Home

Achtergrond 292 x bekeken 1 reactie

Vers bloed en leiderschap nodig

De AgriTop50 editie 2010 laat weer een forse verschuiving zien ten opzichte van de vorige jaargang. Politici als Gerda Verburg en anderen ruimden het veld. Sterke nieuwkomers worden te veel gemist. Met uitzondering misschien van staatssecretaris van landbouw Henk Bleker en ELI-minister Maxime Verhagen.

Waar is het leiderschap in Agrarisch Nederland gebleven? Dat is de vraag die zich opdringt bij de publicatie van de AgriTop50 van 2010. Het klinkt een beetje onaardig tegenover de nieuwe nummer 1 (Albert Jan Maat, voorzitter van LTO Nederland). Zo is het niet bedoeld. Maat doet hard zijn best om de drie delen waar LTO Nederland uit bestaat met één mond te laten spreken en in één richting te krijgen. Als federatievoorzitter is hij echter niet degene met de echte macht in LTO-kring.

Die macht zit bij de drie regionale organisaties en daarvan functioneert de grootste duidelijk suboptimaal en dit tekent heel LTO Nederland. Niet verwonderlijk is dat de voorzitter van LTO Noord, Tammo Beishuizen, bij gebrek aan ’smoel’ niet voorkomt in de AgriTop50. Wel stevig doorstomend naar de bovenste regionen van de ranglijst is de nieuwe ZLTO-voorzitter Hans Huijbers. Soms loopt hij wat ver voor de troepen uit, maar hij geeft tenminste helder leiding en zet beleid uit. Daarbij wel geholpen door de meestal goed geoliede ZLTO-machine.

Dat na Maat Cees Veerman opduikt als meest invloedrijke agro-bestuurder van 2010 is al even veelzeggend. Niets ten nadele van Veerman. Hij heeft en houdt met zijn ervaring en tal van invloedrijke posities op de achtergrond een enorm gezag. De vraag werpt zich echter wel op waar de andere leiders zijn, degenen waarvan je zou verwachten dat ze meer leiderschap op zich nemen.

Bij FrieslandCampina is het opvallend stil. Het bedrijf boekt zakelijk gezien goede resultaten en is intern hard bezig, maar slaagt er niet echt in een sterk eigen profiel neer te zetten. Van een bestuurder als Kees Wantenaar zou je verwachten dat hij meer het voortouw zou nemen in de discussie over de weidegang, maar hij houdt zich gedeisd. Ook ’t Hart laat zich er niet echt over uit.

In de vleessector is het eenzelfde verhaal. Vion doet het zakelijk gezien redelijk, maar mist een markant voorman als Daan van Doorn. Nu is zo’n ’selfmade’ ondernemer ook niet zo maar te dupliceren. Toch is het nu wel erg stil bij het bedrijf.

Hetzelfde valt te zeggen van de mengvoerindustrie. Ook daar zijn de leidende ondernemingen stil en vooral met zichzelf bezig. Misschien wel om begrijpelijke redenen. Bovendien kunnen ook niet alle topmensen in de land- en tuinbouw hemelbestormers zijn. Hoe zulke figuren kunnen eindigen, maakt het lot van Rian Verwoert (Fruitmasters) duidelijk. Hij zag te veel kansen zonder op de mogelijkheden te letten.

Toch worden echte voorlieden node gemist. Hopelijk staan ze op. De land- en tuinbouw heeft sturing en vooral bezieling hard nodig.

De nummer 1: Albert Jan Maat, het oliemannetje van LTO

Albert Jan Maat is het gezicht en eerste aanspreekpunt van LTO Nederland. Hij zorgt ervoor dat intern, bij de drie dragende organisaties van LTO Nederland (LTO Noord, de LLTB en ZLTO), de neuzen zo veel mogelijk dezelfde kant op staan. Ook draagt hij naar buiten de boodschap uit van de LTO-organisaties richting politiek en maatschappij. Maat doet dat met succes – voor zover zijn opdrachtgevers hem dat toestaan. Vandaar ook dat hij dit jaar uitgekomen is op de nummer 1-positie in de AgriTop 50.
Zwakheid van Maats positie is dat hij niet voortkomt uit de organisatie zelf, zoals wel bij de LLTB en ZLTO waar de voormannen een eigen boerenbedrijf hebben. Maat is werknemer in dienst van een federatie-orgaan. Daarbij is hij soms geneigd kool en geit wat te veel te sparen.
Zijn kracht schuilt in zijn kennis van de Brusselse en Haagse processen en zijn ingangen daar. Daarbij is de voormalig Europarlementariër een goede diplomaat, een echt oliemannetje.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    De kop boven dit artikel deed me neer waards scrollen en kwam toen tot de conclusie, dat het artikel ging over de (meest) invloedrijkste mannen & vrouwen binnen de landbouw. O.K. dat wetende moet ik nu de conclusie trekken dat er hun invloed anders aangewend moet worden, want anders zou er geen FRIS bloed nodig zijn. Ik kan de kop dan ook geheel onderschrijven, de leiders borduren te veel voort op het vertrouwde verleden. Maar geldt deze werkwijze niet voor de gehele economie? Stoppen niet alle leiders het ene financiele gat met het andere financiele gat, zonder echt tot fundamentele oplossingen te komen? De politieke oplossing is door de eeuwen heen geweest >inflatie<. Helaas ook daar komt eens een eind aan en moeten er creativere oplossingen komen. FRIS bloed en FRISSE ideeën. brood nodig om de brood prijs acceptabel te houden!

Of registreer je om te kunnen reageren.