Home

Achtergrond 456 x bekeken 5 reacties

Zorgboerderij niet volwassen

Zorgboerderijen ontberen goed keurmerk. toch een vereiste voor vertrouwen.

Er zijn nog steeds boeren die een beetje smalend kijken naar zorgboerderijen. In hun optiek is dat toch niet het echte werk. Meer een middel om als bedrijf het hoofd nog even boven water te houden. Dat is onterecht. Het aantal zorgboerderijen is in Nederland in tien jaar gegroeid van 200 naar 1.000. Getalsmatig is het daarmee een volwaardige tak binnen de landbouw geworden. Zeker tegen de achtergrond van het feit dat zelfs bij de huidige 1.000 zorgboerderijen de vraag nog groter is dan het aanbod. Er is dus markt voor. Dan past die smalende blik niet.

Wat je wel kunt stellen is dat deze tak van sport nog niet volwassen is. Wat is een zorgboerderij, waar moet je als zorgboer aan voldoen? Die vragen blijven onvoldoende beantwoord. Dat realiseert de agrarische zorgsector zich terdege. Daarom wordt er nu gewerkt aan aanscherping van het bestaande keurmerk van de Stichting Verenigde Zorgboeren. Het huidige keurmerk is te algemeen en niet streng genoeg. Bovendien is het keurmerk niet verplicht. Van de 750 bij de Stichting aangesloten boeren hebben maar 94 zo’n keurmerk. Dat schept natuurlijk geen vertrouwen.

Wat er moet gebeuren, is dat het keurmerk nieuwe stijl verplicht wordt. Het moet precies aangeven wat een zorgboerderij is en aan welke criteria de zorgboer moet voldoen. En het moet sancties op kunnen leggen als zorgboeren daar niet aan voldoen. Wel moet de Stichting voorkomen dat ze het keurmerk nieuwe stijl zó optuigt dat het verwordt tot een bureaucratisch gedrocht, waarbij élke stap en handeling wordt vastgelegd in handboeken. De algemene zorgsector is daar veel te ver in doorgeschoten, is ook de veelgehoorde klacht vanuit praktische zorgverleners.

Maar dit alles laat onverlet dat een geloofwaardige sector van zorgboerderijen moet toegroeien naar een vertrouwenwekkende positie. Een goed keurmerk is daarbij een eerste vereiste.

Foto

Rochus Kingmans

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Henk Kooistra

    Gaarne wil ik reageren op uw hoofdredactioneel artikel, boerderij16/2, 'Zorgboerderij niet volwassen'.
    Er worden hier dermate onlogische conclusies getrokken, dat een reactie niet te vermijden is.

    De auteur, Rochus Kingman, steekt eerst de loftrompet over de zorgboerderijen en hun groei in aantal, in enkele jaren van 200 naar 1000 en begint zich vervolgens van alles af te vragen. Wat is eigenlijk een zorgboerderij, waaraan moet een dergelijke instelling voldoen en dergelijke.
    Dat mond vervolgens uit in een pleidooi voor een (aangescherpt) keurmerk. Dat heeft het stralend logische dat men wel vaker aantreft bij verwarden. Temeer, daar van de 750 aangeslotenen bij de Stichting Verenigde Zorgboerderijen er slechts 94 zo'n keurmerk bezitten, terwijl 90 % van de zorgboeren daar kennelijk geen behoefte aan heeft. De conclusie zou dan ook logischerwijs moeten zijn, dat er geen enkele behoefte is aan zo'n keurmerk en dat de regulateurs in dit geval maar even moeten passen. Maar ja, stel je voor: een bedrijfstak die groeit en bloeit, zonder keurmerk en bijbehorende inspecteurs natuurlijk, dat spreekt!, dat is in dit land natuurlijk onbestaanbaar.
    De heersende gedachte achter deze wartaal is, dat als men maar voldoende regels stelt, het dan beter zal gaan. En hoe vaak ook het tegendeel blijkt, hoe geweldig het in een sector ook gaat, hoe vaak ook door regelgeving de creativiteit en inventiviteit van ondernemers de nek om wordt gedraaid, het moet en zal die kant op. Besef toch, dat overbodige regels en certificaten van elke artiest een calculerende overtreder maken!

    Aan het slot stelt de auteur nog, dat de sector moet moet evalueren van een geloofwaardige sector naar een vertrouwenwekkende positie. Wat is dit voor kromtaal? Wat is het verschil tussen beide? En als dat er niet is, wat zal het onvermijdelijke keurmerk dan toevoegen? Eerst maar eens een keurmerk voor de taalvaardigheid en leesbaarheid van redacteuren, is mijn voorstel.

