Home

Achtergrond 154 x bekeken

Polen zijn in dienstbetrekking

Volgens de rechtbank Breda zijn de bij een tuinbouwmaatschap werkzame Polen in loondienst. Er is geen sprake van het verkopen van 'oogst op stam' aan een Poolse vennootschap.

De rechtbank stelt vast dat het gaat om een absoluut en relatief omvangrijke fraude en laat de naheffingsaanslag in stand. De boete wordt wel verlaagt naar 35 procent van 50 procent wegens undue delay.

Kort samengevat is de uitspraak van de rechtbank Breda de volgende:

Belanghebbende X, is een maatschap van drie vennoten die een vollegronds tuinbouwbedrijf exploiteert dat aardbeien, prei en asperges teelt. Daarnaast produceert de maatschap in de jaren 2000 t/m 2002 landbouwproducten, die zij als ‘oogst op stam’ vóór het oogsten verkoopt aan een Poolse vennootschap die de producten oogst. De Poolse arbeiders zijn gehuisvest in een ruimte bij het tuinbouwbedrijf. Volgens de administratie zijn bij het tuinbouwbedrijf geen Polen werkzaam en ontvangt X geen vergoedingen voor het verblijf van de Polen. Als de inspecteur er achter komt dat er in opdracht van X reisverzekeringen zijn afgesloten voor de Poolse arbeiders waarbij de uitsluiting voor beroepswerkzaamheden niet van toepassing is, stelt hij een boekenonderzoek in. De inspecteur concludeert vervolgens dat de Poolse arbeiders bij X in dienstbetrekking werkzaam zijn en legt de maatschap een naheffingaanslag LB op verhoogd met een boete van 50%.

Rechtbank Breda concludeert dat de maatschap de inspecteur onjuiste informatie heeft verstrekt over de verzekeringspolissen om te verdoezelen dat de Polen bij haar werkzaam waren en dat er sprake was van dienstbetrekkingen. Het gegeven dat de Polen voor hun huisvesting niet hoeven te betalen, versterkt die conclusie. De rechtbank handhaaft de naheffingsaanslag, die met omkering van de bewijslast is opgelegd en waarvan de omvang op een redelijke schatting berust. Over de boete beslist de rechtbank dat X bewust frauduleus en opzettelijk overeenkomsten en betalingen ten behoeve van verzekeringen voor Poolse werknemers en betalingen aan die Poolse werknemers buiten de administratie en uit het zicht van de Belastingdienst heeft gehouden. Het gaat om een zowel absoluut als relatief omvangrijke fraude, die een hogere boete dan de opgelegde boete van 50% zou rechtvaardigen. Desalniettemin vermindert de rechtbank de boete met 15% (tot 35% van de naheffingsaanslag) wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank verklaart het beroep van X gegrond voor wat betreft de boete en voor het overige ongegrond.

Meer informatie: Rechtbank Breda, MK, 7 april 2010, nr. AWB 07/2233

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.