Home

Achtergrond 148 x bekeken 1 reactie

Toekomst beter: het werd tijd

De inkomens in 2009 waren slecht. Maar de prijzen gaan de komende jaren omhoog.

Het Landbouw-Economisch Bericht van het LEI, dat dinsdag 22 juni wordt gepresenteerd, schetst een slecht beeld van 2009. Althans voor de meeste sectoren. Het LEI hanteert als belangrijkste kengetal het inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). Simpel gezegd: hoeveel heeft één boer die 2.000 uur of meer werkt in een jaar verdiend. Volgens het LEI moet dat minstens €50.000 zijn. Fokvarkensbedrijven springen er met gemiddeld €48.000 nog het beste uit. Schrijnend is het verschil met vleesvarkensbedrijven, die op –€12.000 uitkwamen. Ook melkveebedrijven zaten in de min: –€6.000. Akkerbouwbedrijven zaten op €47.000. Het LEI schrijft dan ook dat naar verwachting in 2009 meer dan de helft van de agrarische gezinnen een inkomen zal hebben beneden het minimumniveau.

Gelukkig voorspellen de Oeso en FAO een wereldwijde opleving in de agrosector richting 2019. Zo gaan beide organisaties ervan uit dat de graanprijs de komende tien jaar met 15 tot 40 procent stijgt ten opzichte van de periode 1997-2006 (dus exclusief het topjaar 2007).

Toch is tempering van het optimisme op zijn plaats. Allereerst omdat de FAO en de Oeso zelf ook aangeven dat vooral Brazilië, China, India en Rusland van de voorspelde opleving zullen profiteren. Maar goed, niet té zwartgallig: wereldwijd trekken de prijzen aan, dus daar profiteert de Nederlandse boer ook van.

Een belangrijker reden is dat, kijkend naar het gemiddelde inkomen in de periode 2001-’09, er nog wel een lange weg te gaan is voordat het inkomen op de benodigde €50.000 komt. Zo kwam de varkenshouder in die periode uit op een inkomen van €17.000, de akkerbouwer op €36.000 en de melkveehouder op €33.000.

Het goede nieuws is dus dat het de komende jaren beter wordt, volgens Oeso en FAO. Maar de realiteit is dat dat ook hoog tijd werd, vooral voor wat betreft de varkenshouderij. En laat dat nu net een sector zijn waarover de FAO en Oeso veel minder positief zijn.

Foto

Rochus Kingmans

Eén reactie

  • no-profile-image

    Han

    Rochus deze stijging van 15 tot 40 % klinkt hartstkke mooi. Laten we niet vergeten dat we spreken over 10 jaar. Eén ding is zeker er zal een inflatie zijn van 1,5 - 3 % op jaar basis. Dus komen we op en prijsstijigng van 10 % in het meest optimistische scenario, in de praktijk zullen de boeren weer genoegen moeten nemen met de NUL lijn. Prijsstijging - inflatie = 0. Het enige wat de boeren >mogen houden is de opbrengst stijging, als deze tenminste niet via licenties e.d. in de zak van de zaadleverancier vloeit. De genoemde inkomens zijn dat arbeids inkomens voor de boer of de totale inkomsten per gezin. Dus arbeids inkomen + rente inkomsten eigen kapitaal. Als we spreken over de laatste dan is Euro 50.000 toch echt niet veel, gezien de investering van vele miljoenen per bedrijf en de vele arbeids uren van doorgaans het hele gezin en niet te vergeten de grote risico's die een boer loopt.

Of registreer je om te kunnen reageren.