Home

Achtergrond 148 x bekeken

Hoezo te industrieel?

Om te overleven is een procesmatige kijk op de varkenshouderij onontbeerlijk.

Of je nu een paprika of komkommer of een big of vleesvarken produceert, voor de opstelling van de tuinder of varkenshouder mag dat niet veel uitmaken. Beide ondernemers werken met levende wezens onder omstandigheden die ze zo strak mogelijk moeten zien te beheersen. De varkenshouder zit qua mogelijkheden om productieomstandigheden te beheersen veel dichter bij de glastuinder dan bij de akkerbouwer of melkveehouder.
`
Het is bij varkens net zo goed als bij paprika’s, en trouwens bij heel veel andere productieprocessen, een kwestie van voortdurend aan de knoppen van input en omstandigheden draaien om tegen de laagst mogelijke kosten een zo goed mogelijk resultaat te halen. Dat werk, die procesbeheersing is een voorwaarde om als varkenshouder een bedrijf te runnen dat én een inkomen genereert én overlevingskansen heeft.

Frank Steenbreker, sectordeskundige varkenshouderij bij accountantsbureau Abab, vertelt in deze Editie Varkenshouderij dat hij wel het verwijt van varkensboeren krijgt dat hij veel te industrieel denkt. Daar hoort dan bij dat door die strakke, industriële en procesmatige benadering de varkenshouderij niet meer zo leuk is.

Kan zo zijn, maar de strakke benadering is de enige juiste om maar enigszins overlevingskansen te hebben.

Wie varkens houdt, moet voortdurend gegevens verzamelen. Die moet hij dan zeker maandelijks analyseren en zo nodig moet hij aan de knoppen draaien.

Onder de huidige omstandigheden met een royaal varkensaanbod en dus krappe marges zit er niks anders op. Misschien dat bij biologische varkens of in oudere stallen de mogelijkheden om te sturen wat minder zijn dan in de allernieuwst gebouwde stallen, de houding van de blijver mag er niet anders om zijn.

Tenzij je als ondernemer zonder opvolger en met goeddeels betaalde stallen hebt besloten om rustig uit te rollen. Want dat kan ook. Niks mis mee.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.