Home

Achtergrond 160 x bekeken

Stijging WEVAB grasland belast

Een melkveehouder krijgt geen landbouwvrijstelling over de waardestijging van de WEVAB (waarde in het economisch verkeer bij voortgezette agrarische bedrijfsuitoefening) in de periode 12 april 1996 tot 15 april 2002.

Dit omdat de wijzigingen van de WEVAB in deze periode de melkveehouder zelf niet meer aangingen. De grond was immers in 1996 al verkocht terwijl de juridische levering pas in 2002 plaatsvond.

Kort samengevat is de uitspraak van het Hof Arnhem de volgende:

Belanghebbende exploiteert in maatschapsverband een melkveehouderij. Tot het ondernemingsvermogen behoort grasland. Dit grasland is op 12 april 1996 aan een derde verkocht en op 15 april 2002 geleverd. De WEVAB van het grasland bedroeg per 12 april 1996 € 199.136 en per 15 april 2002 € 398.211. Voor de berekening van het gedeelte van de winst dat onder de landbouwvrijstelling valt wenst belanghebbende uit te gaan van de WEVAB per 15 april 2002 (€ 398.211).

De inspecteur, Rechtbank Arnhem en het hof zijn het daar niet mee eens. Volgens het hof is sprake van een door belanghebbende gesloten overeenkomst onder ontbindende voorwaarde. Het belang bij de waardeverandering van het grasland ging in de periode 12 april 1996 – 15 april 2002 belanghebbende niet meer aan. Eventuele wijzigingen in de WEVAB in die periode kwamen niet voor rekening en risico van belanghebbende. Van een vrijgesteld voordeel voor belanghebbende is dan ook geen sprake. Het hoger beroep wordt vervolgens ongegrond verklaard.

Meer informatie:
Hof Arnhem 12 januari 2010, 08/00602, LJN BL0265
Rechtbank Arnhem 6 november 2008, nummer AWB 08/474

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.