Home

Achtergrond 146 x bekeken

Vaststellingsovereenkomst landbouwvrijstelling niet in strijd met wet

Het gerechtshof Den Haag beslist dat een afgesloten vaststellingsovereenkomst over de toepassing van de landbouwvrijstelling rechtsgeldig is.

De eerdere beslissing van de rechtbank wordt door deze uitspraak vernietigd.

Kort samengevat is de uitspraak van het Hof Den Haag de volgende:

C en D oefenden in maatschapverband een landbouwbedrijf uit. In 1999 heeft de gemachtigde van C en D aan de inspecteur een voorstel voor een vaststellingsovereenkomst gedaan ten aanzien van de toepassing van de landbouwvrijstelling. De brief is voor akkoord ondertekend door de inspecteur. In december 2000 hebben C en D hun onderneming ingebracht in belanghebbende. In geschil is onder andere of belanghebbende is gebonden aan de vaststellingsovereenkomst en dan meer in het bijzonder de bevoegdheid van de gemachtigde om namens belanghebbende een vaststellingsovereenkomst te sluiten.Partijen hebben langdurig overleg gevoerd over de toepassing van de landbouwvrijstelling. Overleg tussen de gemachtigde en de inspecteur heeft er tenslotte toe geleid dat de vaststellingsovereenkomst is gesloten. Het hof beslist dat de inspecteur er van uit mocht gaan dat de gemachtigde een toereikende volmacht was verleend. Anders dan de rechtbank beslist het hof dat de inspecteur mocht rekenen op volledige nakoming van de vaststellingsovereenkomst door belanghebbende. Als regel binden partijen zich bij de vaststellingsovereenkomst omtrent hetgeen tussen hen rechtens geldt. Partijen regelen daardoor hun rechtsverhouding, hetgeen meebrengt dat een vaststellingsovereenkomst zowel over de feiten als over de toepassing van het recht kan worden gesloten. De inhoud van de afspraken die partijen in een vaststellingsovereenkomst maken mag afwijken van de wet (HR 9 december 2005, nr. 41.117). Dit is slechts anders als de vaststellingsovereenkomst zozeer in strijd is met hetgeen de wettelijke regeling – over het geheel genomen – ter zake bepaalt, dat partijen niet op nakoming daarvan mochten rekenen. Daarvan is hier geen sprake. Deze vaststellingsovereenkomst strekt er op grond van de vaststaande feiten en omstandigheden immers toe recht te doen aan een juiste toepassing van de landbouwvrijstelling met inachtneming van de wederzijdse onzekerheden en proceskansen. Het hoger beroep wordt vervolgens gegrond verklaard.

Meer informatie:
Hof Den Haag 22 juni 2010, 09/00535, LJN BM9833

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.