Home

Achtergrond 1597 x bekeken 1 reactie

'Het gaat niet om mooi, maar om economie'

Steeds meer melkveehouders kiezen voor een toekomst in het hoge noorden. Grote kavels en ontwikkelingsmogelijkheden trekken de migranten. Voormalige akkerbouwbedrijven vormen de perfecte basis voor een hedendaags melkveebedrijf.

Statige boerderijen gelegen aan de hoofdwegen van Blijham weerspiegelen de rijke historie van het Groningse dorp. Blijham vormt de grens tussen het Oldambt, waar vooral vroeger de rijke grondbezittende boeren woonden, en Westerwolde, het gebied waar de gemiddelde arbeider vandaan kwam.

De landbouwgronden, de zogenoemde opstrekkende heerden, lagen halverwege vorige eeuw nog in lange banen achter de boerderijen. Gemiddeld waren de percelen 100 meter breed en kilometers lang. Een gemiddeld boerenbedrijf in deze regio bestond toen al uit 60 tot 70 hectare akkerbouw en daarbij nog een bescheiden aantal koeien. Er werd goed geld verdiend met de verkoop van graan en stro. In Westerwolde, gelegen onder het Oldambt, waar de grond uit zand en veen bestaat lag de focus vooral op de teelt van zetmeelaardappelen en suikerbieten.

”In de winter liepen er op een gemiddeld bedrijf vier arbeiders”, vertelt gids Henk Opheikens. ”In de zomer kon je daar een nul achter zetten. Eind jaren 50 werd begonnen met de ruilverkaveling. In totaal werden veertien boerderijen verplaatst. Het ging om een ingrijpende maatregel die resulteerde in grote aaneengesloten percelen grond.”

Opheikens werkte ruim dertig jaar bij de landbouwvoorlichtingsdienst, het latere DLV. Van 1980 tot 1995 werkte hij in het gebied rond Blijham. De nu zeventigjarige Opheikens, geboren in het naast Blijham gelegen Bellingwolde, kent het gebied op zijn duimpje en zag langzaam de akkerbouwers plaats maken voor de melkveehouderij.

Zo ligt aan de weg Oosteinde landgoed Bleyendael. Een voormalig akkerbouwbedrijf uit 1896 met 60 bunder grond kaarsrecht achter de boerderij. ”Zeg maar een bedrijf zoals in de Flevopolder, met een historische boerderij ervoor”, vertelt de huidige bewoner Peter Kuijer met een Gronings accent. Samen met zijn vrouw Anita runt hij een melkveebedrijf en verzorgt hij sinds 2000 ook dagarrangementen. ”Anita houdt zich vooral bezig met de koeien en ik richt me samen met collega Tanja op de arrangementen.”

Ze verhuisden in 1996 hun bedrijf van Soest naar het hoge noorden. ”Toen we de boerderij zagen waren we meteen verkocht.” Van 21 hectare grond verspreid over meerdere locaties naar een groot blok van 60 hectare. Een goede verkaveling is een van de voornaamste redenen waarom melkveehouders uit alle hoeken van het land naar Groningen trekken. Ze bouwden achter de monumentale boerderij een nieuwe ligboxenstal voor 110 koeien inclusief jongvee.

Voor de familie Kuijer was de ruilverkaveling in Soest het moment om te vertrekken. ”De subsidie die we kregen was een belangrijke stimulans om de stap te zetten”, aldus Peter. Alle provincies gingen ze langs maar uiteindelijk viel de keus op Groningen. ”We hadden toen nog geen voorkeur voor Groningen, maar nu willen we niet meer weg. We willen graag historisch boeren en leven met het motto: respect voor het verleden en vertrouwen in de toekomst. Toevalligerwijs ontmoetten Peter en Anita elkaar bij een boerendansgroep in Soest.

Peter zat nog in een maatschap met zijn ouders toen hij vertrok naar Blijham. ”Voor mijn ouders was het dubbel. Natuurlijk was er verdriet omdat we ver weg gingen, maar tegelijk was er het begrip voor het feit dat je iets moet doen als je verder wil boeren.

De familie Kuijer geeft aan Soest niet echt te missen. ”Soest is een prachtig dorp. Een gezellige en fijne gemeente maar wel druk en gejaagd. We komen nu thuis in Groningen. De mentaliteit van de Groningers past goed bij ons. Het is goed of fout, rechtlijnig maar duidelijk. Als je er goed je best voor doet, word je zonder probleem in de gemeenschap opgenomen. Het is waar dat je netwerk in Soest langzaam afsterft. Dat gaat vanzelf. Sociaal gezien is het verplaatsen van je bedrijf natuurlijk een aderlating, maar daar krijg je weer andere dingen voor terug.”

