Veel slachterijen hebben zich nog niet voorbereid op het scannen van schapen voorzien van elektronische oormerken.
Dat blijkt uit een rondgang langs diverse slachterijen. Gezien het feit dat er voor slachthuizen en verzamelplaatsen een overgangstermijn is vastgesteld van drie maanden (tot 1 april) lijken de slachterijen zich nog niet zo druk te maken. Slechts een klein aantal geeft aan de apparatuur om schapen met elektronische oormerken te scannen, al in huis te hebben.
Maurice Gijzels van exportslagerij Gebroeders Gijzels zegt nog geen apparatuur te hebben staan. Wel heeft hij een aanvraag gedaan. Op het bedrijf worden een kleine duizend schapen per week geslacht. Hij hoopt het systeem twee weken voor 1 april werkend te hebben. Hij geeft aan nog een hoop problemen te verwachten. "Aan het systeem zitten een hoop haken en ogen. Vooral voor de boeren zijn er voordelen, maar voor de slachthuizen is het vooral lastig", aldus Gijzels.
Bedrijfsleider Ron Bakker van Abattoir Amsterdam heeft de scanapparatuur wel in huis. De slachterij is klaar voor het ontvangen van schapen met elektronische oormerken. "Het aantal dieren dat nu met elektronische oormerken wordt aangevoerd is niet noemenswaardig", vertelt Bakker. "We slachten vooral oude schapen. Het kan nog lang duren voordat er geen oude schapen meer met conventionele oornummers worden aangevoerd."
Bakker geeft aan dat het abattoir gebaat is bij totale elektronische identificatie van schapen. Het handmatig invoeren van oornummers kost volgens hem veel te veel tijd. In Amsterdam is voor zo’n 9.000 euro in scanapparatuur geïnvesteerd. Slachterij Bert van den Heuy uit Ewijk denkt er nog niet aan om al apparatuur voor het scannen van schapen te kopen. "We wachten af. Jaarlijks slachten we zo’n 100 schapen. Eventueel kunnen we de nummers ook handmatig invoeren." Van den Heuy verwacht dat de prijzen van de scan-apparatuur nog gaan zakken. Het door LNV verleende uitstel zou alleen maar verwarrend werken.