Home

Achtergrond 316 x bekeken

Ruimte houden voor ontwikkeling en innovatie

Leo den Hartog, directeur onderzoek en ontwikkeling bij Nutreco en parttime hoogleraar aan de Wageningen Universiteit, vindt dat Nederland trots mag zijn op zijn agrarische sector. Toch maakt hij zich zorgen of die potentiële kracht van de landbouw voldoende wordt onderkend.

Leo den Hartog loopt al ruim dertig jaar mee in het agrarische wereldje. In het verleden was hij onder meer werkzaam bij het toenmalige consulentschap varkens- en pluimveehouderij in Arnhem, hij was onderzoeker veevoeding aan de Wageningen Universiteit met onderwijsverplichtingen aan de Faculteit diergeneeskunde in Utrecht en directeur van het Proefstation Varkenshouderij in Rosmalen en later van het Praktijkonderzoek Veehouderij in Lelystad. In zijn huidige functie bij Nutreco heeft hij een breed overzicht over de landbouwontwikkelingen wereldwijd en de plaats daarin van de Nederlandse agrarische sector.

In het recente verleden was Den Hartog betrokken bij de grote debatten die zijn gevoerd over de toekomst van de intensieve veehouderij, onder meer onder landbouwminister Cees Veerman. Steeds was de conclusie dat er plaats is voor de intensieve veehouderij in Nederland, en steeds wordt die plaats ook weer opnieuw ter discussie gesteld. Den Hartog vindt dat Nederland zuinig moet zijn op zijn landbouw en deze moet koesteren.

Hij schetst de ontwikkelingen van na de oorlog. ”Je kunt daarin verschillende fases onderscheiden.” De periode van 1945 tot 1960 kenmerkte zich door wederopbouw en de opbouw van een zekere voedselvoorziening. Tussen 1960 en 1980 moderniseerde de landbouw en was er een fikse schaalvergroting. In die periode ontstonden de roostervloeren, nieuwe huisvestingssystemen, ligboxenstallen en gingen de varkens en kippen van buiten naar binnen.

De periode 1980-2000 kenmerkte zich door groeiend bewustzijn op het gebied van milieu, en dierenwelzijn. Het afgelopen decennium stond in het teken van de voedselveiligheid en voedselkwaliteit, mede als gevolg van schandalen als de MPA-affaire en de verschillende dioxineaffaires. De komende jaren verwacht Den Hartog dat die zullen staan in het teken van de duurzaamheid en innovatieve ontwikkelingen op dit terrein.

”Wat je nu ziet in de wereld is dat al die verschillende landen van China tot Brazilië dezelfde ontwikkelingsfases meemaken in hun landbouw”, zegt Den Hartog. ”Nederland heeft daarbij het voordeel dat het de rol van gidsland kan vervullen in die landen en haar kennis in de vorm van producten kan verkopen.”

Nederland liep en loopt met veel ontwikkelingen voorop. Dat geldt nu ook met alle ontwikkelingen rond dierenwelzijn en verduurzaming.

Den Hartog somt een aantal voorbeelden op. ”In de vleeskalverhouderij zijn enorme stappen gezet. De dieren zijn gegaan van individuele huisvesting naar groepshuisvesting. In de pluimveehouderij loopt Nederland voorop in de omschakeling naar scharrelsystemen. In de melkveehouderij was Nederland de uitvinder van de melkrobot en lopen we voorop in de ontwikkeling daarvan.”

Den Hartogs conclusie: Nederland mag trots zijn op zijn landbouw. Maar: ”Om de sterke koploperspositie te behouden moeten bedrijven de ruimte houden om te kunnen ontwikkelen en te innoveren, ook al is het op meerdere locaties. En daarover ben ik wel enigszins bezorgd.”

De Nederlandse landbouw is in de economie nog steeds een factor van belang. In de agrofoodsector werken 600.000 mensen, zo’n 10 procent van de werkgelegenheid en de sector is goed voor ongeveer 10 procent van het Bruto Nationaal Product en 20 procent van de export. Nederland is de tweede agrarische exporteur ter wereld. De omstandigheden voor de landbouw zijn goed. Er is een kennisinstelling met wereldnaam (Wageningen UR), er zijn grote toonaangevende toeleverende en verwerkende bedrijven (Friesland Campina, Vion, Van Drie, Nutreco etc.).

Den Hartog: ”Willen die bedrijven hier blijven opereren, dan is het van groot belang dat ook de primaire productie hier de ruimte blijft krijgen om te kunnen produceren en zich te ontwikkelen onder duidelijk gedefinieerde randvoorwaarden. Als de primaire productie wordt weggestreept, zijn al die toonaangevende bedrijven hier ook zo weg, en de Wageningse kennisinstelling boet ook aan waarde in.”

Den Hartog pleit er nadrukkelijk voor dat er voldoende geldstromen worden gecreëerd door de overheid, in samenwerking met het bedrijfsleven om te investeren in kennisontwikkeling.
De grote kennis van Nederland van een efficiënte agrarische productie is van wereldbelang. En dat bedoelt Den Hartog letterlijk. De komende decennia zal de wereldbevolking groeien van 7 naar 9 miljard mensen. Er zal dus een enorme toename van de vraag naar voedsel zijn, en dus zal de agrarische productie moeten groeien. Er is potentie genoeg. In Nederland bijvoorbeeld wordt 10 ton tarwe per hectare geoogst. In Rusland ligt het op het niveau van 2 ton. Dat geeft dus wel aan dat er mogelijkheden genoeg zijn.

De kennis van die moderne technieken en efficiënte landbouw is in Nederland ruimschoots aanwezig en Nederland kan daardoor dus een belangrijke rol spelen op dit terrein.
In eigen land zullen echter keuzes moeten worden gemaakt en misverstanden moeten worden voorkomen en opgeruimd. Een belangrijk misverstand is bijvoorbeeld dat de schaalvergroting in de veehouderij ten koste zou gaan van dierenwelzijn en diergezondheid.

Den Hartog pleit voor nieuwe combinatievormen, waarbij de veehouderij kan profiteren van bijvoorbeeld de bijproducten uit de akker- en tuinbouwsector en omgekeerd. Er zal hard gewerkt moeten worden, ook op Europese schaal om een aantal knelpunten en problemen op te lossen. Kringlopen moeten gesloten worden. Diermeel moet weer worden toegestaan als eiwitbron in de veevoeding. Welzijnsvriendelijke huisvestingssystemen zullen internationaal ingevoerd moeten worden. Antibioticaverbruik moet verder omlaag. Er zullen keuzes moeten worden gemaakt als het gaat om genetisch gemodificeerde producten.

Den Hartog pleit ervoor dat de agrarische sector in Nederland zichzelf veel beter op de kaart zet. ”We moeten veel beter communiceren richting de maatschappij. Je merkt gewoon dat burgers steeds verder weg komen te staan van de landbouw en ook niet meer weten hoe één en ander in elkaar zit. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat mensen denken dat er in volle melk 50 procent vet zit. We moeten af van de situatie in de belangenbehartiging van tien mensen met elf meningen. De organisaties moeten samen gaan en met één mond spreken.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.