Home

Achtergrond 442 x bekeken

'Drie rassenlijsten zorgen voor verwarring'

DLV Plant publiceert, net als Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO), jaarlijks de resultaten van haar maïsrassenonderzoek. Gert Veldhorst is bij DLV Plant verantwoordelijk voor dit onderzoek.

De drie rassenlijsten die nu in Nederland in omloop zijn zorgen volgens hem voor verwarring. Als eerste is er de Aanbevelende Rassenlijst die onder verantwoordelijkheid van Commissie Samenstelling Aanbevelende Rassenlijst (CSAR) wordt samengesteld door Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO). Daarnaast is er de maiswijzer van DLV en dan is er nog het PMO-onderzoek (Platform Maïsonderzoek Nederland), eveneens van PPO. ”Het was mooier geweest als we het bij twee lijsten hadden kunnen houden”, zegt Veldhorst.

Het DLV Plant maïsrassenonderzoek werd in 2009 betaald door dertien maisveredelaars en -vertegenwoordigers, Veldhorst gaat ervan uit dat dit ook in 2010 het geval zal zijn. Veelgehoorde kritiek dat zaadleverancier KWS een te grote vinger in de pap zou hebben in de onderzoeksprotocollen wijst hij direct van de hand. ”De veredelaars betalen ons een vergoeding per onderzocht ras.”
Jaarlijks voert hij met al de opdrachtgevers protocolgesprekken. ”Het protocol moet gezien worden als een handleiding om te komen tot goede prestatiewaarden voor de boer. Bijvoorbeeld hoe een proef wordt aangelegd en de wijze waarop de waarde van een ras goed bepaald wordt. We zijn als DLV Plant hierin objectief en onafhankelijk.” Wel geeft Veldhorst aan dat het voor maisveredelaars soms lastig is om technische aspecten te scheiden van commerciële belangen. De commerciële belangen zijn nu eenmaal groot. ”Zaak is echter om te komen tot betrouwbare proeven en resultaten.”

DLV Plant en PPO hanteren verschillende standaarden en methoden voor hun onderzoek naar de landbouwkundige waarde van mais. Een van de punten waarop het DLV Plant -onderzoek afwijkt van het PPO-onderzoek is het meewegen van de celwandverteerbaarheid. DLV Plant vermeldt de celwandverteerbaarheid niet. ”Celwandverteerbaarheid is een lastig aspect”, zegt Veldhorst. ”Natuurlijk zit hier verschil in, maar of de verschillen zo groot zijn als soms wordt beweerd is de vraag. Voor ons is de VEM-opbrengst nog steeds een goede ingang voor het bepalen van de voederwaarde.”

Een ander groot verschil met de officiële rassenlijst is dat DLV Plant onderzoeksgegevens al na een jaar publiceert. In de officiële rassenlijst wordt een grens van minimaal drie jaar onderzoek gehanteerd voordat resultaten worden gepubliceerd.

DLV Plant hanteert geen minimale norm waaraan een ras moet voldoen voordat deze op de rassenlijst komt. Rassen kunnen worden aangemeld onafhankelijk van cijfers. ”Wij leggen deze verantwoording bij het bedrijfsleven. Zij bepalen of een ras op de lijst komt of niet. Wel is het zo dat als een ras een jaar onderzocht is, we in ieder geval de onderzoeksgegevens publiceren. Pas na eerste publicatie kan een ras weer van de lijst worden gehaald.” Zo reguleert de markt zichzelf, stelt de DLV’er.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.