Home

Achtergrond 591 x bekeken

Zakelijkheid pachtafstandsvergoeding mag getoetst worden

De rechtbank Leeuwarden is van oordeel dat een overeenkomst over een pachtafstandsvergoeding een verbintenis is onder opschortende voorwaarde, waaraan een tijdsbepaling is gekoppeld.

De inspecteur mag vervolgens de zakelijkheid van de pachtafstandvergoeding na de betaling toetsen.

Kort samengevat is de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden de volgende:

Belanghebbende, landbouwer X, is op huwelijkse voorwaarden gehuwd met Y. Vanaf 1996 verpacht Y op zakelijke basis de haar in eigendom toebehorende landerijen aan X. De pachtovereenkomst wordt tussentijds ontbonden als Y in 1998 de landerijen vrij van pacht verkoopt aan het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL). X wil het boerenbedrijf elders voortzetten en zoekt met Y naar vervangende grond.

Omdat de inspecteur het eist, sluiten X en Y in oktober 2001 een overeenkomst. Daarin leggen zij vast dat Y (voor 1 januari 2003) voor vervangende grond moet zorgen en als dat niet lukt, dat zij aan X een pachtafstandsvergoeding zal betalen van ruim € 42.000. De inspecteur is het met dat bedrag niet eens. Hij geeft bij herhaling aan dat hij de hoogte van de pachtafstandsvergoeding bij betaling zal toetsen op zakelijkheid.

Nadat de aanslagen over 1998 en 1999 conform de aangiften zijn opgelegd, betaalt Y aan X voornoemde pachtafstandsvergoeding. Als X die in zijn aangifte IB 2003 als winst uit onderneming opneemt, corrigeert de inspecteur de pachtafstandsvergoeding tot een bedrag van € 295.000.

Rechtbank Leeuwarden stelt vast dat de schriftelijke overeenkomst niet als compromis is aan te merken tussen het echtpaar enerzijds en de inspecteur anderzijds, maar een aanvullende vastlegging is van wat tussen pachter en verpachter is overeengekomen. De rechtbank stelt vervolgens vast dat de overeenkomst over de pachtafstandsvergoeding een verbintenis is onder opschortende voorwaarde, waaraan tevens een tijdsbepaling is gekoppeld. Dit houdt in dat de verbintenis tot het betalen van de pachtafstandsvergoeding pas haar werking krijgt wanneer de pachter uiterlijk 1 januari 2003 geen vervangende grond kan pachten van de verpachter en dat met de betaling van de pachtafstandsvergoeding de voorwaarde wordt vervuld.

Aan het feit dat de inspecteur de aanslagen IB 1998 en 1999 zonder correcties vaststelt, kan X daarom niet het vertrouwen ontlenen dat de inspecteur met de hoogte van de pachtafstandsvergoeding instemt. De rechtbank berekent vervolgens de pachtafstandsvergoeding op basis van de reconstructiemethode op € 140.000. De rechtbank verklaart het beroep van X gegrond

Meer informatie: Rechtbank Leeuwarden, MK, 8 juni 2010, nummer AWB 07/2762

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.