Home

Achtergrond 925 x bekeken

Vrijval doorgeschoven pachtersvoordeel bij verkoop grond belast

Pachtersvoordelen vallen in principe niet onder de werking van de landbouwvrijstelling en zijn belast.

Dit is de kern van een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag.

Kort samengevat is de uitspraak van de rechtbank de volgende:

Belanghebbende heeft samen met zijn echtgenote het landbouwbedrijf van zijn vader en een oom overgenomen. Tot de overgedragen onroerende zaken behoorden onder meer landbouwgronden waar een zogenoemd eerste pachtersvoordeel op rustte. Een eerste pachtersvoordeel ontstaat, indien een pachter destijds de grond in verpachte staat gekocht heeft van een derde. Een derde wil zeggen,dat deze niet behoort tot de in het Besluit van 4 december 2000, nr. CPP2000/2075M ('Pachtresolutie'), genoemde familiekring. De overdracht van deze grond aan belanghebbende en zijn echtgenote zou normaal gesproken heffing over dit pachtersvoordeel tot gevolg hebben.In het kader van de 'Pachtresolutie' kan deze heffing echter worden overgedragen aan de bedrijfsopvolger. Voorwaarde is wel dat deze opvolger van bovenbedoelde familiekring deel uitmaakt. De grond wordt dan bij de opvolger voor de vrije waarde geactiveerd, terwijl het doorgeschoven pachtersvoordeel van de voorganger op de creditzijde van de balans wordt opgenomen. Wordt deze grond (gedeeltelijk) verkocht, dan zal dit doorgeschoven pachtersvoordeel (naar rato) vrijvallen, en tot de winst moeten worden gerekend. Slechts bij een nieuwe bedrijfsopvolging binnen de familiesfeer kan dit voordeel naar de opvolger worden doorgeschoven. Daarmee wordt heffing andermaal uitgesteld.

Belanghebbende en diens echtgenote besluiten enige tijd na deze overdracht om hun bedrijf te verplaatsen, waarbij de onderhavige grond verkocht werd. Gemachtigde is van mening dat het pachtersvoordeel dan onbelast naar het nieuwe bedrijf kan worden overgeheveld. De inspecteur denkt daar anders over, en wenst dit voordeel in de heffing te betrekken. Uiteindelijk leidt dit via vooroverleg, aanslagregeling en bezwaar tot een procedure voor de Rechtbank ‘s-Gravenhage. Belanghebbende gaat hierbij voor meerdere ankers liggen. Hij wenst onder andere toepassing van de ruilgedachte en de herinvesteringsreserve. De rechtbank stelt zich op het standpunt dat het doorgeschoven pachtersvoordeel niet voor laatstgenoemde toepassing in aanmerking komt. Onder andere omdat dit pachtersvoordeel niet als een op de verkochte grond ontstane stille reserve is te beschouwen. Deze is namelijk reeds gevormd bij de voorganger. En bij de verkrijging door belanghebbende en diens echtgenote is de boekwaarde van deze grond niet verlaagd met het doorgeschoven pachtersvoordeel.Op basis van bovengenoemd besluit (met name de bijbehorende ‘voorwaarden’) moeten deze boekwaarde en het doorgeschoven pachtersvoordeel in dit opzicht juist los van elkaar gezien worden. Ook andere door gemachtigde genoemde gronden, zoals het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel alsmede toepassing van de hardheidsclausule worden door de rechtbank afgewezen. Als gevolg van de verkoop van de grond, moet het doorgeschoven pachtersvoordeel dan ook in zijn geheel in de winst worden opgenomen.

Meer informatie:
Rechtbank ’s-Gravenhage van 18 februari 2010 (AWB 08/2141)

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.