Home

Achtergrond 87 x bekeken 1 reactie

Compliment?

ZLTO kreeg deze week de wind van voren. De organisatie zou met al haar tentakels bij het ministerie van landbouw, de Rabobank, Wageningen UR en het CDA te veel macht hebben.

Reden voor hoogleraar Jan Douwe van der Ploeg van Wageningen UR om voor te stellen om ZLTO voorlopig op de reservebank te zetten in de discussie over de toekomst van de intensieve veehouderij in Brabant. De bestuurders weten precies wat ze willen en kijken te veel naar de gebaande paden. Er moet juist oog komen voor andere methodes.

Ook natuur- en milieuorganisaties hebben moeite met de kracht van ZLTO. Ze verstoren met hun macht het democratische proces, vindt een vertegenwoordiger. ZLTO dook in de verdediging met "juist nu hebben we meer dan ooit oog voor milieu en samenleving." Ze gaf toe in het verleden misschien machtig te zijn geweest en te weinig transparant te zijn.

De kritiek van de natuurorganisaties lijkt niet terecht: bij het reconstructieproces kon inspreken. Niet alle partijen hebben hier gebruik van gemaakt. ZLTO wel. Hoewel ZTLO in de wandelgangen bekend heeft gestaan als de machtige boerenclub uit het Zuiden, is het commentaar in deze context wel een compliment. Andere belangenorganisaties lijken te ervaren dat zij minder succesvol zijn dan ZLTO.

Agrarisch Dagblad

Eén reactie

  • no-profile-image

    jan

    Hoe succesvol is de rol van de ZLTO in deze te noemen? In ruil voor beperkingen in verwevings en natuurgebieden zou de landbouw juist ontwikkelingsmogelijkheden krijgen in de LOG gebieden. Nu weten we wat allemaal niet meer mogen op de huidige locaties en de LOG gebieden worden geschrapt of ingekrompen. Wat is dan nog het toekomstperspectief voor de bedrijven die op de huidige locaties klem komen? Misschien is het zo gek nog niet als ZLTO en LTO wat afwachtender wordt alvorens zij haar medewerking aan iets gaat geven. Laat andere het werk maar eens doen, kan de landbouw dan ook aan de noodrem trekken zoals andere organisaties dat nu vaak doen?

Of registreer je om te kunnen reageren.