Home

Achtergrond 108 x bekeken

'Winstrechtconstructie emigrerende melkveehouder kan niet'

Volgens Advocaat-Generaal Niessen werkt een winstrechtconstructie van een emigrerende melkveehouder niet.

In zijn advies aan de Hoge Raad concludeert hij dat uitstel van winstneming slechts mogelijk is als de overdragende ondernemer op een bijzondere wijze betrokken blijft bij de overgedragen onderneming, nadat deze door iemand anders is voortgezet. Dit is in het geval van de emigrerende melkveehouder niet het geval. Het laatste woord is aan de Hoge Raad. Het is immers nog niet zeker of de Hoge Raad het advies van de AG volgt.

Kort samengevat is het advies van de AG de volgende:

Belanghebbende (X) exploiteert in maatschapsverband met zijn echtgenote (Z) een melkveehouderij. In 1999 worden de melkproductierechten verkocht. Met ingang van 1 oktober 1999 neemt de door belanghebbende en Z opgerichte bv (F bv) als maat deel in de onderneming. Eind 2000 verkopen belanghebbende en Z de economische eigendom van de grond met woning en opstallen tegen een winstrecht aan F bv. Medio 2001 verhuizen belanghebbende en Z naar Denemarken om samen met F bv een agrarische onderneming te drijven. De inspecteur is van mening dat belanghebbende het gehele winstrecht in zijn IB-aangifte voor het jaar 2000 moet verantwoorden. Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de onderneming eind 2000 in liquidatie verkeerde en dat de band die de diverse bedrijfsmiddelen bijeen hield, was verbroken. Vervolgens oordeelt het hof dat de winstrechten niet stonden tegenover de overdracht van een onderneming of een zelfstandig deel van een onderneming. Uitstel van winstneming ter zake van het winstrecht is volgens het hof dan niet mogelijk. Het winstrecht behoort tot de jaarwinst van het jaar 2000.

Advocaat-Generaal (A-G) Niessen concludeert dat uitstel van winstneming slechts mogelijk is als de overdragende ondernemer op een bijzondere wijze betrokken blijft bij de overgedragen onderneming, nadat deze door iemand anders is voortgezet. De A-G verwijst hierbij naar de winstrechtjurisprudentie van de Hoge Raad. Volgens de A-G is uitstel van winstneming niet mogelijk als vaststaat dat de onderneming na de overdracht niet wordt voortgezet en alleen losse bedrijfsmiddelen worden overgedragen. Aangezien daarvan in dit geval sprake is, concludeert de AG tot ongegrondverklaring van belanghebbendes beroep in cassatie.

Meer informatie: Advocaat-Generaal, 11 mei 2010, nr. 09/00436

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.