Home

Achtergrond 206 x bekeken

Oma schenkt aan kleinkind in plaats van aan kind

Hof Amsterdam heeft onlangs beslist dat door een bepaling in de schenkingsakte oma feitelijk aan haar kleinkind had geschonken in plaats van aan haar kind.

Hierdoor is er meer schenkingrecht verschuldigd.

De aan het Hof Amsterdam voorgelegde zaak is kort samengevat de volgende:

Oma, kind en kleinkind hebben in 2003 samen een onderhandse akte ondertekend, waarin oma een schenking deed aan haar kind van € 20.000. Daarbij was onder andere de volgende voorwaarde geformuleerd: het kind dient als schenker een bedrag van € 20.000 vrij van recht te schenken aan het kleinkind. De inspecteur was van mening dat het kleinkind als lastbevoordeelde een schenking van oma had ontvangen in plaats van een schenking van haar moeder. Dit heeft gevolgen voor het tarief en de vrijstelling die van toepassing zijn. Volgens de inspecteur moest de schenking worden belast tegen het kleinkindtarief (destijds tariefgroep 1a, opslag 60%) en had het kleinkind geen recht op een vrijstelling. Het kleinkind daarentegen stelde dat ze een schenking had ontvangen van haar moeder, die binnen de eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen tussen 18 en 35 jaar viel.

Volgens het hof was in dit geval sprake van een derdenbeding in de zin van het Burgerlijk Wetboek. Omdat het kleinkind de akte mede had ondertekend, had het kleinkind het derdenbeding aanvaard. Voor de Successiewet betekende dit, dat het kleinkind feitelijk een schenking van oma had ontvangen, die moest worden belast tegen het kleinkindtarief (tariefgroep 1a, opslag 60%). Klaarblijkelijk was het de bedoeling dat het kleinkind € 20.000 zou krijgen ten laste van het vermogen van oma. En de fiscaliteit sluit aan bij de feitelijke gang van zaken.

Let op bij tweetrapsmakingen in schenkingsakten of testamenten!

Het kleinkindtarief kan ook tot een onnodig fiscaal nadeel leiden bij zogenoemde tweetrapsmakingen in schenkingsakten of testamenten. Een tweetrapsmaking is een civielrechtelijke regeling om een opvolgende verkrijger (verwachter) aan te wijzen. Een tweetrapsmaking kan zeker nut hebben in situaties van gescheiden ouders, waarbij de tweede echtgenoot in eerste instantie vermogen erft dat vervolgens na het overlijden van die tweede echtgenoot, weer toekomt aan de eigen kinderen van de insteller van de regeling. In de situatie ouders-kinderen-kleinkinderen kan echter een fors fiscaal nadeel ontstaan, indien het kind toch al de bedoeling had gehad om zijn verkrijging van de grootouder te laten vererven naar zijn kind (het kleinkind). Door een goedbedoelde inmenging van een grootouder kan een tweetrapsmaking in die situatie tot een onnodig hoge belastingaanslag leiden.

Dit kan eenvoudigweg worden voorkomen door een goede redactie van de tweetrapsmaking. Zo kan de erflater/schenker als voorwaarde aan de tweetrapsmaking toevoegen dat de regeling alleen van toepassing is, indien het kind een andere verkrijger voor de nalatenschap van de grootouder aanwijst dan het kleinkind. Met andere woorden, indien een kind in zijn testament of bij zijn schenking aangeeft dat het kleinkind de verkrijging van de grootouder moet krijgen na het overlijden van het kind, vervalt de tweetrapsmaking en verkrijgt het kind de nalatenschap van de grootouder tegen het gunstige ouder-kindtarief (tariefgroep 1). Doordat het kind de wens van de grootouder overneemt in het eigen testament, wordt het kleinkind beloond met een gunstig ouder-kindtarief

Meer informatie: Hof Amsterdam, 11 februari 2010, nummer 08/01104

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.