Home

Achtergrond 1922 x bekeken

Robotmelken brengt vooral rust

Meer melk met minder werk. Het robotmelken verandert niet alleen de arbeidsopbrengst, maar de totale bedrijfsvoering. Grootste verandering is de rust. Rust in de stal. En de rust die de koeien vonden, die rust vond ook de familie Lathouwers zelf.

De anekdote is sprekend. Om een koe te kunnen bekappen, stuurde Piet Lathouwers zijn stagiaire de stal in om haar te halen. Maar met geen mogelijkheid kreeg hij de koe overeind. Ze bleef rustig liggen. Toen de koe eindelijk opstond, liep ze op haar dooie gemak naar de robot, in plaats van richting de bekapbox. “Wat een eigenwijs vee heb jij”, sprak de stagiair.
Lathouwers vertelt het lachend. “Dat is typisch voor robotkoeien. Ze worden totaal anders. Ze gaan hun eigen gang.” Logisch. Want ze hoeven niks meer. Ze hoeven niet meer naar binnen of naar buiten en niet meer de melkstal in. Het bekappen is zo'n beetje het enige dat nog moet.
En dat geeft rust. Niet een paar uur per dag, maar continu. Niets beter voor het welzijn van een koe dan een melkrobot, meent Lathouwers. “Je ziet bijna nooit meer een koe met overvolle uiers. Als ze gemolken willen worden, dan gaan ze.” Sommigen wel vaker dan drie keer per dag. En dat brengt meteen de productiviteit omhoog.

Hutjemutje

De VOF Lathouwers; Piet, Nellie en zoon Marcel, melkt 220 koeien in Boerdonk. 2000 was het jaar van de grote omslag. Toen liepen er 120 melkkoeien in een overvolle stal. “Het zat hutjemutje.” Het was zo erg dat ook de veearts zei dat er iets moest gebeuren. Een nieuwe stal zou er komen. Klaar voor de toekomst, al had de bestaande melkstal met twee maal tien visgraat een behoorlijke capaciteit.
De techniek rond de melkrobots was in de ogen van de familie echter niet te stuiten. Piet: “Kijk naar de geschiedenis. Als techniek arbeid kan vervangen, dan gaat dat altijd door. Dat geldt voor de industrie, maar ook voor de melkveehouderij.”
De ondernemer gelooft in de vooruitgang. De eerste robots kwamen op zijn bedrijf, precies in de beginjaren rond de millenniumwisseling, toen het robotmelken nog in een behoorlijke dip zat. De techniek was misschien niet af, maar op de lange termijn zou ze het wel winnen, meende de familie Lathouwers. Dit vertrouwen werd niet beschaamd. Al negen jaar melkt hij zonder melkstal en zonder een moment spijt.

Vertrouwen

Piet Lathouwers heeft een exacte geest. Hij verklaart het succes van robotmelken aan de hand van drie factoren: De boer, de indeling van de stal en het merk van de robot. De boer is de belangrijkste factor. Die moet vertrouwen hebben in de techniek. “Er zijn boeren met teveel en boeren met te weinig vertrouwen in de techniek.”
Vertrouwen moet er zijn. Je geeft immers iets wezenlijks van het bedrijf uit handen. Maar teveel vertrouwen is ook weer niet goed. “Je moet wel blijven kijken of het goed gaat. Je mag de robot, maar zeker je vee niet in de steek laten.”
De familie Lathouwers was zich hier terdege van bewust toen ze met robotmelken begonnen. Net zoals van het belang van de indeling van de stal. Ze lieten daarom de drie robots op een centrale plek in de nieuw te bouwen stal intekenen. “Je bouwt een stal om de robots heen”, legt Piet uit. “Ze moeten op een logische plek staan, zodat de koeien de melkrobot al van ver in de gaten kunnen houden. “Je moet je niet afvragen: waar zal ik die robot eens neerzetten? De koe moet de robot gemakkelijk kunnen vinden.”

Lely

Het merk robot is van groot belang, omdat de één met de techniek verder vooruit is dan de ander. “In de Lely was toen het meeste vertrouwen. Die was het verst in de ontwikkeling”, verklaart Lathouwers zijn keuze. “Andere merken waren nog niet klaar, maar die gingen toch de markt op.”
Voor collega's reden om de techniek af te wimpelen en aan Lathouwers te vragen: “heb je die van jou ook al buitengezet?” De melkveehouder mocht een ontwikkeling meemaken als de intrede van de melkmachine en de trekker. Een ontwikkeling waarbij de angst voor het onbekende en een wantrouwen in de techniek hoogtij vierde. “Ik was tien toen de eerste tractoren kwamen.” Hij herinnert zich hoe ook die werden verguisd door collega's. “Er gingen verhalen de ronde over de hoeken die je niet kon bewerken en de grond die ze te hard zouden aanrijden.”
De komst van de trekker staat bekend als een keerpunt in de geschiedenis van de landbouw. Met de intrede van de melkrobot verandert er minstens zo veel, meent Piet. Voor de familie Lathouwers is er duidelijk een periode vóór en een periode na de komst van de melkrobot. Het vee gaat voortaan zijn eigen gang, maar ook de melkveehouder zelf is minder aan gezette tijden gebonden.

Attentielijsten

Jawel, ze gaan nog steeds trouw twee maal per dag naar de koeien. Al komt dat moment wat minder precies. En de momenten zijn flink korter dan de melkbeurten. Voorheen was het alleen al twee keer tweeënhalf uur melken, nu is het twee keer anderhalf uur de dieren verzorgen. Meestal pikt zoon Marcel dat op. Hij maakt dan een uitdraai van de attentielijsten, kijkt wat er niet in orde is en grijpt daar in. Hij maakt de boxen schoon, reinigt de robot en vervangt tegelijk de filters.
Rond half zeven “s ochtends gaat hij aan de slag, tegen achten zit hij aan het ontbijt. “s Avonds begint hij rond half zes, dan is hij om zeven uur afgewerkt. “En natuurlijk lopen we overdag ook zo nu en dan tussen de koeien”, zegt Piet. “Marcel nog vaker dan ik.” Dan worden er koeien nagekeken, klauwen bekapt, en natuurlijk gevoerd.

Flexibiliteit

Het is niet zozeer het minder aantal uren, maar vooral de flexibiliteit die veel rust brengt. Personeel heeft de familie nooit gehad. “maar we hadden het wel altijd druk toen we nog traditioneel melkten. Al hadden we maar de helft van de koeien van nu.”
En de koeien worden vaker gemolken. Drie keer per dag. De laagproductieven halen die drie keer niet helemaal, maar de hoogproductieven zitten aan 3,1, sommigen aan 3,2 maal daags. En die maken toch wel tweederde van de veestapel uit.
Met drie robots werden 190 koeien gemolken. De ervaring leert dat op een groot bedrijf waar je arbeid wilt besparen dit eigenlijk te veel is. “60 per robot blijkt in de praktijk dan het beste te functioneren”, weet Piet. “Als het te vol zit, blijft er een groep koeien achter. Met name de vaarzen komen niet aan de beurt.” Dus moest er een robot bijkomen. Vooral omdat het aantal koeien nog toenam. Nu krijgen de vier robots gemiddeld 54 koeien te verwerken. Of er ooit een vijfde robot bijkomt, valt nog te bezien. “Dat is aan Marcel”, zegt Piet. Wel staat al vast dat het ook in dat geval een Lely zal zijn.

Foto

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.