Home

Achtergrond 141 x bekeken

Nederlandse agro-innovatie exportproduct van wereldklasse

Samenwerking is de sleutel tot innovaties binnen de landbouw in Nederland. Krijn Poppe en Henk van Latesteijn zijn van mening dat de kennis achter die innovaties een belangrijk exportproduct kan worden. Mits Nederland zich wel laat zien aan de wereld.

Nederland kan hét agrarisch laboratorium van de wereld zijn. Op verschillende plaatsen lopen nu al experimenten met het organiseren van een omgeving waarin innovaties kunnen bloeien. De vorming van Wageningen UR, het LNV-Innovatienetwerk en het innovatieprogramma TransForum zijn daar enkele voorbeelden van. Nederland loopt voorop in metropolitane landbouw: kennisintensieve agrarische productie voor en in de dichtbevolkte delta’s van de wereld. Daarbij komt het aan op samenwerking tussen onderzoekers, ondernemers, overheden en maatschappelijke organisaties.

De kracht van deze samenwerking blijkt bijvoorbeeld uit het Rondeel-ei dat komende zomer op de markt komt. Pluimveehouders, stallenbouwers, universiteiten en de Dierenbescherming hebben samen met TransForum een nieuw stalsysteem ontwikkeld waarin eisen aan dierenwelzijn zijn gecombineerd met criteria voor milieu, landschap, openstelling voor publiek en wensen van de pluimveehouder voor bijvoorbeeld een moderne inpakmachine. De extra investeringen zijn binnen afzienbare tijd terugverdiend. Dit ei kan een mooi nieuw exportproduct vormen. Maar ook het productiesysteem zelf en de wijze waarop je dat ontwikkelt zijn potentiële exportproducten.

Een schrijnend voorbeeld waar het maar niet lukt, is de mestproblematiek. Voor traditionele belangenbehartigers is mest een onwelkome kostenpost. En voor de traditionele milieuorganisaties een duidelijk teken dat Nederland te veel ’staarten’ telt. Door te kijken naar de mankementen van het oude systeem missen we kansen. Want het barst in ons land van de creatieve ideeën, waarbij varkenshouderij en mest helemaal niet meer worden gezien als een 'problematiek' maar als een essentieel onderdeel van de gedachte dat alle afval voedsel moet zijn voor een volgende stap.

Een oorzaak voor die negatieve houding staat beschreven in een recente studie van het LEI: de belangenbehartiging die van oudsher centraal heeft gestaan bij het organiseren van de sector. Vanuit die belangenbehartiging wordt ook nu weer de maatschappelijke en politieke discussie gevoerd. Nieuwe onderwerpen rond milieu en dierenwelzijn worden ingebouwd in de bestaande structuren. Daardoor worden zij onderdeel van het bestaande spel en houden de spelers elkaar in een ijzeren houdgreep. Zij zijn vooral druk bezig elkaar te wijzen op de nadelen van wat de andere partij beweert. Dat is niet slim vanuit het gezamenlijk belang: de Nederlandse agro-innovatie moet een exportproduct van wereldklasse worden. Kennisinstellingen, overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven hebben samen de sleutel in handen om van dit exportproduct een succes te maken.

Ten eerste moet het agrokenniscluster zich veel scherper profileren als een innovatielaboratorium van wereldklasse. Dat zorgt bovendien voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor de hoofdkantoren van de industrie, want komende decennia zullen die steeds meer fuseren tot grotere wereldwijde spelers. Ten tweede zal de Nederlandse politiek de unieke waarden van het agrocluster actief moeten uitdragen. Niet in de eerste plaats door geld beschikbaar te stellen, maar veel meer door het actief creëren van de noodzakelijke experimenteerruimte. Ten derde moeten de maatschappelijke organisaties niet aan de kant blijven staan. Zij vormen een belangrijke motor voor voortgaande vernieuwingen door zich constructief op te stellen. De industrie zou hen moeten beschouwen als misschien wel de belangrijkste partner in het ontwerpproces van nieuwe producten en diensten. Ten vierde zal het bedrijfsleven zelf de schouders moeten zetten onder het ontwikkelen van aansprekende showcases zoals de Zuidwestelijke delta als groen-blauw hart tussen havensteden met een klimaatopgave en een export georiënteerde precisielandbouw en Almere als geplande stad op nieuwe grond met diverse vormen van efficiënt geïntegreerde stadslandbouw.

Wij denken dat ons voorstel om Nederland duidelijker te positioneren als het agrarisch laboratorium van de wereld een belangrijke versterking van de nationale economie is. Door innovatie-processen te vernieuwen kunnen wij voorop lopen op weg naar een kennisintensieve bedrijfstak waarin met technologische precisie uit de natuur wordt geoogst. De kansen zijn er, nu nog de moed om ze aan te pakken.

Henk van Latesteijn is Algemeen directeur TransForum en Krijn Poppe is afdelingshoofd LEI Wageningen UR
Een uitgebreidere versie van dit artikel verscheen afgelopen zaterdag in Het Financieele Dagblad

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.