Home

Achtergrond 170 x bekeken 1 reactie

Pokeren met de euro als inzet

De kans dat de euro ophoudt te bestaan lijkt vanwege de grote belangen die ermee gemoeid zijn, zeker ook voor de agribusiness, klein. Wellicht juist daarom vergeten beleidsmakers de benodigde stappen te zetten om aan de onrust een einde te maken.

De euro heeft gedurende de crisis veel betekend voor de Nederlandse agribusiness, schreef ABN Amro Bank onlangs in een analyse. De munteenheid ligt onder vuur. Zonder euro zou volgens analyses van ABN Amro echter een volstrekt onoverzichtelijke situatie ontstaan zijn. De landen met slechte schuldposities zouden elk nog een eigen munteenheid hebben gehad, die met het economische weer meebeweegt. De export zou grote uitslagen laten zien die per land verschillen.

Op 28 november werd Ierland door leden van de Europese Monetaire Unie financieel gered. De directe kosten: 85 miljard euro aan relatief zachte leningen en garanties. De opbrengst: stabiliserende rentetarieven voor staatsobligaties van landen met een zwakke schuldpositie, de zogeheten Pigs: Portugal, Ierland, Griekenland en Spanje. Italië wordt er soms toe gerekend, maar is volgens de meeste economen economisch sterk genoeg de hoge schuldenlast te dragen.

De betrokken landen hadden de rentes op zien lopen tot onbeheersbare hoogten. Het succes van de actie was snel uitgewerkt: speculanten/investeerders richtten hun ogen op de volgende zwakke broeders, Spanje en Portugal, en lieten rentes weer oplopen. Volgens critici moet het Europese noodfonds van 750 miljard euro worden uitgebreid.

Duitsland, de grootste geldverschaffer, ligt dwars. Het land maakt zich bij monde van voorzitter Axel Weber van de Bundesbank zorgen over de status van de Europese Centrale Bank (ECB). Deze neemt steeds meer de rol van krediet- of garantieverschaffer op zich, terwijl de rol ooit onder Duitse druk beperkt is tot het voorkomen dat de inflatie tot boven de 2 procent oploopt.

Webers Italiaanse collega Mario Draghi sluit zich sinds vorige week officieel bij de kritiek aan. Draghi en Weber willen dat landen vooral met nationaal beleid de crises te lijf gaan. Ze moeten de staatsuitgaven beperken, meer belasting heffen en een competitieve economie opzetten.

De getroffen landen vinden echter dat heel Europa aan de schuldencrisis heeft bijgedragen. Toen in 1999 de euro is opgericht, hadden de sterke economieën kunnen weten dat de minder sterke economieën zich zonder eigen munteenheid minder goed konden wapenen tegen importen. Het doen dalen van de wisselkoers is nu namelijk onmogelijk. Bovendien hebben West-Europese banken in hun visie bijgedragen door opportunistisch bij ieder macro-economisch geluid de rente op staatsobligaties te doen oplopen, wat de landen verder in de problemen brengt, waardoor de rente opnieuw oploopt.

Feit is dat een falen van de euro voor de Nederlandse agribusiness in de meeste gevallen geen goede optie is. Als Nederland zelf uit de eurozone stapt, is de schade groot. De nieuwe gulden zou kunnen stijgen, volgens sommigen met 10 of 20 procent ten opzichte van de euro. Daarmee prijzen Nederlandse exporteurs zich uit de markt.

Wanneer Duitsland de euro achter zich laat, is de schade eveneens groot. De Deutschmark zou sterker zijn dan de euro, waardoor de uitvoer naar Duitsland toe kan nemen. Voor Duitsland neemt het exportpotentieel af.

Duitsland ”draagt” bovendien de euro. Zonder de Duitse economie is de geloofwaardigheid van de euro ondermijnd. Duitsland is de grootste crediteur van Europa.

Als de probleemlanden uit de euro stappen, betekent het dat niet alleen dat Nederland vanwege de ongetwijfeld lagere waarde van de nieuwe munteenheid minder kan exporteren. De exporten kunnen uiteindelijk weer toenemen, omdat de kwaliteit of productiviteit van Nederlandse producten sneller verbetert dan in de probleemlanden. De Pigs hebben echter dan de vrijheid hun munteenheid dusdanig in waarde te doen dalen dat de export weer stagneert.

Daar komt bij dat de Nederlandse agribusiness gebaat is bij een sterk financieel systeem. De financiële crisis in Argentinië legde in de jaren 90 ook de agrarische ontwikkeling vrijwel stil. Meer dan driekwart van de getroffen banken bevond zich buiten de landen met acute schuldproblemen.

Het hele Europese bankensysteem is dus besmet. Wanneer één van de landen de schulden herstructureert of de euro inruilt tegen een eigen, goedkopere munt, dan worden banken ook in sterke lidstaten als Nederland en Duitsland hard geraakt. Beleidsmakers staan dus voor de keuze: het redden van de zwakke landen met geld van de belastingbetalers, of het risico lopen dat het financiële sys­teem instort.

Nu doemt feitelijk nog een probleem op: vanwege de hoge kosten die gepaard gaan met het uiteenvallen van de Eurozone, gelooft vrijwel niemand dat dit werkelijkheid wordt. Wellicht juist daardoor nemen landen niet de radicale beslissing die volgens veel wetenschappers nodig is: het oprichten van een sterke fiscale unie.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Tsja, wat hebben die Duitsers toch (?), wat wij (NL) niet hebben???...

Of registreer je om te kunnen reageren.