Home

Achtergrond 673 x bekeken

Wabo, dé omgevingsvergunning

De ‘Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ (Wabo) is in werking getreden. Daarin zijn 26! vergunningen, ontheffingen en meldingen geïntegreerd in één vergunning: de omgevingsvergunning.

Per 1 oktober is de ‘Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ (Wabo) in werking getreden. De overheid wil de dienstverlening naar burgers en bedrijfsleven verbeteren. Daarom heeft ze met de Wabo nu een groot aantal (26!) vergunningen, ontheffingen en meldingen geïntegreerd in één vergunning: de omgevingsvergunning. Deze vergunning is nodig om op een bepaalde plek ‘iets’ te slopen, (ver-)bouwen, op te richten of in gebruik te nemen.

Het doel van de invoering van de Wabo is om het burgers en bedrijven eenvoudiger te maken. Eén omgevingsvergunning betekent: één loket, één vergunningsaanvraag, één bevoegd gezag, één procedure en één handhaver. U hoeft daardoor maar één keer de gegevens over een project te verstrekken en de overheid is verplicht zelf voor afstemming van de verschillende toestemmingen te zorgen. Ook wordt via de Wabo een snellere besluitvorming nagestreefd.

Bevoegd gezag

De hoofdregel binnen de Wabo is dat er één bevoegd gezag is voor vergunningverlening en handhaving. In de meeste gevallen is dat het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) van de gemeente. In bijzondere gevallen – bijvoorbeeld bij het gebruik van grote hoeveelheden afvalstoffen, die van elders worden aangevoerd – zijn Gedeputeerde Staten van de provincie aangewezen als verantwoordelijke voor de gehele omgevingsvergunning, inclusief bouwen, handhaving en toekomstige aanvragen.

Deelvergunningen

Een project dat uit verschillende onderdelen bestaat, kan opgesplitst worden in deelprojecten. Bijvoorbeeld als het project het kappen van enkele bomen, het slopen van een gebouw, de bouw van een nieuw gebouw en het uitbreiden van de milieu-inrichting omvat. Dan kunt u voor de deelprojecten kappen, slopen en bouwen/ milieu afzonderlijk een omgevingsvergunning aanvragen. Het voordeel is, dat u niet alle activiteiten in één keer hoeft aan te vragen. Op het moment dat de kap- en sloopvergunning zijn verleend, kunt u deze activiteiten alvast uitvoeren. Een nadeel is, dat u het risico loopt dat voor de eerste activiteiten wel een omgevingsvergunning wordt verleend, maar voor een opvolgend deelproject niet.
Activiteiten die onlosmakelijk aan elkaar zijn verbonden, kunnen niet in deelvergunningen worden aangevraagd. De activiteiten bouwen en het veranderen van een milieu-inrichting zijn onlosmakelijk verbonden en kunt u dus niet als afzonderlijke deelvergunningen aanvragen.

Gefaseerde aanvraag

Een omgevingsvergunning voor verschillende onderdelen of activiteiten kan ook gefaseerd worden aangevraagd. Dit kan interessant zijn bij projecten, waarbij bijvoorbeeld een vrijstelling van het bestemmingsplan, een vergunning voor een milieu-inrichting en een vergunning voor bouwen nodig zijn. Als u binnen één omgevingsvergunning alle onderdelen tegelijk aanvraagt, moet u direct al veel kosten maken, terwijl u nog niet weet of de vergunning wordt verleend. Door het gefaseerd aanvragen van een omgevingsvergunning kan op onderdelen (bijvoorbeeld vrijstelling van het bestemmingsplan en milieu) een vergunning worden verleend, zodat u bij het aanvragen van de volgende onderdelen (bouwen) de zekerheid heeft dat het project kan worden uitgevoerd. Pas in de tweede fase is een verdere detaillering van het project nodig. Nadeel is dat beide fasen de gehele procedure doorlopen, waardoor het traject vaak enkele maanden langer wordt. Uiteindelijk ontstaat er één omgevingsvergunning als in beide fasen gunstig op de aanvraag is beslist.

