Home

Achtergrond 343 x bekeken

Betaling op grond van meerwaardeclausule niet aftrekbaar

De Hoge Raad beslist dat het bedrag wat een melkveehouder op grond van de meerwaardeclausule heeft betaald aan zijn broers niet aftrekbaar is.

Omdat de melkveehouder het quotum waarop de meerwaardeclausule ziet geruisloos heeft overgenomen van vader komt een aftrek niet in beeld. Dit is volgens de Hoge Raad een redelijke uitleg van de faciliteit van de geruisloze doorschuiving.

Kort samengevat is de uitspraak van de Hoge Raad de volgende:

Belanghebbende (X) exploiteert in maatschapsverband met zijn vader (A) een melkveehouderij. Op 1 april 1991 neemt belanghebbende het aandeel van zijn vader in de maatschap fiscaal geruisloos over. Hierbij wordt een meerwaardeclausule overeengekomen. Belanghebbende verkoopt in 2002 melkquotum. Op grond van de meerwaardeclausule moet belanghebbende € 187.211 aan zijn broers betalen. Hij brengt dit bedrag in mindering op de winst. De inspecteur vindt dat de doorbetaling niet aftrekbaar is. Hof Arnhem beslist dat een redelijke uitleg van de faciliteit van geruisloze doorschuiving met zich brengt dat belanghebbende bij de verkoop van het melkquotum in 2002 moet afrekenen over de doorgeschoven overdrachtswinst van A. Volgens het hof heeft hetgeen belanghebbende in 2002 aan zijn broers heeft voldaan namelijk volledig betrekking op de waardeaangroei van het melkquotum bij A. Het bedrag van € 187.211 is niet aftrekbaar.

De Hoge Raad beslist dat hetgeen belanghebbende op grond van de meerwaardeclausule heeft betaald niet aftrekbaar is. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat hetgeen belanghebbende in 2002 aan zijn broers heeft voldaan volledig betrekking heeft op de waardeaangroei van het melkquotum bij A. De Hoge Raad verklaart belanghebbendes beroep in cassatie ongegrond.

Meer informatie: Hoge Raad, 19 maart 2010, nummer 09/02014

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.