Home

Achtergrond 157 x bekeken

Intensiveren voor biobrandstof

Intensivering van de landbouw kan de negatieve effecten van de teelt van gewassen voor biobrandstoffen beperken.

Bijproducten van deze gewassen kunnen bovendien worden gebruikt als veevoer.

Dat stellen onderzoekers van het Planbureau voor de leefomgeving (PBL) in twee korte rapporten. Het zijn uitwerkingen van een eerdere notitie over indirecte effecten van biobrandstoffen.

In die notitie stelde het PBL dat biobrandstoffen niet altijd beter zijn voor het milieu dan fossiele brandstof. Dit omdat voor het telen van energiegewassen landbouwgrond nodig is. De kans is dan groot dat natuur wordt omgezet om voedsel te telen; hierbij komt CO2 vrij én het schaadt de biodiversiteit.

Deze negatieve neveneffecten kunnen worden gecompenseerd door de productie per hectare op te voeren, stelt het PBL nu. Dat kan door beter management of door andere gewassen te telen.

Ook het gebruik van meer kunstmest leidt tot hogere opbrengsten, maar kan tegelijk de uitstoot van broeikasgassen vergroten. Dit vraagt derhalve om het gedoseerd toedienen van kunstmest.

Bijproducten van energiegewassen als koolzaad of tarwe kunnen worden gebruikt voor veevoer, als alternatief voor soja. Als deze besparing wordt meegenomen, kan de hoeveelheid grond die nodig is voor energiegewassen met 50 tot 100 procent dalen.
Het PBL merkt wel op dat de verschillen per regio groot kunnen zijn. Stichting Natuur en Milieu noemde het klimaateffect van biobrandstoffen in een recent rapport per saldo negatief.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.