In het Oldambt woonden akkerbouwers met status. ”Veel grote boeren liepen hier, zoals wij het zeggen, met de duum achter het vestje”, vertelt Henk Opheikens over zijn jeugd. Hij zat met een aantal van de kinderen van deze akkerbouwers op school. ”Zoons waren gedoemd om het bedrijf over te nemen, maar dat viel in de praktijk nog niet mee.” Veel boeren hadden voldoende personeel in dienst zodat ze zelf niet op het land aan het werk hoefden.

Dat is een aantal akkerbouwers in de jaren 70 en 80, toen de automatisering zijn intrede deed, noodlottig geworden. Zij, en ook hun opvolgers, hadden nooit het boerenvak geleerd. ”Als ik een aantal van mijn klasgenoten toen had verteld dat zij uiteindelijk buschauffeur zouden worden, had ik zeker klappen gekregen”, lacht Opheikens.

Via Oosteinde, met daaraan gelegen prachtige herenboerderijen die de sfeer van de gloriedagen van de Groningse akkerbouwers nog ademen, kom je via de Winschoterweg op de Turfweg. Aan het begin van deze weg staat het melkveebedrijf van de familie Joosten. Sinds 1993 boeren ze op de huidige locatie.

”Een half jaar van te voren zijn we al begonnen met bouwen”, vertelt Gerrit Joosten. ”Ik was gemiddeld twee dagen in de week in Groningen en de rest nog in Velp, waar ons melkveebedrijf toen nog gevestigd was. In de loop van september kwamen de koeien hier. Het was een hectisch jaar.”

Ook Joosten beschikt over een mooie kavel die goed is gedraineerd.” Joosten startte in Blijham met tachtig melkkoeien op 50 hectare land. Inmiddels is zijn bedrijf gegroeid naar honderd melkkoeien op 56 hectare.

Groei is voor Joosten geen doel op zich. ”Wel is het belangrijk om je bedrijf gefaseerd door te ontwikkelen. Nieuwe technische mogelijkheden moet je zondermeer aangrijpen.”

In Velp lag zijn boerderij, gelegen op het landgoed Biljoen, slechts op 4 kilometer van het centrum van Arnhem. ”Dat mis ik wel een beetje”, vertelt Joosten. ”De stadse mentaliteit. Ik ben vroeger gewoon in de stad naar school gegaan en had veel vrienden buiten de agrarische wereld.”
De geplande aanleg van de Ecologische Hoofd Structuur maakte dat hij zelf het initiatief nam om zijn bedrijf te verplaatsen. Hij is opvallend nuchter over het feit dat hij zijn historische boerderij, gelegen in de tuinen van kasteel Biljoen, moest achterlaten. ”Niets is voor eeuwig, ook zo’n mooi plekje niet. Daarbij kun je ontwikkelingen in de maatschappij niet tegen houden.”

Het leggen van nieuwe contacten in Groningen ging volgens hem gemakkelijk. ”We zijn aangesloten bij LTO Noord en kwamen er al snel achter dat zo’n 80 procent van de leden importboeren zijn. Van begin jaren 90 zijn de eerste melkveehouders deze kant op gekomen. In de jaren 80 gold nog de zogenoemde braakligregeling. Deze werd eind jaren 80 aangepast waardoor veel opeens veel bedrijven op de markt kwamen. Van de stugheid van Groningers heb ik weinig gemerkt. Het is wel lastig dat je niet ’even’ naar familie toe kan. Toch staan we nog steeds volledig achter onze keuze. Natuurlijk lieten we een kapitaalplekje achter, maar het is hier ook mooi. Ik vind het weidse uitzicht hier wel prettig. Daarnaast vinden we in Winschoten alle faciliteiten die we nodig hebben.”

”Eind jaren 70 werden de eerste boerderijen verkocht aan mensen die van buiten het gebied kwamen”, aldus Opheikens. ” Je kon het goed zien aan de voor de regio onbekende achternamen. Zo kwam er bijvoorbeeld een boer uit Zuid-Holland met de achternaam Niemandsverdriet.”

Het ging volgens de gids in die tijd vooral om startende boeren. Jongere zoons, die op het ouderlijk bedrijf niet meer terecht konden. Voor hen was dit een mogelijkheid om toch te kunnen gaan boeren. Ook in de jaren 80 zette dit proces zich voort. De afstand tussen de rijke boeren en de gewone man, die in de jaren 60 nog zo goed te voelen was, werd langzaam minder.

Toen Opheikens nog werkte in het gebied ten noordoosten van Groningen merkte hij al dat er zich langzaam steeds meer veeboeren in het gebied vestigden. ”Zware klei is geschikt voor graan of gras. Dit wordt allemaal grond voor de veehouderij”, zei ik toen al tegen mijn baas.

