Home

Achtergrond 275 x bekeken

Nieuw beleid bedrijfsopvolgingsfaciliteit overdrachtsbelasting

Het ministerie van Financiën heeft een nieuw beleidsbesluit uitgebracht over de toepasbaarheid van ondernemingsfaciliteiten in de overdrachtsbelasting. Het besluit is voor de agrarische bedrijfsopvolging van groot belang. Het besluit is een actualisering van de besluiten van 21 december 2005 en 9 augustus 2007. De belangrijkste wijzigingen betreffen de volgende.

1. Bedrijfsopvolging; overdracht onderneming en inbreng in personenvennootschapVoor de vrijstelling bij bedrijfsopvolging binnen de familiesfeer bevat het besluit een aangepaste goedkeuring voor de toepassing van de vrijstelling met betrekking tot de kring van familieleden. Het betreft de overdracht van een onderneming aan een familielid gevolgd door de inbreng van de onderneming door dit familielid in een personenvennootschap met zijn/haar aanstaande echtgenoot (nieuw element in de goedkeuring) dan wel met een ander familielid van de oorspronkelijke ondernemer. Het huwelijk met deze aanstaande echtgenoot moet wel binnen zes maanden plaatsvinden.

2. Interne reorganisatie; concernvereiste van drie jaarVoor de vrijstelling bij interne reorganisatie bevat het besluit voor drie situaties nieuw beleid. Het betreft de overdracht van een onroerende zaak binnen een deel van een concern onder de topvennootschap waarna binnen drie jaar het concern wordt gewijzigd door:

• de verkoop van dat gedeelte van het concern direct onder de topvennootschap, • de verkoop van de aandelen in de topvennootschap aan een nieuwe topvennootschap, ende overdracht van een onroerende zaak tussen een dochter- en moedervennootschap gevolgd door• een moeder-dochterfusie als gevolg waarvan er geen concern meer is.

Afhankelijk van de manier waarop de concernstructuur zich wijzigt, gelden voorwaarden waaronder de vrijstelling van toepassing blijft.

3. Inbreng onroerende zaak behorende tot een werkzaamheid

Tenslotte bevat het besluit twee nieuwe goedkeuringen voor de toepassing van de tijdelijke vrijstelling bij inbreng in een BV van een onroerende zaak die behoort tot een ‘werkzaamheid’ in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001. De goedkeuringen hebben betrekking op de volgende twee situaties:

• vervreemding belang. De belasting die niet is geheven ter zake van de inbreng is alsnog verschuldigd, indien de inbrenger binnen drie jaren na de inbreng niet meer het gehele of nagenoeg gehele belang heeft in de vennootschap waarin is ingebracht. Onder voorwaarden is de vrijstelling toch van toepassing in geval van een splitsing of bij het tussenschuiven van een vennootschap.• vervreemding onroerende zaak. De belasting die niet is geheven ter zake van de inbreng is alsnog verschuldigd, indien de vennootschap gedurende een periode van drie jaren na de inbreng op enig tijdstip niet meer in het bezit is van de ingebrachte onroerende zaak. Onder voorwaarden is de vrijstelling toch van toepassing in geval van vervreemding van een onroerende zaak in het kader van een fusie, interne reorganisatie of een splitsing.Het besluit is op 6 oktober 2010 in werking getreden en vervangt per die datum de twee eerdergenoemde besluiten. De laatstgenoemde twee goedkeuringen gelden vanaf 1 januari 2010.

Meer informatie: Ministerie van Financiën, 27-9-2010, nr. DGB2010/1004M

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.