  • no-profile-image

    Han

    Kooistra. Hier heb je een punt. Certificering betekent echt niet dat de qualiteit beter wordt. Ik weet 1 ding zeker, het zal veel goed willende zorgboerderij boeren weerhouden hun goede werk voort te zetten. De gedachte mee rtijd kwijt te zijn aan papier en koffie drinken met inspecteurs dan begeleiden van je klanten. Deze frustratie kom ik op veel vlakken van de gezondheidszorg tegen. Nu roept Kingma goedbedoeld nog meer >bureaucratie< op die kosten verhogend en demotiverend werkt.

  • no-profile-image

    Henk Kooistra

    Han,

    Voor de goede orde: ik ben geen zorgboer en heb geen idee wat het beoogde keurmerk precies inhoud. Wat mij bezighoud is, dat zo'n redacteur maar van alles steld, zonder enige logica of bewijs. Als hij bijvoorbeeld schrijft: "dat schept natuurlijk geen vertrouwen" dan is dat niet op het voorgaande gebaseerd, het woord "natuurlijk" moet het hem doen.

    Vervolgens gaat hij verder met wat er moet gebeuren. Maar ook dat is nergens op gestoeld, sterker, niets wijst er op dat er zonder keurmerk geen vertrouwen is in de werking van de sector: men groeit immers tegen de klippen op. Het gestelde is in die zin het tegendeel van de waarheid en vermoedelijk een goed voorbeeld van het toeschrijven naar een vooraf vaststaande gedachte.
    Men mag van een redacteur toch verwachten dat er enige logische opbouw zit in het geschrevene.

  • no-profile-image

    Roelof

    Om een keurmerk te verkrijgen moet er een epistel van circa 50 pagina's ingevuld worden, met een boel vragen die steeds opnieuw gesteld worden, hier zit natuurlijk niet iedereen op te wachten. Dan gaat de vrijheid blijheid er wel direct goed vanaf. Men kan beter de vooruitgang van de cliënten toetsen, die er zeker is.

  • no-profile-image

    Theo Smeulders

    Zorgboerderij De Eburon is in 2006 ontstaan in de gemeente Bergeijk. De Eburon richt zich op jongeren en jong volwassenen met diverse achtergronden, aandoeningen en/of hulpvragen. Het is een zorgboerderij, welke zich profileert als een leer-/ werkbedrijf. Ook is De Eburon één van de 94, bij de stichting verenigde zorgboeren aangesloten, zorgboerderijen die het kwaliteitskeurmerk bezit.

    Toch vinden wij het moeilijk om ons als professionele zorgaanbieder te profileren, net als vele andere zorgboerderijen en samenwerkingsverbanden daaromheen. Het imago van de zorgboerderij laat, op dat vlak, dan ook te wensen over. De discussie hierover wordt gevoerd op thema´s als professionaliteit en identiteit. Naar mijn idee wordt deze discussie echter gevoerd met de verkeerde mensen en op een weinig constructief niveau.

    Op de eerste plaats hadden er al lang duidelijke normen, wetten en regels op dit gebied geformuleerd moeten zijn. In plaats daarvan wordt er al jaren gediscussieerd over wanneer een zorgaanbieder nu een zorgboerderij is. Wat hierin steekt is, dat de conservatieve boer hierop de claim legt. De stichting verenigde zorgboeren en de LTO organisaties lijken deze claim, getuige de naam alleen al, te steunen. De nadruk wordt gelegd of het feit dat wij boeren zijn en op de agrarische activiteiten. In een interview met zorgboer Hans Nijland bijvoorbeeld, gepubliceerd in het blad Boerderij zegt deze: ´je moet in elk geval boer of tuinder zijn, om een goede zorgboer te kunnen zijn, anders ben je misschien wel een goede hulpverlener, maar geen zorgboer´. Hierop volgt een betoog dat op andere bedrijven geen ´echte´ arbeid wordt verricht en dat hij een opleiding niet noodzakelijk acht. In ditzelfde artikel staat te lezen dat, de stichting verenigde zorgboeren hierin meegaat en nadenkt over een naam voor ´andere´ zorgboerderijen om het onderscheid tussen een zorginstelling met en zonder landbouwtak te maken. Hierbij wordt sterk het gevoel gewekt, dat het hier gaat om minderwaardige concepten, die teveel naar zorg neigen en te weinig naar boerderij.

