Home

Achtergrond 116 x bekeken

CDA en PvdA: niet meer dan verstandshuwelijk

Onder het motto 'samen werken, samen leven' trad het kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie begin 2007 aan. Het stelde zich nadrukkelijk tot doel om de sociale samenhang in de samenleving te vergroten, na jaren van maatschappelijke spanningen. Het nieuwe kabinet wilde voor ,,nieuw elan'' zorgen. Vers in het geheugen lagen nog de massademonstratie op het Museumplein in Amsterdam en de onrust in gemeenten over het uitzettingsbeleid van uitgeprocedeerde asielzoekers.

Traditioneel is er in de samenwerking tussen de twee machtsblokken van CDA en PvdA weinig sprake van echte liefde. Ook nu was niet meer dan een verstandshuwelijk mogelijk, zeker na een keiharde verkiezingscampagne tussen de leiders van CDA en PvdA: Jan Peter Balkenende en Wouter Bos. Het verwijt in de aanloop naar de verkiezingen van Balkenende dat Bos ,,draait'' en ,,niet eerlijk'' is, verslechterde de verhoudingen behoorlijk.

Na de stembusgang in november 2006 was samenwerking tussen de twee echter onvermijdelijk. Met een van de winnaars van de verkiezingen, de SP, werd geprobeerd tot afspraken te komen maar al snel bleek dat onhaalbaar. Ook GroenLinks wilde niet, waarna onder leiding van de CDA'er Herman Wijffels als informateur de optie met de ChristenUnie werd onderzocht.

Wijffels koos voor onderhandelingen in het geheim, hoewel de locaties snel uitlekten, ook het Friese Beetsterzwaag. De afzondering moest zorgen voor rust en een groeiend onderling vertrouwen. De tactiek van Wijffels leek te werken. De partijleiders, vergezeld van secondanten, slaagden er in ruim een maand in om het eens te worden over de hoofdlijnen van het regeerakkoord. Vervolgens onderstreepten PvdA-leider Bos en ChristenUnie-leider André Rouvoet hun vertrouwen in de samenwerking door als vicepremier toe te treden tot het kabinet. Op 22 februari 2007 stond het vierde kabinet onder leiding van premier Balkenende bij de koningin op het bordes.

Om te laten zien dat er nu meer dan ooit geluisterd zou worden naar de burgers, trokken de pas aangetreden ministers en staatssecretarissen honderd dagen het land in. Het leidde behalve tot een beleidsprogramma met 74 doelstellingen ook tot veel kritiek van de oppositie in de Tweede Kamer, die zich buitenspel voelde staan.

In de plannen van het kabinet werd geprobeerd de financiële degelijkheid te bewaken, maar daarnaast wel flink te investeren in onderwijs, milieu en achterstandswijken. Andere belangrijke maatregelen waren de voorbereidingen voor een kilometerheffing in de volgende kabinetsperiode, rookvrije horeca en gratis schoolboeken.

Het regeerakkoord maakte ook duidelijk waar partijen 'pijn' moesten lijden. Voor het CDA was dat een heffing voor rijkere ouderen en het generaal pardon voor uitgeprocedeerde asielzoekers. De PvdA baalde van het in stand houden van de bestaande hypotheekrenteaftrek en het uitblijven van een parlementair onderzoek naar de oorlog in Irak. De ChristenUnie op haar beurt zag het kleinere belastingvoordeel voor niet-werkende vrouwen als grootste minpunt.

Het kabinet had twee jaar nodig om van het imago af te raken dat het moeite had besluiten te nemen. Zaken als het ontslagrecht, het gevechtsvliegtuig JSF of de aanpak van de crisis vergden steeds langdurige, moeizame onderhandelingen voordat een besluit kwam of onderwerpen werden doorgeschoven naar een commissie.

De financiering van de wijkenaanpak, de discussie over een EU-referendum en de ontevredenheid over het functioneren van PvdA-minister Ella Vogelaar, het waren nog relatief kleine problemen in vergelijking met de kredietcrisis die in de loop van 2008 het kabinet voor steeds grotere problemen stelde. De crisis dwong het kabinet miljarden vrij te maken om de financiële sector overeind te houden, het bedrijfsleven te ondersteunen en uiteindelijk twee banken te nationaliseren. Opvallend genoeg lukte het in crisistijd wel om een paar grote hobbels te nemen, zoals de verhoging van de pensioenleeftijd en de kilometerprijs.

De gevolgen van de crisis zette alles op z'n kop. De begrotingstekorten stegen tot enorme hoogtes en discussies over investeringen maakten plaats voor hoofdbrekens over noodzakelijke miljardenbezuinigingen. Bos, onder druk van slechte peilingen, groeide uit tot de redder van de banken en de economie en zijn populariteit steeg.

Dat zette ook de verhoudingen tussen Balkenende en Bos onder druk. Hun relatie werd vanaf begin dit jaar helemaal op de proef gesteld rond het Irakrapport van de commissie-Davids en een eventueel langer verblijf in de Afghaanse provincie Uruzgan. Bij beide onderwerpen toonde de PvdA zich tot ergernis van het CDA onwrikbaar. De oplopende spanningen werden rond het Irakrapport nog net op tijd weggenomen, rond Uruzgan ging het uiteindelijk toch mis.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.