Home

Achtergrond 196 x bekeken

Wetsvoorstel flexibilisering BV-recht ingediend bij 2e kamer

De flex-bv is in aantocht. Minister Hirsch Ballin van Justitie heeft kort geleden het wetvoorstel Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht bij de Tweede Kamer ingediend.

Het wetsvoorstel vormt het sluitstuk bij een ander nog aanhangig wetsvoorstel Vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht.

Het oprichten van bv’s wordt hierdoor eenvoudiger, onder meer door de afschaffing van het vereiste gestorte minimumkapitaal van € 18.000. De flexibilisering heeft onder meer betrekking op de invoering van de mogelijkheid om winstrechtloze en stemrechtloze aandelen uit te geven. Hoewel het wetsvoorstel zelf geen betrekking heeft op fiscale bepalingen komen in de memorie van toelichting wel diverse fiscale aangelegenheden aan de orde. Deze hebben betrekking op de vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting, loonbelasting en overdrachtsbelasting. Hieronder worden de belangrijkste aanpassingen kort besproken.

Vennootschapsbelasting
- Bv’s blijven ook na inwerkingtreding van de wetsvoorstellen ongewijzigd belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.
- Het begrip ‘verbonden lichaam’ in de vennootschapsbelasting is van belang voor diverse regelingen (bijvoorbeeld voor de specifieke bepalingen voor renteaftrekbeperking, de deelnemingsvrijstelling, de thincap-regeling etc.) Kort gezegd gaat het hierbij om belangen van ten minste een derde gedeelte in een (andere) vennootschap. Met de term ‘belang’ wordt niet uitsluitend een financieel belang (in het gestorte kapitaal) bedoeld. Ook het stemrecht (op basis van geplaatst kapitaal) en de aard van de aandelen kunnen daarbij een rol spelen. Er wordt vooralsnog van uitgegaan dat het begrip ‘belang’ voldoende ruimte biedt om bij de invulling ervan op passende wijze rekening te houden met de als gevolg van de flexibilisering toegenomen vrijheid in de inrichting van bv’s.
- Het kabinet ziet in de voorgenomen flexibilisering van het bv-recht, waaronder het openen van de mogelijkheid om stemrechtloze en winstrechtloze aandelen uit te geven, geen aanleiding tot aanpassing van de bestaande 5%-eis (van het nominaal gestorte kapitaal) in de deelnemingsvrijstelling. Bij de vormgeving van deze eis zijn de consequenties die voor de toepassing van de deelnemingsvrijstelling kunnen zijn verbonden aan de aanwezigheid van verschillende soortaandelen, bewust aanvaard. Dat betekent dat zowel winstrechtloze aandelen als stemrechtloze aandelen onder de deelnemingsvrijstelling kunnen vallen en meetellen voor de bepaling van het totale nominaal gestorte kapitaal en voor de 5%-grens.
- Bij de bedrijfsfusiefaciliteit geldt de eis van een adequate tegenprestatie. Deze eis is uitgewerkt in de standaardvoorwaarden bij de bedrijfsfusie. Naar de mening van het kabinet biedt deze eis voldoende flexibiliteit om met de nieuwe mogelijkheden van de inrichting van bv’s (zoals de uitgifte van winstrechtloze en stemrechtloze aandelen) om te gaan. Te zijner tijd wordt nog bezien of de standaardvoorwaarden aanpassing behoeven in verband met de consequenties van een de invoering van het wetsvoorstel Vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht.
- Voor het aangaan van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting moet de moedermaatschappij de juridische en economische eigendom bezitten van ten minste 95% van de aandelen in het nominaal gestorte kapitaal van een ander lichaam (de dochtermaatschappij). Na de flexibilisering van het bv-recht kan zich de situatie voordoen dat een moedermaatschappij weliswaar de juridische en economische eigendom van (gewone) aandelen bezit, maar dat aan deze aandelen geen stemrechten zijn verbonden. Teneinde zeker te stellen dat een fiscale eenheid alleen mogelijk is indien de moedermaatschappij ook de zeggenschap heeft in de dochter, zal het Besluit Fiscale Eenheid worden aangepast. In dat artikel zal tot uitdrukking worden gebracht dat de moedermaatschappij ook 95% van de stemrechten in de dochter moet bezitten. Verder zal ook hier worden bezien of naast deze wijziging in het Besluit Fiscale Eenheid nog verdere aanpassingen nodig zijn.

Inkomstenbelasting
Een natuurlijke persoon die – kort gezegd – al dan niet tezamen met zijn partner voor ten minste 5% van het geplaatste aandelenkapitaal aandeelhouder is van een bv of nv, heeft een ‘aanmerkelijk belang’ in de zin de wet. Indien een vennootschap verschillende soorten aandelen heeft, heeft men ook een aanmerkelijk belang indien men, al dan niet tezamen met de partner, direct of indirect voor ten minste 5% van het geplaatste kapitaal van een soort aandelen aandeelhouder is. Aandelen behoren tot een aparte soort aandelen indien zij op enigerlei wijze van elkaar verschillen en daardoor niet dooreen leverbaar zijn. Op deze hoofdregel geldt een uitzondering in bepaalde gevallen. Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel zullen voor toepassing van de ab-regeling aandelen zonder stemrecht, of met een beperkt stemrecht en winstrecht, als een aparte soort moeten worden beschouwd. Ook hier gelden de genoemde uitzonderingen.

Loonbelasting
De invoering van het eerdere wetsvoorstel Vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht leidt niet tot aanpassing van in de loonbelasting geldende bepalingen over de dienstbetrekking van bestuurders en commissarissen. De bestuurders van bv’s zijn en blijven werkzaam in privaatrechtelijke dienstbetrekking. De arbeidsverhouding van commissarissen valt naar haar aard (onafhankelijke toezichthouder) niet aan te merken als privaatrechtelijke dienstbetrekking. Hoewel het eerdergenoemde wetsvoorstel de mogelijkheid geeft dat één of meer aandeelhouders een eigen commissaris benoemen, verandert de positie van de commissaris als onafhankelijke toezichthouder (en daarmee het karakter van de arbeidsverhouding van de commissaris) niet. De arbeidsverhouding van de commissaris blijft een fictieve dienstbetrekking volgens de Wet op de loonbelasting.

Overdrachtsbelasting
Voor de overdrachtsbelasting is het begrip ‘belang’ relevant. Het verwerven van aandelen (een belang) in een onroerendezaaklichaam leidt namelijk in beginsel tot het verschuldigd worden van overdrachtsbelasting. De term ‘belang’ is echter een open norm waarvan de invulling afhankelijk is van feiten en omstandigheden. Vooralsnog geeft het wetsvoorstel geen aanleiding tot wijziging van de term ‘belang’.

Nadat het wetsvoorstel Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht door de Tweede Kamer en Eerste Kamer is aangenomen, treedt het op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking.

Meer informatie:
Tweede Kamer, 22-6-2010, 32426 nrs 1-4

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.