgrondslag van box 3. In november 2004 legde de inspecteur de aanslag inkomstenbelasting op voor het jaar 2003. Naderhand ontdekte de inspecteur dat de lijfrenteverzekering was afgekocht en legde een navorderingsaanslag op met € 3.566 aan boete en € 1.622 aan heffingsrente. De inspecteur erkende dat geen sprake was van een nieuw feit, maar stelde dat sprake was van kwade trouw. De zaak kwam voor Rechtbank Leeuwarden die het beroep van de man gegrond verklaarde en de boete vernietigde. De inspecteur ging in hoger beroep bij Hof Leeuwarden.

Het hof vond dat de inspecteur niet in zijn bewijslast was geslaagd om aannemelijk te maken dat sprake was van kwade trouw. De man stelde dat de verzekeringsmaatschappij in gebreke was gebleven in het verstrekken van duidelijke informatie en dat niet telefonisch was medegedeeld dat de afkoopsom progressief belast zou zijn. Hem zou slechts zijn medegedeeld dat de afkoopsom aan de belastingdienst zou worden doorgegeven.

De inspecteur verzocht het hof de medewerker van de verzekeringsmaatschappij als getuige te horen. Het hof zag daarvan echter af. Ook al zou het zo zijn geweest dat de medewerker in mei 2003 zou hebben gezegd dat de afkoopsom progressief belast zou zijn, dan leidt dit dan nog niet tot de conclusie dat de man de inspecteur opzettelijk de juiste inlichtingen had willen onthouden door de afkoopsom in box 3 op te nemen in plaats van in box 1.

De omstandigheden dat de man directeur was van een basisschool, goed cijfermatig was onderlegd, bekend was met de fiscale terminologie en in voorgaande jaren steeds zonder hulp van een gemachtigde aangifte had gedaan, waren naar het oordeel van het hof elk voor zich en/of in onderling verband bezien onvoldoende om kwade trouw aan te nemen. Op basis van de indruk die het hof van de man op de zitting had gekregen, achtte het hof aannemelijk dat de man werkelijk had gemeend, dat de uitkering in box 3 zou worden belast en niet in box 1.

Het hof bevestigde daarop de uitspraak van Rechtbank Leeuwarden.

Bron: Hof Leeuwarden, 15 juli 2010, nummer 146/08

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.