Home

Achtergrond 92 x bekeken

’Veehouder kiest vaak te snel voor zetmeel’

Waar moet een melkveehouder op letten bij de keuze van een maisras? ”In principe is de VEM-opbrengst per kilo drogestof het belangrijkste voor de veehouder”, zegt Jos Groten van Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO).

”Maar er zijn meer aspecten waar hij rekening mee dient te houden”, zegt Groten die sinds 1991 betrokken is bij het rassenonderzoek van PPO.
”Het is belangrijk dat veehouders de drie lijsten (PPO, PMO en DLV Plant) niet naast elkaar leggen. Bij elk onderzoek worden andere standaarden gebruikt. Zo is de ’honderdwaarde’ die bij de verschillende onderzoeken wordt gehanteerd niet vergelijkbaar. Het zou eigenlijk beter zijn om al het onderzoek te combineren zodat de cijfers te vergelijken zijn. Nu kun je wat dat betreft niets.”

”Een veehouder moet zelf beoordelen welke lijst hij betrouwbaar genoeg vindt om zijn keuze op te baseren. Op de Aanbevelende Rassenlijst staat het beste van het beste. De criteria waarop bij PPO rassen worden onderzocht zijn samengesteld door kwekers, telers en onderzoekers. We telen een ras minimaal drie jaar op acht proeflocaties voordat een ras wordt aanbevolen. Wat dat betreft weet een veehouder dat ongeacht welk ras hij op deze rassenlijst kiest, het goed is.”
”Als een maisteler heeft gekozen voor een lijst is het belangrijk dat hij kijkt naar de vroegheid van de rassen. Wil hij eerst nog een snede gras of rogge van het perceel halen? In welke streek ligt het perceel? Hoe nat is het perceel? Al deze vragen zijn van invloed. De lengte van het groeiseizoen bepaalt de keuze voor de vroegheid van het gekozen ras.”

”Na de vroegheid bepaald te hebben is het zaak om risico’s uit te sluiten. Wat heb je het laatste jaar in je mais gezien? Heb je last gehad van bladvlekkenziekte, dan is het belangrijk om in ieder geval te kiezen voor een resistentiecijfer hoger dan 7,5. Dat geldt ook voor zaken als stevigheid, stengelrot en builenbrand. Hierbij speelt vroegheid van de bloei ook een rol.”
”Nu komt het moment om te kijken naar opbrengst en energie. De vraag die daarbij gesteld moet worden is hoe ruim je in het ruwvoer zit. Wil je meer opbrengst of meer VEM? Bij een tekort aan ruwvoer kies je voor kilo’s droge stof. Heb je geen ruwvoertekort dan is het beste om te kiezen voor een hoge VEM-waarde (VEM/kg drogestof).”

”Pas op het eind komt de kwaliteitstabel in zicht. Ik merk vaak dat een boer te snel kiest voor zetmeel. Het is belangrijk om te kijken naar het rantsoen plus de melkproductie. De afweging moet worden gemaakt of je behoefte hebt aan een betere celwandverteerbaarheid of aan extra zetmeel. Celwandverteerbaarheid draagt voor 30 procent bij aan de totale energie. Bij hoogproductieve koeien waar het rantsoen voor meer dan 60 procent uit gras bestaat, zal altijd worden gekozen voor meer zetmeel. In andere gevallen kan gekozen worden voor een betere celwandverteerbaarheid.”

Meer informatie: www.kennisakker.nl en www.dlvplant.nl

Foto

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.