Home

Achtergrond 1447 x bekeken

Nederlanders verrijken Braziliaanse landbouw

Brazilië en Brazilianen met Nederlandse wortels herdenken volgend jaar de komst van Nederlanders die er ongeveer 65 jaar geleden neerstreken en er landbouwbedrijven begonnen. Ze stichtten er Holambra I en later Holambra II.

Het jaar 2011 is door de federale regering van Brazilië uitgeroepen tot herdenkingsjaar voor de Nederlandse immigranten. Vele honderden Nederlandse boeren vestigden zich na de Tweede Wereldoorlog in twee eigen koloniën in Brazilië. Het betrof vooral katholieken, die in landen als de VS, Canada en Australië minder welkom waren. Nederlandse missionarissen in Brazilië speelden soms een actieve rol in de werving.

De Katholieke Emigratiecentrale begeleidde een belangrijk deel van het proces. Volgens oud-LEI-onderzoeker Kees Wijnen speelden de Nederlanders ondanks de nodige aanpassingsproblemen in het begin een belangrijke rol in de ontwikkeling van de Braziliaanse landbouw.

Na de Tweede Wereldoorlog bestond in Nederland een hoge werkloosheid. De economie had jarenlang niet optimaal kunnen functioneren en had tijd nodig om te herstellen. Voor boeren was het vanwege overheidsregels niet eenvoudig uit te breiden, terwijl overschotten aan voeding ontstonden. De nationale prijzen waren afgestemd op de binnenlandse behoefte. En vrij handelsverkeer zoals later binnen de EU bestond nog niet.

De regering erkende het probleem en werkte actief mee aan emigratie. Canada ontving 60 procent van de eerste lichtingen. Driekwart ging naar Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. In de jaren 50 was het aantal Nederlandse boeren en tuinders dat naar Brazilië ging volgens Wijnen beperkt, al hadden in 1947 vijfhonderd Noord-Brabantse boeren de oversteek gewaagd. In 1950 hadden Nederland en Brazilië een verdrag gesloten, dat door Nederland werd opgezegd in 1990.
In 1952 werd in Nederland een nieuwe emigratiewet ingevoerd, aldus Wijnen, waarin de medeverantwoordelijkheid van maatschappelijke organisaties werd geregeld.

De eerste Nederlandse kolonie, Holambra I (Holland-Amerika-Brazilië), werd gevestigd op het oorspronkelijke landgoed fazenda Ribeirao in de Zuid-Braziliaanse deelstaat Sao Paulo. De coöperatie achter Holambra I was al opgericht in 1948.

De Braziliaanse regering koos volgens Wijnen bij immigratiebeleid zeer bewust voor koloniën, niet alleen voor Nederlandse maar ook voor onder meer Japanse en en Italiaaanse. ”De Portugezen hadden zich tijdens de koloniale periode vooral aan de kusten gepositioneerd in steden. Het binnenland was daarom zelfs in de jaren 50 nog niet erg in ontwikkeling gebracht, daarvoor was de Portugese bevolking ook niet groot genoeg. Binnen koloniën van boeren die ook wat met elkaar gemeen hebben, kon men elkaar beter helpen dan wanneer ze verspreid gevestigd waren. Daar kwam bij dat de regering het ontstaan van een klasse grootgrondbezitters in het buitengebied wilde tegengaan.”

De meeste emigranten waren relatief oudere bedrijfshoofden, aldus Wijnen. Het materiële succes van de Nederlanders was wisselend, en zoals bij elke emigratiegolf hadden vrouwen het ondanks het oprichten van allerlei vrouwenorganisaties zwaar. Met name de sierteelt in Holambra I ontwikkelde zich snel.

Het gebied is uitgegroeid tot een toeristische trekpleister en organiseert jaarlijks de grootste Latijns-Amerikaanse bloemenbeurs: de Expoflora. De meeste bedrijven zijn vier tot vijf keer groter dan bedrijven in Nederland en de Nederandse kassenbouw (met plastic) kreeg al snel navolging.
Sinds 1996 is Holambra I een gemeente, geleid door een burgemeester met een Nederlandse achternaam: Margareti Groot. In 1960 werd een tweede kolonie gesticht: Holambra II, ook wel Campos de Holambra. Waar de boeren Nederland deels hadden verlaten op zoek naar meer grond en mogelijkheden voor hun kinderen, ontstond in Brazilië in mindere mate opnieuw het vraagstuk rond opvolging. Een deel van de toegewezen bedrijven in Holambra I was bovendien wat klein voor de vaak grote gezinnen.

De omvang van de gezinnen wordt geïllustreerd door bevolkingsonderzoek uit 1961 dat Wijnen wist op te spitten. Hieruit bleek dat in 1961 vijfhonderd van de negenhonderd inwoners van Holambra jonger ware dan 14 jaar. Jonge emigranten uit de eerste golf hadden slechts circa 15 hectare toegewezen gekregen. Holambra II was dan ook vooral bedoeld voor de kinderen van de immigranten uit Holambra I.
”Aanvankelijk stichtten Nederlanders in Holambra II ook gemengde bedrijven met varkens, kippen en akkerbouwgrond. De afstand tot de markten bleek echter lastig te overbruggen. De boeren met ambitie kozen er vervolgens voor zich toe te leggen op de akkerbouw alleen en later de fruitteelt. De campos, eigenlijk steppe-achtige gronden, leken daar eigenlijk niet echt geschikt voor. Op de velden werd mestrundvee geweid.”

Door droogte viel de teelt van mais en bijoorbeeld katoen tegen. Een aantal telers schakelde over op de teelt van hardfruit. Maar de fruitteelt ontwikkelde zich moeizaam. ”Fruit is een bewaarproduct, en daardoor is de markt al snel overvoerd. In Brazilië worden veel sinaasappelen vebouwd. Deze worden voor een groot deel geperst in sap, die zich nog weer langer laat bewaren.”
In 1967 moest de coöperatie Holambra II, dertig leden sterk, steun vragen bij het Emigratiebestuur. Via de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank werd 270.000 gulden geleend. De Nederlanders bestudeerden de grond en pasten met succes de methode van het directzaaien toe. Ook brachten ze met het geld nieuwe beregeningsmachines in stelling. De akkerbouw kwam daartoe tot bloei, en de methoden werden al snel elders in Brazilië overgenomen.

In 1973 groeide de coöperatie verder door 6.700 hectare van constructiebedrijf Takaoka te kopen.

Trek naar Brazilië stagneert
Kees Wijnen, oud-LEI-onderzoeker, beschrijft in zijn boek Campos de Holambra 1960-2010 de geschiedenis van de Nederlandse gemeenschap in Holambra II. Volgens hem is de emigratie naar Brazilië tegenwoordig zeer beperkt. ”Brazilië heeft zich ontwikkeld. Het verwerven van bedrijven en grond en het aantrekken van personeel is duurder geworden, alhoewel het nog altijd een stuk goedkoper is dan in Nederland. De kapitaalseisen liggen hoog: als boer moet je nu al gauw enkele honderdduizenden euro’s meenemen.”
Het Nederlandse karakter van Hollandse nederzettingen in Brazilië is nog zeker niet verdwenen. Al heeft slechts circa 20 procent van de 6.000 inwoners van de gemeente Holambra nog Nederlandse roots en spreekt vrijwel niemand meer Nederlands als eerste taal.)

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.