Home

Achtergrond 159 x bekeken

Aanpassing besluit overheidsingrijpen

Het Directoraat-generaal Belastingdienst afdeling Brieven en beleidsbesluiten heeft aangekondigd dat in het dit jaar nieuw uit te brengen besluit over de toepassing van de herinvesteringsreserve (HIR) een aanpassing komt met betrekking tot het begrip 'overheidsingrijpen'.

De aanpassing gaat over de bewijslastverdeling bij bepaalde regelingen die de mogelijkheden van voortzetting of uitbreiding van de onderneming in belangrijke mate beperken.

Hieronder is het bericht van het Directoraat-generaal opgenomen:

'Overheidsingrijpen. Bewijslast bij bepaalde regelingen die de mogelijkheden van voortzetting of uitbreiding van de onderneming in belangrijke mate beperken (art. 3.54, twaalfde lid, onderdeel b).'

Indien een bedrijfsmiddel wordt vervreemd is onder voorwaarden de vorming van een herinvesteringsreserve mogelijk (art. 3.54 Wet IB 2001). Indien de vervreemding een gevolg is van overheidsingrijpen dan gelden bepaalde versoepelingen. Het begrip overheidsingrijpen is gedefinieerd in art.3.54, twaalfde lid, Wet IB 2001. Een van de gedefinieerde vormen van overheidsingrijpen is: ‘een besluit, daaronder begrepen een regeling, op het gebied van ruimtelijke ordening, natuur of milieu van een publiekrechtelijke rechtspersoon dat de mogelijkheden om de onderneming of een gedeelte daarvan op de huidige locatie in de huidige vorm voort te zetten of uit te breiden in belangrijke mate beperkt’ (art.3.54, twaalfde lid, onderdeel b, Wet IB 2001). De bewijslast dat hiervan sprake is, rust op de belastingplichtige.

Er geldt evenwel een bewijsvermoeden dat een vervreemding binnen drie jaren na de inwerkingtreding van een dergelijk besluit geacht wordt een vervreemding te zijn als gevolg van (die vorm van) overheidsingrijpen (art. 3.54, dertiende lid, Wet IB 2001). Ook als de vervreemding door bijzondere omstandigheden nà drie jaar plaatsvindt terwijl daaraan binnen drie jaren reeds een begin van uitvoering is gegeven, geldt dit bewijsvermoeden.

Is sprake van een vervreemding na drie jaren terwijl er geen sprake is van bijzondere omstandigheden en een begin van uitvoering binnen drie jaren, dan geldt de normale bewijslast weer. Dat betekent dat in die gevallen de belastingplichtige aannemelijk moet maken dat de vervreemding een gevolg is van een besluit, daaronder begrepen een regeling, op het gebied van ruimtelijke ordening, natuur of milieu van een publiekrechtelijke rechtspersoon dat de mogelijkheden om de onderneming of een gedeelte daarvan op de huidige locatie in de huidige vorm voort te zetten of uit te breiden in belangrijke mate beperkt.

In het beleidsbesluit van 16 december 2009, nr. CPP2009/83, is opgenomen dat de volgende regelingen in ieder geval zijn aan te merken als een besluit in de zin van art.3.54, twaalfde lid, onderdeel b, Wet IB 2001:
- Gemeentelijke bestemmingsplannen;
- Provinciale inrichtings- of reconstructieplannen die verband houden met de natuurontwikkeling in het kader van de ecologische hoofdstructuur;
- Provinciale aanwijzing van gebieden in de zin van de Wet ammoniak en veehouderij;
- Rijksaanwijzing van gebieden in de zin van de Natuurbeschermingswet 1998;
- Ruimte voor Ruimteregeling (in de provincie Zuid-Holland) en de Rood voor Roodregeling (een vergelijkbare regeling als de Ruimte voor Ruimteregeling elders in het land).
Een aantal van deze regelingen is in werking getreden op een tijdstip dat ligt meer dan drie jaren voorafgaande aan het besluit. Vervreemdingen die na de publicatie van het beleidsbesluit hebben plaatsgevonden, vallen dus niet meer onder het bewijsvermoeden van het dertiende lid . Dat betekent dat de belastingplichtige aannemelijk moet maken dat de vervreemding een gevolg is van – bijvoorbeeld – de Rood voor Roodregeling .Ook hiervoor geldt dat waar twijfel mogelijk is, de inspecteur dit met enige soepelheid zal beoordelen.

Bovenstaande zal in een dit jaar te verschijnen nieuwe versie van het herinvesteringsreservebesluit worden verduidelijkt.

1. Ervan uitgaande dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden en een begin van uitvoering binnen drie jaren na de publicatie van die regelingen.
2. Het is dus niet zo dat in een dergelijk geval door het tijdsverloop in het geheel geen sprake meer kan zijn van overheidsingrijpen.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.