Hij zag het de afgelopen jaren ook gebeuren in het Oldambt. In de jaren 90 liepen de financiële opbrengsten bij akkerbouwers verder terug. De braakligregeling werd steeds minder interessant, waardoor meer akkerbouwers hun bedrijf in de verkoop deden. Het aantal melkkoeien in Blijham is de afgelopen tien jaar verdubbeld naar 1.313 stuks, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Opvallend is dat het aantal melkveehouders niet sterk is toegenomen. Blijkbaar is een aantal kleine veehouders gestopt en zijn daar grotere jongens voor terug gekomen.

De familie Meijer is de jongste aanwinst wat betreft nieuwe melkveehouders in Blijham. De koeien kwamen afgelopen november over vanuit het in Twente gelegen Hertme. De melkveehouders besloten een stal met ruimte voor 350 melkkoeien schuin achter het voormalige akkerbouwbedrijf te bouwen.

”De verhuizing van de koeien is goed verlopen”, vertelt Mathijs Meijer (20). De eerste vijf melkbeurten gaven de koeien in totaal maar 100 liter minder, vertelt Mathijs. De koeien krijgen het wel meteen flink te verduren vanwege de weersomstandigheden. Nog niet alle stalgordijnen hangen, waardoor de koude wind flink door de stal waaide. Een muur van strobalen op de kopse kant van de stal bood uitkomst.

Ook voor de familie Meijer was de slechte verkaveling van hun grond in Twente de voornaamste reden om te verhuizen. ”In Hertme lag onze 60 hectare grond verspreid over 26 percelen”, vertelt Mathijs. ”Nu beschikken we over 80 hectare in 5 percelen.” Daarbij speelt volgens hem het arbeidsgemak dat de nieuwbouw oplevert een belangrijke rol. Samen met zijn ouders zit de beoogde bedrijfsopvolger in een maatschap.

Wat betreft het vieren van kerst verandert er dit jaar volgens Mathijs niet veel. ”Met de kerst komt de familie uit Twente naar onze boerderij om samen kerst te vieren.”

Tot nu toe bevalt het Mathijs prima in Groningen. ”Groningers zouden stug zijn en moeilijk doen, was ons verteld, maar daar hebben we in de praktijk niets van gemerkt, integendeel zelfs.” Wat wellicht heeft geholpen is dat hij sinds vier weken verkering heeft met een Groningse.

Het aantal melkkoeien in Blijham is de afgelopen jaren dus flink toegenomen. En met de jongste ontwikkelingen zal dit aantal komende jaren nog flink doorstijgen. In het dorp doen ook geruchten de ronde over een veebedrijf dat zijn veestapel van 350 koeien wil gaan verdubbelen.
Wat opvalt, is dat ook het gebied rond Blijham langzaamaan vol begint te raken met melkveehouders. Dat is goed te zien aan de grondprijzen. Grond wordt ook hier al voor meer dan 40.000 euro per hectare aangeboden.

Opheikens ziet het niet als probleem dat steeds meer akkerbouwers het gebied verlaten. ”Vooral de laatste tien jaar is het aantal grote melkveebedrijven in Groningen fors toegenomen. Bij ons aan de Prinsenweg in Vlagtwedde zaten in 1985 nog twaalf akkerbouwbedrijven van gemiddeld 40 hectare. Nu is nog maar de helft over en is de rest omgezet naar melkveebedrijven. Natuurlijk is het jammer dat akkerbouw verdwijnt, maar als het niet meer wil, is het logisch dat boeren omschakelen. Het gaat voor mij niet om mooi of niet mooi. Het gaat om economie. Er kan meer verdiend worden met melkvee, en daar is niets mis mee.”

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    pieter dinkla

    Best een mooi stukje over alle nieuwe melkveehouders in onze
    gemeente bellingwedde, maar om nauw te zeggen dat er geen akkerbouwer overblijft gaat me net iets te ver.
    De heer Opheikens is gefrustreerd blijven hangen in de 70er jaren, ook vele akkerbouwers die overblijven hebben hun boerderij vergroot of doen er iets bij.
    Als er geen opvolger is gaat de boerderij
    in de verkoop dat geld ook voor de melkveehouderij .
    over 100 jaar zullen er hier weer andere boeren wonen.
    We hebben een goede band onderling tussen de veehouders en akkerbouwers en laat dat mooi zo blijven.
    en laat Dhr Opheikens rondleidingen geven in boertange
    daar is veel meer te vertellen over het verleden ,wij kijken hier
    alleen maar vooruit.

Of registreer je om te kunnen reageren.