Home

Achtergrond 134 x bekeken

Minas: verfijnde mineralenheffing voldoende nauwkeurig

In een serie van acht uitspreken oordeelt het gerechtshof Den Haag dat de verfijnde mineralenheffing bij varkenshouders voldoende nauwkeurig is. De varkenshouders hebben aan de hand van diverse onderzoeken niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een ontoelaatbare onnauwkeurigheid.

Kort samengevat is – een van de acht – uitspraken van het hof Den Haag de volgende:

X oefent op 3 ha een vermeerderingsbedrijf uit dat plaats biedt aan 360 zeugen met bijbehorende gespeende biggen en 1096 opfokzeugen. Voor 1999 heeft X gekozen voor de verfijnde mineralenheffing. Hof Arnhem beslist dat de naheffingsaanslag verfijnde fosfaatheffing niet in strijd is met doel en strekking van de Meststoffenwet, de algemene rechtsbeginselen, het EG-recht en het EVRM. De Hoge Raad (3 april 2009, nr. 42.472) oordeelt dat het hof de grieven van X ten aanzien van de verfijnde fosfaatheffing heeft verworpen zonder de aannemelijkheid te hebben nagegaan van de mogelijkheid dat de nauwkeurigheid van het uit gemiddelde resultaat van de bemonsteringen onvoldoende is. De aanslag kan slechts worden gecorrigeerd als uit onderzoeken blijkt dat sprake is van een ontoelaatbare systeemfout of een onnauwkeurigheid buiten de bandbreedte van 15%. X kan echter ook aannemelijk maken dat de methodiek in het onderhavige geval niet heeft voldaan aan de prestatiekenmerken in de Regeling hoeveelheidsbepaling dierlijke en overige organische meststoffen. Volgt verwijzing.

Hof ’s-Gravenhage oordeelt dat X aan de hand van diverse onderzoeken niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een ontoelaatbare onnauwkeurigheid. De uitkomsten van het door de inspecteur overgelegde rapport "Vaststellen van bemonsteringsnauwkeurigheid van drijfmest" door Hoeksma en Boer zijn in dit kader meegewogen. Het verwijzingsarrest laat hiervoor de ruimte door de expliciete verwijzing naar het onderdeel van de conclusie van de A-G waarin dit rapport is genoemd. Het rapport kan bovendien worden beschouwd als een aanvulling op hetgeen reeds eerder door de inspecteur naar voren is gebracht. Aangezien X voor het overige niet heeft gesteld dat in een concrete hem aangaande bemonstering niet is voldaan aan de vereiste prestatiekenmerken, is het beroep ook in zoverre ongegrond. De verfijnde fosfaatheffing behoeft dus geen aanpassing.

Meer informatie: Hof 's-Gravenhage, MK I, 17 november 2010, nr. BK-09/00191

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.