Reguliere procedure

De Wabo kent twee procedures: de (korte) reguliere voorbereidingsprocedure en de (lange) uitgebreide voorbereidingsprocedure. De reguliere voorbereidingsprocedure is onder andere van toepassing bij activiteiten, waarvoor u voorheen een bouwvergunning, een aanlegvergunning of thema rechten en plichten een sloopvergunning moest aanvragen. Deze procedure duurt acht weken en kan eenmalig met maximaal zes weken worden verlengd. In de reguliere voorbereidingsprocedure geldt een ‘positief fatale termijn’. Dit betekent, dat een overschrijding van de beslistermijn leidt tot een omgevingsvergunning van rechtswege. Om gebruik te kunnen maken van deze vergunning moet deze wel eerst bekendgemaakt worden.

Uitgebreide procedure

De uitgebreide voorbereidingsprocedure is van toepassing als de aanvraag één van de volgende activiteiten bevat:
- het oprichten of veranderen van een milieuinrichting (voorheen de milieuvergunning);
- een afwijking van het bestemmingsplan, waarvoor geen ontheffingsbevoegdheid in het bestemmingsplan of in de lijst met zogenaamde kruimelgevallen is opgenomen;
- een activiteit waarvoor een verklaring van geen bedenkingen is vereist op grond van de Natuurbeschermingswet of de Flora- en Faunawet.

De uitgebreide procedure duurt zes maanden en kan eenmalig met maximaal zes weken worden verlengd. Een termijnoverschrijding leidt bij deze procedure niet tot een vergunning van rechtswege.

Online aanvragen

U dient de aanvraag voor de omgevingsvergunning digitaal in bij het ‘omgevingsloket online’. Nadat uw aanvraag is verzonden, wordt deze automatisch doorgestuurd naar de gemeente. De gemeente moet – ook als ze niet het bevoegd gezag is – de aanvraag beheren en de procedure coördineren. Voorlopig kunt u ook uw aanvragen nog op papier indienen. Daarvoor kunt u een formulier downloaden bij het online omgevingsloket.

Natuurtoets ‘haakt aan’

Als u voor een activiteit een vergunning of ontheffing op grond van de Natuurbeschermingswet of de Flora- en Faunawet nodig heeft, dan kunt u dit meenemen in de omgevingsvergunning. In het vakjargon heet dit ‘aanhaken’. Omdat Gedeputeerde Staten in dit geval het bevoegd gezag zijn, moeten zij een ‘verklaring van geen bedenkingen’ afgeven. Zonder deze verklaring mag de gemeente de omgevingsvergunning niet afgeven.

Uitsluitend een procedurewet?

Door de Wabo veranderen vooral de procedures rond de aanvraag van een vergunning. Om die reden wordt de Wabo ook wel een procedurewet genoemd. Dit is niet helemaal juist, omdat er bij de inwerkingtreding van de Wabo ook veel andere wetten zijn gewijzigd. Zo is de ‘3-jaarstermijn’ uit de Wet milieubeheer vervallen: een omgevingsvergunning vervalt niet van rechtswege als de inrichting niet binnen drie jaar gerealiseerd is. Dat geldt ook voor ‘oude’ milieuvergunningen die na 1 oktober 2007 onherroepelijk zijn geworden. Ook is de Wet geurhinder en veehouderij gewijzigd. Voorheen werden alleen bestaande gebouwen beschermd, nu wordt ook rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen, zoals in een bestemmingsplan geplande woningen.

Waterwet

De Waterwet is geen onderdeel van de Wabo. Dit betekent, dat watervergunningen bij de waterkwaliteitsbeheerders aangevraagd moeten worden. Dit met uitzondering van de vergunningen voor indirecte lozingen (via het riool). Deze moeten wel via de omgevingsvergunning worden aangevraagd. Het is de bedoeling dat de watervergunningen volgend jaar ook digitaal - via het zelfde omgevingsloket online – kunnen worden aangevraagd.

