Home

Achtergrond 137 x bekeken 2 reacties

Ook ijsvogels verdienen aandacht van de Tweede Kamer

Waarom voeren we wel herten en heckrunderen bij en geen ijsvogels, die het de afgelopen wintermaanden ook zwaar hebben gehad? Volkert Vintges, directeur Gelderse Milieufederatie, meent dat ook andere dieren recht hebben op aandacht van politiek Nederland.

Met stijgende verbazing las ik in de krant dat de Tweede Kamer zich nu ook bemoeit met het al dan niet bijvoeren van wilde dieren in natuurgebieden. Waarschijnlijk hebben ze niets beters te doen nu ze alle onderwerpen controversieel verklaard hebben. Het adagium van de Tweede Kamer van de laatste jaren: decentraal wat kan, centraal wat moet, geldt klaarblijkelijk niet voor henzelf. Maar wat me het meest heeft verbaasd is de vraag waarom wel herten, konikspaarden en heckrunderen bijvoeren en waarom bijvoorbeeld niet ijsvogels?

In de winter van 2008-2009 overleed ongeveer de helft van de populatie ijsvogels in Nederland. Ook in de afgelopen maanden, met de strenge vorst, zal er een ware slachting hebben plaatsgevonden onder de ijsvogels. Het zou me niets verbazen als de populatie in twee jaar tijd met zo’n 80 tot 90 procent is gedecimeerd. De ijsvogels sterven massaal door voedselgebrek, doordat sloten, vijvers, vennen en beken zijn dichtgevroren en ze dan niet meer bij hun voedsel kunnen. Dit allermooiste Nederlandse broedvogeltje sterft daarbij een verschrikkelijke hongerdood.

En wat te denken van die schattige bosspitsmuizen of bosmuizen die geen winterslaap doen en elke dag heel veel moeten eten om alleen al hun kleine lichaampje op temperatuur te houden? Tijdens een lange vorstperiode leggen ze massaal het loodje. Maar ook andere dieren kunnen het heel zwaar hebben. Zo sterft jaarlijks zo’n 20 tot 30 procent van de dassen doordat ze worden aangereden. Hoeveel egels jaarlijks sterven onder de wielen van auto’s en andere voertuigen is niet bekend, maar het zijn gigantische aantallen. Vooral dassen zijn vaak niet meteen dood als ze worden aangereden. Ze slepen zich dan nog voort tot in de berm om daar op een verschrikkelijke wijze te bezwijken aan hun verwondingen.

Volgens een advies van een internationale commissie moet er pas boven een sterftecijfer van 30 procent ingegrepen worden. Maar waarom geldt dit alleen voor herten, koniks-paarden en heckrunderen en niet voor de ijsvogel? Ik stel voor dat bij de volgende lange vorstperiode er een bevel vanuit de Tweede Kamer komt om massaal wakken in het ijs te hakken en poelen te graven waarin we vissen loslaten als voer voor de ijsvogel.

Ook stel ik voor dat in alle natuurgebieden waar het sterftecijfer van bepaalde diersoorten als gevolg van aanrijdingen boven de 30 procent komt, bijvoorbeeld de maximum snelheid op de provinciale wegen wordt verlaagd naar 60 km/u zodat in ieder geval dassen, reeën en ander groter wild een kans heeft om voor de auto’s uit te vluchten.

Helaas ziet de werkelijkheid er anders uit. Alleen dieren met reebruine ogen kunnen zich verheugen in overmatige aandacht van de mens. Ook al lijdt een ijsvogel of das net zo veel als een hert, toch worden zij gewoon aan hun lot overgelaten. En wanneer het economisch belang in het geding is, zijn ook dieren mét bruine ogen niet veilig. Veel wegen in natuurgebieden worden toch niet verlaagd van 80 km/u naar 60 km/u. Bijvoorbeeld de weg tussen Garderen en Putten op de Veluwe, waar naast wilde zwijnen ook regelmatig mensen worden doodgereden. Hevig protest tegen het verlagen van de snelheid omdat een auto er dan gemiddeld twee minuten langer over doet om van Garderen naar Putten te komen, leidde ertoe dat politici het plan inslikten.

De dieren in de Oostvaardersplassen en de Veluwezoom hebben het grootste deel van het jaar een prima leven. Als ze dood gaan bijvoorbeeld door voedselgebrek dan is dat natuurlijk niet prettig. Maar zelfs de Dierenbescherming, in het verleden felle tegenstander van het beleid in de Oostvaardersplassen, is nu tot de conclusie gekomen dat het beleid van de terreinbeheerders zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten nog zo slecht niet is. Een prettig leven en een ellendige dood is nog altijd verre te prefereren boven een ellendig leven en een ’pijnloze’ dood zoals voor veel dieren in de bio-industrie geldt.

Deze opinie is eerder verschenen in de Volkskrant

Administrator

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Wim

    De grote grazers moeten bijgevoerd worden omdat zij niet over het hek dat om de Oostvaardersplassen heen staat kunnen komen. De ijsvogels hebben geen last van hekken. De zwakkere dieren onder hen zullen door natuurlijke vijanden snel aan een eind geholpen worden indien nodig. De grote grazers hebben geen natuurlijke vijanden. Daarom moet de veranwoordelijk beheerder de taak van de natuurlijke vijanden overnemen en ervoor zorgen dat in het gebied niet meer grote grazers lopen dan het gebied kan dragen wat betreft beschikbaar voedsel. In werkelijk ongerepte gebieden zoals bijvoorbeeld in Canada of Siberie komen ten hemel schreiende taferelen zoals in de Oostvaardersplassen niet voor. Ik vraag mij trouwens af of Theo van Gogh het eens zou zijn met Volkert Vintges wat betreft een prettig leven en ......?

  • no-profile-image

    Theo

    Onvoorstelbaar hoe die personen van de Milieufederaties er een draai aan geven .
    Dat zulk persoon directeur kan zijn .
    Wim geeft het hieronder al duidelijk aan.
    O.ja en natuurlijk is het eigenlijk alleen maar te doen om boeren te schofferen .

Of registreer je om te kunnen reageren.