Home

Achtergrond 138 x bekeken

Naheffing fosfaatheffing terecht

Een akkerbouwer heeft over het heffingsjaar 2003 een naheffingsaanslag fosfaatheffing opgelegd gekregen van € 7.560.

Op grond van de bevindingen van de AID acht de rechtbank het aannemelijk dat de op de betwiste vervoersbewijzen vermelde mest is afgeleverd op het bedrijf van eiser. De naheffingsaanslag is volgens de rechter terecht.

Kort samengevat is de uitspraak van de rechtbank de volgende:

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de akkerbouwer onvoldoende aangevoerd om het tegendeel aannemelijk te maken. Enerzijds kan ook de akkerbouwer zelf niet uitsluiten dat de desbetreffende mest op zijn bedrijf is afgeleverd; tegenover de AID heeft hij verklaard dat hij dat niet weet omdat hij geen controle heeft uitgeoefend op de hoeveelheid mest die op zijn bedrijf door de heer [A] in 2003 is aangevoerd. Anderzijds hecht de rechtbank niet veel waarde aan het feit dat eisers handtekening ontbreekt op de betwiste vervoersbewijzen, aangezien uit productie 15 van het verweerschrift blijkt dat eiser de vervoersbewijzen ter zake van de niet betwiste aanvoer van dierlijke meststoffen in 2003 ook niet (zelf) heeft ondertekend.

Anders dan de akkerbouwer betoogt, ziet de rechtbank geen aanleiding om te veronderstellen dat de op de betwiste vervoersbewijzen vermelde afgevoerde mest zowel aan zijn onderneming als aan loonwerker/intermediaire onderneming [A] is toegerekend.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder terecht de aanvoer van 5890 kilogrammen fosfaat in de bemonsterde en geanalyseerde dierlijke meststoffen heeft meegenomen bij de berekening van de verschuldigde mineralenheffing voor het jaar 2003. Dit betekent de naheffingsaanslag terecht aan de akkerbouwer is opgelegd en dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard.

Meer informatie: LJN: BL8038, Rechtbank Arnhem, AWB 08/4812

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.