Home

Achtergrond 269 x bekeken

'Goed overleg met de buren is ook innovatie'

“Zorg dat de maatschappij je als sector relevant vindt. Dat is de belangrijkste boodschap voor de toekomst,” stelt Carel de Vries. “Praten met de buren over bouwplannen is net zo belangrijk als het plan zelf.”

Carel de Vries is programmamanager van het project Courage, dat werkt aan een innovatieve melkveehouderij op de lange termijn. Goed uitgestippeld overleg met de omgeving beschouwt hij als één van de belangrijke innovaties. “Net als totaal nieuwe stallen, gezonder vee en een energieleverende melkveehouderij.”

Courage richt zich op innovaties over de periode tot 2025. Het ministerie, de zuivelindustrie en de landbouworganisaties staan achter Courage. Het project wil ontwikkeling van de bedrijven en duurzaam opereren met elkaar verbinden. Enkele essentiële thema’s zijn het leveren van duurzame energie, dierenwelzijn en milieu en duurzaamheid.

Einde van ligboxenstal

Daarbij staat de melkveehouderij grote veranderingen te wachten. Volgens Carel de Vries vooral de stallenbouw: “Het begin van het einde van de ligboxenstal is ingezet. De toekomst is aan de vrijloopstal. Binnen een jaar of drie is zo’n stal echt een optie.” Dat wil niet zeggen dat boeren dan ineens massaal omschakelen. Dat gebeurt stap voor stap. Volgens de projectleider gaat er wel tien tot vijftien jaar overheen, voordat iedere veehouder bij nieuwbouw die stap serieus overweegt. Belangrijk aspect daarbij is de betaalbaarheid. Want hoe dan ook, met een schommelende melkprijs is het essentieel om de vaste kosten laag te houden. “Je moet je bedrijf ontwikkelen met zo min mogelijk vreemd vermogen. Bouw zo goedkoop mogelijk,” adviseert de projectleider. Aan die voorwaarden moeten nieuwe stalconcepten ook voldoen.

Koeientuin en hufter

Courage is zelf hard bezig met een eigen versie van de vrijloopstap: de koeientuin. Sinds vorig jaar is op een melkveebedrijf in het Drentse Zeijen te zien hoe zo’n koeientuin er ongeveer uit komt te zien: een stal met daarin bomen, struiken, veel licht en een boogconstructie, zoals die ook voor de serrestal wordt toegepast. Uitgangspunten zijn dierenwelzijn en milieu. Bij de koeientuin hoort straks een comfortabele ‘weidevloer’, waarop de koeien rondstappen alsof zij in een weiland lopen. Aparte ligboxen zijn niet meer nodig. In het Achterhoekse Beltrum is een proef aan de gang met zo’n vloer en met de daarbij behorende uitmestmachine met de bijzondere naam ‘De Hufter’. De weidevloer is opgebouwd uit een aantal lagen en afgedekt met een kunststof doek, dat vergelijkbaar is met het doek van een trampoline. Behalve het comfort voor de koe is een groot voordeel dat er naar verwachting bijna geen ammoniakuitstoot plaatsvindt. De urine gaat er gemakkelijk doorheen, de mest blijft op de vloer liggen en wordt verwijderd met de hufter. De gescheiden afvoer van mest en urine vermindert de ammoniakemissie en maakt een betere benutting van de meststoffen mogelijk. Beide experimenten zijn bedoeld om het nieuwe stalconcept praktijkrijp te maken. “De koeientuin is een aantrekkelijk concept. Het maakt de stal niet alleen aantrekkelijk voor de koe en de boer, maar ook voor de burger. Je ziet nu al dat veehouders moeilijk vergunning krijgen voor een gangbare stal vanwege het landschap. De koeientuin is dan een mogelijk alternatief.”

Gezondheid en welzijn

Courage is ook betrokken bij proeven van Livestock Research van Wageningen Universiteit met compost, zand, ingedroogde mest en slootbagger in de stal. Allemaal ter vervanging van ligboxen en betonnen roosters, die nadelig zijn voor de poten en klauwen van de koe. “We hebben de afgelopen dertig jaar geen vooruitgang geboekt op het vlak van gezondheid en levensduur van koeien. Dat moet veranderen. Gezondheid, levensduur en welzijn zijn de grote uitdagingen voor de toekomst,” geeft Carel de Vries de gedachtegang weer achter de nieuwe stalconcepten.

Dichtbij de samenleving

Hij legt bewust het accent op dierenwelzijn en milieu; onderwerpen die in de maatschappij in het brandpunt van de belangstelling staan. De projectleider benadrukt dat de melkveehouderijsector ervoor moet zorgen dat ze dichtbij de samenleving blijft staan en dat de sector ook waardering van die samenleving krijgt. “Dat is het allerbelangrijkste. Die maatschappij bepaalt of bedrijven de ruimte krijgen om te produceren en te groeien: de ‘licence to produce’.” In dat kader noemt hij een concreet voorbeeld: goed samenspel tussen veehouder en zijn omgeving bij het maken van plannen. “Wie zijn bedrijf wil vergroten of vernieuwen moet dat samen met de omgeving doen. Dat beschouwt hij als een bijzondere ‘innovatie’. Je ziet nu in de landbouwontwikkelingsgebieden welke spanningen er ontstaan als je iets groots en nieuws wilt neerzetten. De weerstand is groot. Dat kun je alleen oplossen door de omgeving bij de plannen te betrekken. Samen met omwonenden moet je het plan ontwikkelen. Dat is lastig en het heeft soms grote consequenties, maar uiteindelijk is het de beste oplossing. Het is uit de tijd dat je alleen een plan opstelt en afwacht of je goedkeuring krijgt.” Courage start op dat vlak met een aantal experimenten om te zien hoe dat proces van samen ontwikkelen het beste in goede banen te leiden valt.

