Home

Achtergrond 105 x bekeken

Gouden handdruk ex-werknemer aftrekbaar?

De minister van financiën heeft zijn eerder ingediende cassatieberoep gemotiveerd. Hij heeft cassatie ingesteld tegen de uitspraak waarin het hof oordeelde dat aan de ontslagen werknemer - van een gestaakt tuinbouwbedrijf - betaalde gouden handdruk, niet samenhangt met de vrijgestelde landbouwwinst. Met andere woorden: volgens het Hof is de gouden handdruk aftrekbaar en volgens de minister niet. De Hoge Raad zal het uiteindelijke oordeel moeten vellen.

Kort samengevat is de aan de Hoge Raad voorgelegde casus de volgende:

B verkoopt zijn tuinbouwbedrijf, bestaande uit grond en opstallen en betaalt een gouden handdruk aan de werknemer die vanwege de staking moest worden ontslagen. In geschil is of deze gouden handdruk voor een deel moet worden toegerekend aan dat gedeelte van de stakingswinst dat onder de landbouwvrijstelling valt. En daardoor op het vrij te stellen bedrag in mindering moet worden gebracht.

Volgens de rechtbank is de gouden handdruk onmiskenbaar een negatief bestanddeel van de directe opbrengstwaarde van het bedrijf als geheel, maar niet van de directe opbrengstwaarde van de grond. De gouden handdruk vertegenwoordigt geen waardeverandering van de grond en moet daarom bij de bepaling van het bedrag van de landbouwvrijstelling buiten beschouwing worden gelaten.

Op het hoger beroep van de inspecteur oordeelt het hof in gelijke zin. Als direct gevolg van de staking heeft B de arbeidsovereenkomst met de werknemer beëindigd en heeft hij in dat kader een beëindigingsvergoeding toegezegd. Aldus hangt die vergoeding niet samen met de vrijgestelde landbouwwinst, maar bestaat een rechtstreeks verband tussen de beëindigingsvergoeding en de staking van de onderneming. Voor een evenredige toerekening als door de inspecteur bepleit, is dan ook geen plaats.

In zijn cassatieberoepschrift stelt de minister het hofoordeel onbegrijpelijk te achten. Uit de vaststaande feiten kan slechts de conclusie worden getrokken dat de betaling van de gouden handdruk onlosmakelijk verbonden is aan het staken van de onderneming. Ook volgt uit de feiten dat de verkoop van de landbouwgrond niet losstaat van de staking van de onderneming, maar daar een onlosmakelijk onderdeel van uitmaakt. Het is immers het meest essentiële bedrijfsmiddel van de onderneming.

De minister is dan ook van mening dat de gouden handdruk niet specifiek is toe te rekenen aan een bepaald vermogensbestanddeel. Wel is het zo dat deze betaling onlosmakelijk verbonden is met de staking van de onderneming. Deze kosten moeten naar evenredigheid in mindering worden gebracht op verschillende bestanddelen van de stakingswinst, waaronder de vrijgestelde winst die is behaald met de verkoop van de landbouwgrond.

Lopende procedure Hoge Raad, nummer 2010/02317

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.