Home

Achtergrond 394 x bekeken

Exploitatie windturbine is fiscaal een onderneming

De exploitatie van een windturbine is fiscaal een onderneming.

Dit is de uitkomst van een tweetal – vrijwel gelijke – procedures. De Hoge Raad beslist dat de inkomsten zijn belast in box 1 als winst en niet in box 3. Door deze uitspraken is er duidelijkheid gekomen over hoe de belastingheffing uitpakt bij de exploitatie van windturbines.

Kort samengevat is een van de twee uitspraken van de Hoge Raad de volgende:

Belanghebbende, X, exploiteert samen met zijn echtgenote een bloemenkwekerij in maatschapverband. In het jaar 2001 investeert hij in de aanschaf van een windturbine, die hij laat plaatsen op zijn privégrond. X heeft de opgewekte elektriciteit bij voorbaat verkocht aan een nutsbedrijf. In zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2002 heeft X de windturbine gerekend tot box 3.

De inspecteur stelt zich op het standpunt dat de inkomsten uit de windturbine zijn aan te merken als winst uit onderneming. Hof Amsterdam volgt, anders dan Rechtbank Haarlem, de opvatting van de inspecteur. X stelt beroep in cassatie in. Volgens Advocaat-generaal (A-G) Niessen vormt deze productie van elektriciteit naar haar aard een onderneming. De A-G adviseert de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond te verklaren.

De Hoge Raad sluit zich aan bij de conclusie van A-G Niessen. De windturbine vormt een productie-inrichting voor het opwekken van elektriciteit, welk product door X in het economische verkeer wordt gebracht. De opbrengst die X geniet is van een andere aard dan de vergoeding die X zou hebben ontvangen bij verhuur van de turbine aan een derde die deze zou aanwenden in het kader van zijn energieproductiebedrijf. X geniet als opbrengst een prijs voor het in de bedoelde inrichting voortgebrachte en verkochte product.

Het op deze wijze met een productie-inrichting van deze omvang deelnemen aan het economische verkeer is aan te merken als het drijven van een onderneming. Het feit dat, in verband met de aard van de bedrijfsvoering, de daarbij te verrichten hoeveelheid arbeid gering is, doet daaraan niet af. Het beroep in cassatie is ongegrond.

Meer informatie: Hoge Raad, 23 april 2010, nummers. 08/04843 en 08/05321

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.