Overgangsrecht

Bij de invoering van de Wabo is ook overgangsrecht vastgesteld. Hierin is geregeld hoe u moet omgaan met reeds verleende vergunningen en aanvragen die u vóór 1 oktober 2010 heeft ingediend. Nu is al duidelijk dat het overgangsrecht niet in alle gevallen uitkomst biedt. Naar verwachting zal het overgangsrecht nog worden aangevuld, al dan niet na een rechterlijke uitspraak.

Eenvoudiger?

Enkele maanden na invoering blijkt dat de Wabo niet zo eenvoudig is als soms wordt voorgesteld. Het integreren van verschillende toestemmingen brengt nieuwe (juridische en praktische) problemen met zich mee. Ook zijn er de nodige invoeringsproblemen bij de overgang van een oude naar een nieuwe wet. Voor de aanvrager blijkt het niet eenvoudig om op het moment van de aanvraag te beschikken over alle gegevens, die nodig zijn voor de aanvraag van een complex project. Veel aanvragers kiezen er dan voor de aanvraag op te knippen in overzichtelijke brokken, wat de winst van de Wabo weer teniet doet. Bovendien blijft vergunningverlening mensenwerk; daar verandert de Wabo en een digitaal loket niets aan. Als er achter het loket onvoldoende mensen werken of de nodige kennis ontbreekt, dan schieten we weinig op en zullen de doelen niet worden gehaald.

Beter bouwen

De Wabo is voor de specialisten ruimtelijke ordening en milieu van de GIBO Groep en haar dochter LTO Noord Advies aanleiding geweest om de dienstverlening nog eens kritisch te bekijken en waar nodig aan te passen. Voor een alles-in-één vergunningaanvraag is kennis van alle onderdelen nodig. Daarvoor werken verschillende specialisten met uiteenlopende expertises nauw samen om snel tot een complete aanvraag te komen. Daarbij kijken we verder dan de omgevingsvergunning alleen: ook een bedrijfsplan, het stalontwerp, financiering, subsidies en zonodig een milieueffectrapportage nemen we dan mee.
Om het proces van planontwikkeling, omgevingsvergunning en de uitvoering goed te sturen, werken we met één projectleider. Deze persoon is het aanspreekpunt voor de ondernemer en het bevoegd gezag. Met deze werkwijze, getiteld ‘beter bouwen’, benutten we de voordelen van de Wabo en beperken we het risico op vertraging tot een minimum.

TIP: Bezint eer ge begint


De voordelen van de Wabo zijn groot: kortere procedures, één besluit met op elkaar afgestemde voorschriften en maar één procedure bij de rechtbank. Maar: u profiteert alleen van die voordelen als u één integrale omgevingsvergunning aanvraagt. Met het opdelen in deelvergunningen zijn de voordelen van de Wabo verdwenen. Het aanvragen van één integrale vergunning voor complexere projecten is niet eenvoudig. Een goede voorbereiding en vooroverleg met het bevoegd gezag zijn dan noodzakelijk. Dat kost tijd in de beginfase, maar levert later in de procedure veel tijdwinst, duidelijkheid en ook lagere kosten op.

TIP: toestemming natuur eerst aanvragen


Als onduidelijk is of u toestemming nodig heeft op grond van de Natuurbeschermingswet of de Flora- en Faunawet, zorg dan dat u die toestemming heeft aangevraagd vóór u de aanvraag omgevingsvergunning indient. In dat geval hoeft u deze toestemming niet ‘aan te haken’ aan de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning loopt dan geen vertraging op.

TIP: ‘Wet dwangsom’


Als de vergunning niet tijdig wordt afgegeven, kunt u een beroep doen op de ‘Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen’. U moet daarvoor burgemeester en wethouders (lees: uw gemeente) eerst in gebreke stellen. Als de gemeente dan binnen twee weken nog geen besluit hebben genomen, is automatisch een dwangsom verbeurd. De gemeente moet u dan, zolang een besluit uitblijft, een bedrag per dag betalen. Bij grote projecten adviseren we om ook beroep in te stellen bij de rechtbank. Voor meer informatie en ondersteuning kunt u terecht bij de adviseur ruimtelijke ordening en milieu van de GIBO Groep.

Foto

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.