    Er wordt echter al onderscheid gemaakt in vijf verschillende typen zorgboerderijen. Hierin staat de verhouding tussen zorg en landbouw beschreven en tevens het uitgangspunt behorende bij dit type zorgboerderij. Is dit niet voldoende? Moeten we vervolgens niet zoeken naar overeenkomsten, zodat er via uniformiteit een sterke identiteit voor de zorgboerderij ontstaat? Is het niet zo dat alleen dan een marktpositie ontstaat, die voor de individuele zorgboerderij met haar kleinschalige zorg niet mogelijk is? Ik ben het er volledig mee eens dat er strikte voorwaarden moeten worden gesteld aan het opstarten van een zorgboerderij of aan welke particuliere zorgaanbieder dan ook. Zelfs de naam/ vorm mag daarbij worden beschermd. Er moeten echter wel gelijke kansen worden gecreëerd voor mensen die zo een onderneming willen starten. De zorgboerderij mag nu al, enkel worden gestart met een agrarische bestemming op de locatie. Dat er agrarische activiteiten plaats vinden is dan aannemelijk. De vorm of intensiteit daarvan ligt besloten in de type beschrijvingen. Of men nu een selfmade agrariër is of van huis uit is daarbij onbelangrijk. Bovendien is ook het kader van de agrarische activiteiten, door de toegepaste verbrede landbouw onbegrensd geworden en laat de zorgboerderij nu onderdeel uitmaken van diezelfde verbrede landbouw. Deze verbrede landbouw bestaat overigens, omdat er traditionele boeren klagen, dat er geen droog brood mee te verdienden is. Waarom dat niet van zorg je corebusiness maken in aansluiting op je agrarisch bedrijf met een andere functie?


    Er bestaat desondanks maar een echte zorgboerderij ,zo blijkt, en dat is die van de traditionele boer, die deze traditionele opvattingen wel weet te verkopen maar niet de professionele zorg. Dit gaat al mis bij de opvatting, dat iedereen hulpverlener kan zijn, maar geen boer (deze opvatting heerst helaas niet alleen bij de heer Nijland). Op basis daarvan wil de boer het alleenrecht claimen op de term zorgboerderij.
    De hele discussie over professionaliteit en kwaliteit strand op het feit dat men wil laten zien kwaliteit in huis te hebben, maar zich hiervoor niet wil bekwamen. Geen opleiding en geen procesmatige veranderingen. De zorgklant maakt gewoon deel uit van de koehandel en levert eenzelfde rendement. Je krijgt respect en aandacht en deze wordt afgerekend. In enkele gevallen is dit voldoende, maar er zijn ook gebruikers/ doelgroepen die begeleiding/ training vragen gericht op hun chronische aandoeningen. Deze mensen functioneren niet als koeien en vragen deskundige begeleiding. Worden deze mensen uitgesloten van het concept zorgboerderij of willen we ook deze groep mensen een kans geven? Blijkbaar is voor sommige zorgboeren exclusiviteit toch belangrijker dan bereik, kwaliteit en effectiviteit. Naar mijn idee, zouden juist deze zorgboerderijen uitgesloten moeten worden.

    De boer zou, naar mijn mening, meer zijn best moeten doen om zorg te verkopen en daarom minder de nadruk leggen op het boer zijn. Het concept zorgboerderij is een uniek product, dat best mag worden benoemd, maar wanneer je de zorg wil verkopen zul je aansluiting moeten vinden bij de zorgmarkt. Dit doe je door herkenbare kwaliteit en niet door een kwaliteitskeurmerk dat niet verder bekend is, dan bij zorgboerderijen. Het landelijke steunpunt voor zorgboerderijen dat dit keurmerk afgeeft en toetst loopt daarmee achter de feiten aan. Het is een veel te licht instrument om deze aansluiting te realiseren. Dit is de reden voor De Eburon om te gaan voor het algemeen erkend en landelijk kwaliteitsysteem HKZ. Wij hebben gekozen voor een ISO 9001 normeringsysteem dat europees erkend wordt. Dit is misschien niet noodzakelijk, maar het imago van de zorgboerderij, dat mede is ontstaan door bovenstaande opvattingen, kan wel wat overcompensatie gebruiken. Zorgboerderijen moeten laten zien dat zij een volwaardig alternatief en een zeker niet minder kwalitatief aanbod doet op de zorgmarkt.

    De term zorgboerderij heeft voor ons overigens geen enkele waarde. Belangrijk is, dat de aanduiding de lading van het aanbod dekt. Voor ons is daarom leerwerkbedrijf een betere term. Qua bedrijfsvoering zijn wij echter volledig zorgboerderij. Wet en regelgeving maken het op dit moment noodzakelijk om aan deze voorwaarden te kunnen voldoen, omdat de kans van slagen anders relatief klein wordt. De markt en ook politiek schreeuwt om kleinschalige zorgprojecten, terwijl wet en regelgeving enkel belemmerend werken. De zorgboer doet hierover zijn beklag en wil terecht niet opgaan in de bureaucratische zorg. Liever sluit de zorgboer de kansen van binnen uit.



Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.