Home

Achtergrond 1453 x bekeken

Vergoeding opstalrecht voor windturbine slechts deels belast

De vergoeding voor een opstalrecht voor een windturbine is voor een deel niet toe te rekenen aan de onttrokken "postzegel" grond.

Dat niet toe te rekenen deel vormt geen onderdeel van WEV van onttrokken perceel. Het gerechtshof Arnhem stelt vervolgens de waarde van het perceel in goed justitie vast op € 350.000.

Kort samengevat is de uitspraak van Hof Arnhem de volgende:

Belanghebbende exploiteert een landbouwbedrijf. Tot het ondernemingsvermogen behoort grasland (hierna: het perceel). Eind 2000 heeft belanghebbende een bouwvergunning verkregen voor een op het perceel te bouwen windmolen. In maart 2002 heeft belanghebbende het perceel onttrokken aan het ondernemingsvermogen. Eind 2002 heeft belanghebbende een recht van opstal gevestigd ten behoeve van een bv voor de bouw van een windmolen tegen een vergoeding van € 412.656. Volgens belanghebbende is de WEV van het ontrokken perceel gelijk aan de WEVAB ervan (€ 9.772). Volgens de inspecteur is de WEV gelijk aan de vergoeding voor het opstalrecht € 412.656 plus € 9.772. Het hof is van oordeel dat de WEV in beginsel kan worden bepaald op de op zakelijke wijze tot stand gekomen prijs voor het opstalrecht. Het hof acht echter aannemelijk de stelling van belanghebbende dat die prijs mede ziet op het compenseren van nadelen en risico's voor belanghebbende (waardedaling woning door komst windmolen en vestigen recht van overpad). Nu dat deel van de vergoeding niet ziet op het perceel, dient dat bedrag niet te worden meegenomen bij de bepaling van de WEV. Het hof stelt uiteindelijk de WEV van het perceel in goede justitie vast op € 350.000. Het hoger beroep wordt vervolgens ongegrond verklaard.

Meer informatie:
Hof Arnhem 11 mei 2010, nummer 09/00079

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.