Home

Achtergrond 532 x bekeken

Vicieuze cirkel van mastitis doorbreken

Mastitis kost de melkveehouderij volgens de Gezondheidsdienst voor Dieren jaarlijks 100 miljoen euro. Daarmee is het gezondheidsprobleem nummer één in de sector. Twee jaar geleden gooide melkveehouder Tonny Groot Koerkamp het roer om nadat het celgetal tot boven de 350.000 was gestegen. Nu is het tankmelkcelgetal 65.000. "Vroeger keek ik bij de melkcontrole eerst naar de productie, nu naar het celgetal."

Tonny en José Groot Koerkamp hebben een melkveebedrijf net buiten Harfsen in de Gelderse gemeente Lochem. De veehouders hebben zo’n 60 hectare grond in gebruik voor het bedrijf waarvan 42 in eigendom. De mest kunnen ze volledig op de eigen grond kwijt. Binnen hun bedrijf is veel aandacht voor dierenwelzijn en in het verlengde hiervan uiergezondheid. Dat gaat zeker niet ten koste van de productie. Hun quotum van ruim 8 ton werd vorig seizoen door de 95 melkkoeien ruimschoots vol gemolken. Het rollend jaargemiddelde ligt op 9.529 kilo melk met 3,66 procent eiwit en 4,29 procent vet. De omslag in denken wat betreft uiergezondheid kwam bij Tonny Koerkamp in mei 2008.

"Het celgetal in de tankmelk steeg tot boven de 350.000", vertelt Tonny. Dat was volgens de melkveehouder even schrikken. "Gelukkig is het nooit doorgestegen tot boven de 400.000, de grens waarboven je wordt gekort door de melkfabriek." Tonny besloot in overleg met de veearts maatregelen te nemen. Hij selecteerde veertien koeien met een verhoogd celgetal van boven de 200.000 uit zijn koppel en zonderde de dieren af van de rest.

"De uitgeselecteerde koeien stonden overdag binnen en ’s nachts buiten. Voor de rest van de koeien was het net andersom. De geselecteerde koeien kregen een zware antibioticabehandeling. Ze werden zes dagen lang behandeld in de uier per geïnfecteerd kwartier en in de nek." De groep werd ook apart gemolken zodat er niet per ongeluk melk in de tank kon komen. In de eerste maand had de behandeling effect bij 70 procent van de koeien. De overige 30 procent werd afgevoerd. "Uiteindelijk heeft tussen de 50 en 60 procent het gered", zegt de melkveehouder. "De besmettingsdruk was meteen veel lager en het gemiddelde celgetal daalde aanzienlijk. Volgens de veearts had ik hiermee de vicieuze cirkel doorbroken." Op het bedrijf van de familie Groot Koerkamp bleken vooral de Staphylococcus Aureus-bacteriën een probleem. "Het gaat om een hardnekkige vorm. De bacteriën kunnen zich snel inkapselen in de uier, wat kan leiden tot chronische mastitis."

Andere bacterie

Nadat de veehouder deze bacterie redelijk de baas werd kwam er een andere bacterie de hoek om kijken. Het ging om de Coagulase Negatieve Staphylokokken (CNS). "Een vorm waar toen nog minder over bekend was", legt de veehouder uit. "Maar eigenlijk is CNS net zo erg als Aureus." Hij hoort vaker dat veehouders na het verlagen van de infectiedruk afkomstig van de Aureus-bacteriën te maken krijgen met CNS. Hoe dat komt is voor hem tot op heden een raadsel.

Dubbel droogzetten

Standaard worden zijn koeien met een hoog celgetal nu tegen deze twee bacteriën behandeld. Hij hanteert een strak behandelplan. "Antibiotica in zowel de nek als in het uier eventueel in combinatie met een pijnstiller." Regelmatig laat hij controleren of er naast genoemde bacteriën geen andere mastitis-verwekkers in de melk zitten. Naast het uitselecteren en behandelen van de koeien met een hoog celgetal heeft Tonny nog meer maatregelen genomen. Zo zet hij zijn koeien standaard dubbel droog. "Dat betekent het gebruik van antibiotica en het vervolgens sealen van de speen met een prop", legt hij uit. "Op dit moment doe ik dit nog standaard, maar de bedoeling is om dit weer langzaam af te bouwen. Het neemt namelijk ook de nodige kosten met zich mee en de infectiedruk is inmiddels verlaagd." Ook wat betreft het melken heeft hij zijn werkwijze aangepast. Zo paste hij op advies van het Uiergezondheidscentrum (UGCN) de instelling van zijn melkapparatuur aan. Handschoenen droeg hij al tijdens het melken, maar voorheen gebruikte hij nog wel één doek per twee koeien om de spenen voor het melken schoon te maken. Nu is hij overgestapt op het gebruik van goedkopere doeken en gebruikt hij één doek per koe.

Barrière-dipmiddel

Nieuw is ook dat hij na het melken de uiers behandelt met een barrière-dipmiddel. "Het middel vormt een tijdelijke afsluiting van het slotgat waardoor de kans op infectie sterk afneemt", zegt de melkveehouder. "Sowieso probeer ik ervoor te zorgen dat de koeien de 30 minuten na het melken niet gaan liggen om infecties te voorkomen."

Naast genoemde maatregelen zijn er nog tal van andere factoren die van invloed zijn op het verlagen van de kans op uierontsteking. "Zo speelt de energievoorziening een belangrijke rol. Ik heb ervoor gekozen om de koeien iets minder hoog te laten pieken. Pas na dertig tot veertig lactatiedagen krijgen de koeien extra eiwit gevoerd. Dat zorgt voor een betere energiebalans." Het rantsoen van de koeien van de familie Groot Koerkamp is sober en bestaat uit gras, mais en twee soorten brok. Het ruwvoer wordt niet gemengd. "De krachtvoerkosten liggen nu op 4,5 cent per kilo melk."

Wat betreft klinische mastitis treft de veehouder nog ongeveer één geval per maand aan. Het aantal subklinische gevallen houdt hij nauwlettend in de gaten. "Vroeger keek ik bij de melkcontrole-gegevens als eerste naar de productie, maar nu eerst naar het celgetal." De resultaten die Tonny de afgelopen jaren heeft geboekt liegen er niet om. Het gemiddelde tankmelkcelgetal ligt inmiddels op 65.000. Het aantal koeien met een celgetal boven de 250.000 was bij de laatste melkcontrole-uitslag op vier koeien, ofwel 5 procent. Drie van deze koeien bevinden zich aan het eind van hun lactatie. Een periode waarin het celgetal altijd wat oploopt. "Het is nu een kwestie van dit niveau vasthouden", aldus Tonny.

Hij reageert positief op de plannen van het UGCN, ondanks dat de organisatie haar doel (10 procent minder mastitis na 5 jaar) niet heeft gehaald, om door te gaan. Sinds een aantal jaar draait hij mee in een aan het UGCN-gerelateerde studiegroep. "Het UGCN heeft de afgelopen jaren zeker een meerwaarde gehad en onafhankelijk onderzoek verricht. Het zou jammer zijn als daar, nu het tijd is om te oogsten, een eind aan zou komen."

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.