Home

Achtergrond 194 x bekeken

‘Brabantse agro-foodsector te bescheiden’

Om Noord-Brabantse bedrijven toekomstperspectief te geven is een omslag nodig in de afzet van voedsel. Dat is de overtuiging van Jac Warmerdam, directeur van de groene ontwikkelingsmaatschappij Agro & Co.

Warmerdam ziet kansen om regionale producten professioneel af te zetten in het retailkanaal en in de foodservice. Hij vindt dat de Brabantse agro-foodsector meer erkenning verdient.
Agro & Co heeft als doelstelling de economische vernieuwing van de agrarische sector en het Brabantse platteland te ondersteunen. Het bedrijf, eigendom van ZLTO, de Brabantse Rabobanken en de provincie Noord-Brabant, helpt ondernemers bij het uitvoeren van ideeën en heeft zelf financiële middelen om te investeren. Per jaar krijgen 100 tot 150 ondernemers advies en worden eigen initiatieven ontplooid. Agro & Co is nauw betrokken bij tientallen initiatieven, waaronder Gijs, een landelijk merk van streekproducten in de supermarkt.

Is dat niet tegenstrijdig? Een streekproduct uit de andere kant van Nederland in een Brabantse supermarkt?
„Voor ons is kenmerkend voor een streekproduct dat het een eerlijk product is dat uit een bepaalde streek komt. Dat betekent eisen aan de productie en ook herkenbaarheid van de afkomst. Daarnaast zijn smaak en kwaliteit essentieel. Dankzij Gijs liggen Brabantse streekproducten nu ook bij de Plus in Groningen.”

Waarom gelooft u eigenlijk in streekproducten?
„Nederland kent geen traditie met streekproducten. In ons omringende landen is dat heel anders. Ik constateer een toenemende interesse in ‘real food’: voedsel van een goede kwaliteit, gezond, beter voor de omgeving en vooral ook goed voor de producent. Onder real food rekenen wij streekproducten, maar ook biologisch, slow food en (verse) kwaliteitsproducten die duurzaam zijn geproduceerd. De potentie in Nederland schatten we op 20 procent van de foodomzet. Dat is €10 miljard. In de Verenigde Staten is het meer dan 25 procent. Elke vernieuwing is klein begonnen, het is de uitdaging om het uit te bouwen.”

Komt er vlees in het assortiment?
„Voor het segment vlees kijken we nu met varkenshouders naar de mogelijkheden om met Gijs of vergelijkbare concepten mee te doen. We brengen nu eerst de behoeften vanuit de markt in beeld. De potentie voor varkensvlees als real food-product schat ik op 20 procent.”

We hebben al verschillende keurmerken voor de varkenshouderij, zoals biologisch. Waar kan Gijs zich dan nog in onderscheiden?
„Biologisch is sterk ideologisch afgebakend, wij werken veel pragmatischer. Het draait vooral om de vraag van de consument en de productie daarop toe te snijden.”

En voor zuivel en AGF?
„Zuivel is lastig, die markt kent al een differentiatie, zoals weidemelk van Campina. Het is grandioos wat dat bedrijf doet aan het in de markt zetten van merken. Voor groente- en fruitspecialiteiten is een project samen met The Greenery helaas gestrand, maar ik zie wel mogelijkheden, vooral op versgebied. Er is nog een hele wereld te winnen om mooie producten van de boer in het schap van de winkel te krijgen. Als boer kun je dat niet alleen en heb je partijen nodig die toegang tot de markt hebben. Daar zijn wij voor.”

Hoe liggen de kansen voor Brabant op het gebied van real food?
„Heel goed. Het wordt wel eens onderschat, maar Brabant is dé brainport voor agro en food. We liggen logistiek perfect en alle schakels in de keten zijn in Brabant aanwezig. Vergeet niet dat acht agrofood-topbedrijven uit Brabant komen of er hun roots hebben. Denk aan Vion, Sligro en Jumbo. Brabant neemt een kwart van de totale Nederlandse agro-export voor zijn rekening.”

Maar toch missen boeren vaak waardering voor wat ze doen.
„De sector is zelf te bescheiden om te vertellen hoe goed ze het doet. Wie weet dat er jaarlijks in Veghel 1 miljard liter melk wordt verwerkt? Of dat de wereldmarktleider op het gebied van dierenvaccins uit Boxmeer komt? Wij zorgen ervoor dat de overheid zich bewust wordt van het belang van de agrofoodsector voor Brabant. We noemen de agrofoodsector niet voor niets een kroonjuweel van Brabant.”

Hoe krijgt u die boodschap bij de beleidsmakers in Den Bosch?
„De provincie stelt nu de Agenda voor Brabant op. Van de opbrengst van de verkoop van Essent wil de provincie €1miljard investeren in vernieuwing van Brabant. Gezien de wortels van de agrofoodsector in Brabant en het economisch belang vinden wij dat deze sector bovenaan moet komen staan. Een topcommissie van de provincie gaat met de agrofoodsector aan de slag.”

Waar liggen nog meer kansen voor deze sector in Brabant?
„Ik voorzie mogelijkheden voor de zogenoemde biobased economie, dus energie halen uit mest of nieuwe producten ontwikkelen uit reststromen. Brabant kent veel foodbedrijven met reststromen, dus is het logisch om die te benutten. Op het gebied van biogas hebben we vorig jaar het project Biogasbedrijf Brabant gestart. Daarmee willen we biogas op provinciale schaal gaan produceren op verschillende locaties. De start van de eerste vergister is voor volgend jaar voorzien.”

Welke boodschap zou u de politiek nog mee willen geven?
„In het ruimtelijke beleid moet vernieuwing mogelijk blijven. Daarvoor is experimenteerruimte nodig. Als we niets doen, is over tien jaar de helft van de Brabantse bedrijven gestopt. Het huidige model is niet houdbaar, daarom moeten we vernieuwen. Sommige roepen het beeld op dat we terug moeten naar de nostalgische landbouw, maar dat is niet realistisch. We moeten produceren wat de markt vraagt. Dat betekent per definitie veelschaligheid. De Noordwest-Eropese markt vraagt om duurzaam geproduceerde kwaliteitsproducten met hoge toegevoegde waarde. De overheid zou die ontwikkeling ruimtelijk en vanuit haar innovatiebeleid moeten ondersteunen.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.