Home

Achtergrond 1254 x bekeken

Ammoniak: voorkomen is beter dan wassen

Bennie Ottink bouwde een nieuwe afmeststal voor 600 kalveren. Hij voorkwam daarbij dat ammoniak kan ontstaan, zodat de emissie nagenoeg nul is.

In het Achterhoekse Beltrum is de familie Ottink bezig aan de laatste fase van een innovatief project, dat zowel het dier als het milieu ten goede komt. Het doel van hun project is om de ammoniak-emissie aanzienlijk te verlagen. In de visie van Ottink is de beste oplossing: voorkomen dat emissies überhaupt kunnen ontstaan. In zijn nieuwe afmeststal huizen 600 kalveren. De stal is fris; de enige geur die je ruikt, is die van de maïs die de dieren voorgeschoteld krijgen. Wat is het geheim?

De afgelopen jaren is ook in de kalversector het terugdringen van emissies actueel geworden. Enerzijds omdat je als ondernemer zonder emissiearme technieken niet de benodigde vergunningen krijgt om het bedrijf verder te ontwikkelen. Anderzijds is door opname van de vleeskalverstal in de milieulijst van de MIA/ VAMIL-regeling het bouwen van een duurzame stal fiscaal aantrekkelijk geworden. Om voor MIA/VAMIL in aanmerking te kunnen komen, kan een ondernemer kiezen uit maatregelen op het gebied van ammoniak, dierenwelzijn, diergezondheid en energie – de richtlijnen van de maatlat duurzame veehouderij (MDV). De MDV is bepalend of een boer wel of geen MIA/ VAMIL ontvangt voor duurzame vernieuwingen. De ammoniakmaatlat is een belangrijk onderdeel. Momenteel is er maar één technische oplossing waarmee een veehouder punten kan verdienen voor de ammoniakuitstoot en dat is de luchtwasser. “Een ‘end of pipe’ oplossing,” is de probleemschets van Geert Bruns, subsidieadviseur voor klanten van de GIBO Groep en LTO Noord Advies. “De luchtwasser voorkomt wel dat ammoniak de stal via de lucht verlaat, maar de installatie heeft geen effect op het stalklimaat zèlf. Emissies uit de put zijn niet bevorderlijk voor de gezondheid van de dieren én de mensen die in die stal werken.”

Mest en urine scheiden

“Ammoniak wordt gevormd als mest en urine samenkomen. Uit onderzoek is gebleken dat die chemische reactie ongeveer na vier uur op gang komt. In een traditionele stal komen alle uitwerpselen samen, zodat ammoniak na die vier uur ontstaat,” vult Bennie Ottink aan. “Wij gaan dit probleem op twee manieren tegen. Allereerst proberen we urine en poep zoveel mogelijk gescheiden te houden. Daarnaast voeren we de mest af naar een afgesloten mestkelder, zodat de kleine hoeveelheid ammoniak die nog kán ontstaan niet in de stal terecht komt.” De theorie klinkt vrij simpel, maar het omzetten naar een praktische toepassing is een heel ander verhaal. Als technische oplossing is gekozen voor een stal met een roostervloer met rubberen deklaag. Onder die vloer is een transportband aangebracht, die enigszins een v-vorm heeft en die onder afschot is geplaatst. Urine loopt door de zwaartekracht naar het einde van de band weg. De mest wordt elke drie uur de andere kant op weggedraaid en komt in een afgesloten mestkelder terecht. De laatste schakel van het project moet nog worden gerealiseerd en dat is een mestverwerkingsinstallatie. Ottink: “Die haalt het water uit de mest en dikt het in tot een kwart van de massa. De ingedikte mest gaat naar de mestvergister van onze buren. Dat scheelt ons aanzienlijk in de kosten voor de afvoer van de mest.”

Subsidieregelingen

Voor het realiseren van het project heeft adviseur Bruns namens de familie Ottink de nodige subsidieregelingen aangeboord. “Anders komt zo’n innovatief concept niet verder dan de tekentafel, de investeringen zijn te fors voor een solitaire ondernemer,” licht Bruns toe. “We hebben uiteindelijk een bijdrage losgekregen via de LNV subsidieregelingen voor innovatie in de stal en integraal duurzame veehouderij. Daarnaast draagt Europa bij in de vorm van plattelandsontwikkelingsubsidie POP en is de stal aangemerkt als proefstal voor de RAV, de Regeling ammoniak en veehouderij.

Meerwerk

Dochter en beoogd bedrijfsopvolgster Anke voert de administratie die nodig is om de verkregen subsidie te verantwoorden. “Geert ondersteunt me daarbij door zaken wat te coördineren en te stroomlijnen. Subsidies zijn een goede zet in de rug, zodat we de plannen daadwerkelijk kunnen omzetten in tastbare resultaten. Desondanks dragen we het merendeel van de risico’s zelf. Niet alleen financieel, maar ook operationeel. We hebben bij de opstart te maken gekregen met kinderziektes, technische storingen. Daar is echt geen potje voor.

Mijn ervaringen met het meerwerk voor de aparte subsidieadministratie? Het valt mee, natuurlijk ben je meer tijd eraan kwijt, maar dat combineer je met de administratieve werkzaamheden die je toch al moet doen. Het regelwerk voor het verkrijgen van toekomstige subsidies is lastiger. Dat moet je doen op het moment dat je bezig bent met lopende zaken, zoals de bouw van de stal. Daar heb je je handen al meer dan vol aan. En je moet je financiën goed plannen, want soms duurt het rustig anderhalf jaar voordat de bijdrage op de bankrekening is bijgeschreven.”

Bekijk ook de fotoreportage van de nieuwe stal

Foto

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.