Met zorg werken aan een goed imago

Verder is het in de visie van de ‘innovator’ noodzakelijk dat melkveehouders zich realiseren hoe ze de samenleving van dienst kunnen zijn. “Dat is meer dan het leveren van standaardmelk, want dat kan elke veehouder waar ook ter wereld, of het nu in Polen of in Australië is. Dat maakt de consument weinig uit. Om zijn plaats te behouden zal de melkveehouder moeten laten zien hoe hij sociaal, maatschappelijk en ruimtelijk een rol ten gunste van de maatschappij kan spelen. De melkveehouderij mag absoluut niet van die maatschappij vervreemden.” De melkveehouderij moet veel zorg besteden aan haar imago. Nieuwe bedrijfsconcepten en diensten ontwikkelen, waardoor je voor de maatschappij aantrekkelijk blijft. Je moet ervoor zorgen dat de maatschappij je als sector relevant vindt. Dat is de belangrijkste boodschap voor de toekomst. De sector heeft een goed imago, hou dat en versterk dat. Laat actief zien dat je vernieuwt, anders drijf je af van de samenleving.” Daarbij is er één grote valkuil, stelt Carel de Vries: “Je moet ervoor oppassen dat de samenleving je niet vastnagelt op Ot en Sien, de tijd van vroeger. Zorg ervoor dat je nieuwe diensten aanbiedt die de samenleving aanspreken.”

Groene melk

De projectleider ziet goede kansen voor een melkveehouderij die een belangrijke rol blijft spelen in de maatschappij. Bovenaan zijn lijst staat het leveren van duurzame energie uit mest, biomassa, zon en wind. “Als we de samenleving kunnen laten zien dat we energieneutraal opereren, is dat een geweldig winstpunt. Op je pak melk kun je dan zetten dat melk is geproduceerd zonder dat energiebronnen van buiten de sector zijn gebruikt. Dan heb je groene melk.” Het is mede een antwoord op de klimaatdiscussie, waarbij de melkveehouderij met zijn methaanuitstoot in het beklaagdenbankje zit. “Dat moeten we ombuigen door van methaan een kans te maken. Dankzij mestvergisters kunnen we er energie uit maken. Overigens moeten we wel ervoor zorgen dat die methaanuitstoot omlaag gaat, via het voer en nieuwe technologie,” redeneert Carel de Vries.

Duurzame energie

Het idee van Courage is dat veehouders massaal aan de mestvergisting en biomassa gaan, windmolens zetten, zonnepanelen op het staldak plaatsen en een grote batterij neerzetten om energie op te slaan. Met dat laatste start dit voorjaar een proef met een zogeheten redoxflowbatterij op een bedrijf in het Gelderse Vierakker. Het gas en de elektriciteit die veehouders winnen leveren ze aan diverse partijen in de keten: de zuivelfabriek, het RMO-transport, de eigen trekkers en melkmachines draaien erop en binnenkort draait ook de veevoerfabriek op duurzame energie van melkveehouders. De veehouders zouden ook aan andere bedrijven of aan woonwijken kunnen leveren – en dat gebeurt al – maar Courage heeft een voorkeur voor de eigen keten. “Dan houden we verdiensten ook in die keten en kunnen we ze onderling verdelen,” argumenteert Carel de Vries. Bovendien valt zo voor de zuivel een mooie pr-boodschap te vertellen: kijk eens consument: onze melk is energieneutraal en we zijn hard bezig met duurzaamheid en vergroening. Dat past in zijn gedachtegang dat Nederlandse melk een ‘plus’ moet hebben. We moeten naar kwaliteit en toegevoegde waarde, want in andere delen van Europa kan melk voor een lagere prijs worden geproduceerd. We moeten iets toevoegen waardoor onze melk en zuivel interessanter is voor de consument. Dat kan groene melk zijn, maar ook melk met gezonde vetten, zoals Friesland Campina nu op de markt brengt.”

Ander toekomstbeeld

Voor de projectleider van Courage is robotisering ook een innovatie, maar die is al volop aan de gang. Vernieuwing ontstaat ook doordat melkveebedrijven andere wegen inslaan; de één in verbreding, de ander puur in melkproductie. Daar vloeien andere bedrijfsmodellen met andere businesspartners en klanten uit voort en dus ook anders ingerichte bedrijven. “We moeten ons daarover een goed toekomstbeeld
vormen. Dat zal anders zijn dan de huidige melkveebedrijven.”

Foto

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.