Home

Achtergrond 413 x bekeken 1 reactie

'Stofarme stal is ultiem doel'

Er is te weinig aandacht voor de gezondheid van de mensen die dagelijks in varkens- en pluimveestallen werken.

Dat zei longarts Jos Rooijackers van Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Longaandoeningen bij de start van een praktijkproef van het varkenshoudersnetwerk 'Stof tot nadenken'. Er is in de praktijk heel veel te doen over de gezondheid van om- en aanwonenden van stallen, aldus Rooijackers, maar de gezondheidsbedreigingen van de veehouders die dagelijks in de stallen werken blijven onderbelicht.

Varkenshouders en ook pluimveehouders zouden daar wat Rooijackers betreft best meer aandacht voor mogen vragen. Veehouders krijgen volgens Rooijackers vaak hoestproblemen en last van kortademigheid. Onderzoek bij de longarts brengt vaak weinig aan het licht. Op longfoto’s is niets te zien. Allergietesten zijn normaal. Een echte diagnose is vaak niet vast te stellen. Toch blijkt het werken in de stal in veel gevallen een onmogelijke zaak te worden.

Rooijackers vindt dat er veel meer onderzoek wordt gedaan naar stof en de problemen die het kan veroorzaken bij mensen. Het ultieme doel zou in zijn ogen moeten zijn om te komen tot een stofarme stal; een stal waarin de stofproductie tot een minimum wordt teruggebracht. End-of-pipe-oplossingen, zoals luchtwassers zijn geen oplossing. Integendeel: in stallen met luchtwassers wordt de luchtkwaliteit vaak slechter en dus slechter voor de longgezondheid van de mensen die er werken.

De praktijkproef is gericht op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen tegen stof bij het werken in stallen. Doel is bewustwording onder varkenshouders en inzicht krijgen in de gebruiksvriendelijkheid van diverse middelen.

Eén reactie

  • no-profile-image

    Gerard Kos

    Logisch dat ze last krijgen: het zijn honderden microgrammen per kubieke meter (ug/m^3) aan fijn stof die er rond zweven en mogelijk nog wel meer. Dat terwijl voor buitenlucht de norm 50 ug/m^3 als daggemiddelde is.
    Op jaarbasis mag de buitenlucht slechts 40 ug/m^3 bevatten gemiddeld genomen. Dat is de PM10-norm. De pluimveehouder wordt 10 tot 20 maal zwaarder belast. Vanwege de fijne structuur van veren worden grote deeltjes waarschijnlijk ver ingeademd. Als deeltjes groter dan 5 micrometer zijn kunnen ze niet meer door witte bloedcellen verwijderd worden. Het gevolg is obstructie en kortademigheid.
    Wilt U onderzoek laten uitvoeren aan de luchtkwaliteit in stallen? Neem dan contact op met groep Luchtkwaliteit bij het ECN.

Of registreer je om te kunnen reageren.