Home

Achtergrond 118 x bekeken

Letten op voedselveiligheid en op het milieu lukt niet altijd

Met minder gewasbeschermingsmiddelen zowel de voedselveiligheid borgen als de druk op het milieu verminderen is niet eenvoudig. Adviseur Léon Jansen vindt dat telers ruimte moeten houden om met hun inzicht een duurzame teelt te realiseren.

Minder gewasbeschermingsmiddelen gebruiken om je product te beschermen tegen ziekten en plagen en als het kan ook nog minder schadelijke middelen. In het kader van de voedselveiligheid en milieubelasting wordt van de telers in Nederland veel gevraagd. Hoewel er op dit gebied al veel is bereikt, is het in de praktijk moeilijk om bij het optimaal gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zowel de voedselveiligheid te borgen als de belasting van het milieu te beperken. Uit een recent georganiseerde workshop van Bayer Crop Sciences en DLV Plant is gebleken dat bij te veel aandacht voor het één, het andere nog wel eens in het geding komt.

De samenleving legt een druk op telers om bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aan twee belangrijke zaken aandacht te besteden. Enerzijds is dit het voorkomen van een te hoge belasting van het milieu en emissie naar het grond- en oppervlaktewater. Anderzijds is dit het voorkomen van te veel verschillende residuen of te hoge gehaltes van residuen op groenten en fruit. Voor een groot gedeelte kunnen telers aan beide eisen voldoen door gebruik te maken van geïntegreerde gewasbescherming met aandacht voor preventie en gebruik van biologische middelen.

Door te spuiten op basis van hogere schadedrempels en de natuur corrigerend te laten optreden kunnen verschillende ziekten en plagen met biologische middelen of met biologische bestrijders worden bestreden. Dat belast het milieu minder. Soms is de aantasting echter zodanig dat het gebruik van chemische middelen noodzakelijk is. Specifiek werkende middelen met relatief weinig effect op het milieu of biologische bestrijders hebben dan de voorkeur boven traditionele breed werkende middelen. Financieel rendement en het beschermen van de oogst en kwaliteit zijn doorslaggevend. Indien nodig gebruikt de teler dus altijd middelen om de oogst te garanderen. Met het gebruik van specifiek werkende middelen zijn er, in vergelijking met breed werkende middelen, vaak meerdere middelen nodig om het product te beschermen tegen de diversiteit aan ziekten en plagen. Daarnaast leidt het spuiten op basis van schadedrempels in plaats van een preventieve aanpak tot bespuitingen later in de teelt en korter voor de oogst. Deze strategieën leiden mogelijk tot het overschrijden van de norm waar de retail om vraagt.

De trend die al enkele jaren in omringende landen gaande is, is er één van bovenwettelijke eisen van de retail aan producenten. Producten mogen soms maximaal drie, vier of vijf residuen bevatten. Daarnaast wordt er per stof een strengere norm gesteld dan wettelijk is vastgelegd. Het telen naar deze richtlijnen kan een hogere milieubelasting tot gevolg hebben. Het residu gedrag van middelen wordt door de retail-eis voor telers namelijk een belangrijker argument dan het milieueffect.

Om er zeker van te zijn dat er aan het einde van de teelt minder ziekten en plagen zijn, moet preventief gespoten worden. Gevolg is dat selectief spuiten (spuiten wanneer het echt nodig is) plaats maakt voor het zogenoemde kalenderspuiten (spuiten op vaste tijdstippen gedurende de teelt) met in sommige gevallen breed werkende middelen. Ook kan de beperking van het aantal middelen in het eindproduct tot een verhoogde kans op resistenties leiden, omdat vaker dezelfde middelen gebruikt gaan worden in plaats van meerdere middelen met een ander werkingsmechanisme.

Het lijkt er dus op dat onder druk om aan milieueisen te voldoen, het verminderen van het aantal residuen ertoe leidt dat er meer middelen in het begin van de teelt en preventief gebruikt worden. Uiteindelijk zal de teler zijn oogst en kwaliteit niet op het spel zetten. We moeten er als samenleving voor waken dat het milieu niet te veel belast wordt met gewasbeschermingsmiddelen en dat er niet teveel residuen op groenten en fruit aanwezig zijn als ze verkocht worden. Maar belangrijk is dat we daarbij de telers de ruimte laten om met hún inzichten een duurzame teelt te laten uitvoeren. Te strenge eisen kunnen hierbij belemmerend werken om de doelstellingen te behalen. Het blijft tenslotte allemaal maatwerk.

Léon Jansen is strategisch adviseur duurzame landbouw bij bureau Schuttelaar & Partners

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.