Home

Achtergrond 211 x bekeken

Boekwinst op ondergrond woning is belast

De belastingheffing over de ondergrond van de agrarische bedrijfswoning blijft nieuwe jurisprudentie opleveren. Is de landbouwvrijstelling wel of niet van toepassing op de boekwinst op de ondergrond? Dat is de kern van de vraag die onlangs is voorgelegd aan het Hof Amsterdam.

Volgens het Hof is de vrijstelling in dit geval niet van toepassing. De Boekwinst op ondergrond woning is niet vrijgesteld omdat deze voortvloeit uit verkoop en levering aan de gemeente ten behoeve van industrieterrein. De eerdere verkoop aan een neef is ontbonden. Daarom komt het beroep op het wonen = wonen-beginsel niet aan de orde. Let op: het betreft in dit geval een zaak onder de “oude” landbouwvrijstelling van tot 27 juni 2000.

De essentie van de uitspraak van de Hof Amsterdam staat in de volgende alinea van het vonnis:

‘4.7. Het vorenoverwogene leidt ertoe dat voor de toepassing van artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 op de fiscale winstberekening van belanghebbende tot uitgangspunt dient te worden genomen dat belanghebbende de grond heeft verkocht aan de gemeente. De eerder gesloten verkoopovereenkomst met de neef is immers ontbonden en de levering ter zake waarvan belanghebbende winst op de grond heeft gerealiseerd, is slechts terug te voeren op de verkoopovereenkomst tussen belanghebbende en de gemeente. Dat ook de neef een zakelijk belang had bij die overeenkomst met de gemeente, doet hieraan niet af.

Voorzover de door belanghebbende behaalde verkoopopbrengst (“netto”, dat wil zeggen na aftrek van kosten, waaronder het aan de neef verschuldigde bedrag) hoger is dan de zogenoemde Wevab van de grond, is sprake van een voordeel ter zake van een waardeverandering van de grond die verband houdt met de omstandigheid dat de grond binnenkort buiten het kader van de uitoefening van een landbouwbedrijf zal worden aangewend. De hoogte van dit voordeel is tussen partijen niet in geschil. Het gelijk is aan de inspecteur. De overige stellingen van partijen behoeven geen behandeling.

Slotsom 4.8. De slotsom is dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.’

Meer informatie: LJN: BM3082, Gerechtshof Amsterdam, 22 april 2010 nummer 08/01173

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.