Home

Achtergrond 75 x bekeken

'Wilders onschuldig aan groepsbelediging'

Een eerste kleine overwinning in zijn rechtszaak heeft PVV-leider Geert Wilders inmiddels in zijn zak: Het Openbaar Ministerie (OM) heeft vandaag vrijspraak gevraagd voor groepsbelediging van moslims en allochtonen.

Toch waarschuwt Wilders’ advocaat Bram Moszkowicz dat "de vlag nog bepaald niet uit kan’’.

In een gedetailleerd uitgewerkt requisitoir – het verhaal van het OM dat vrijdag uitmondt in een strafeis of een eis tot vrijspraak – legden de officieren van justitie Birgit van Roessel en Paul Velleman uit dat Wilders geen groepsbelediging heeft gepleegd. Het leverde ze een compliment op van Moszkowicz. Hoe Wilders zelf reageerde, wilde de raadsman niet zeggen.

Onder meer in de vergelijking die de PVV-voorman in de Volkskrant heeft gemaakt tussen de Koran en Mein Kampf heeft hij het volgens justitie overduidelijk over de islam en niet over de personen die de godsdienst aanhangen: moslims. Met een uitspraak van de Hoge Raad in de hand betoogden de aanklagers dat groepsbelediging alleen kan als over een groep mensen (negatieve) conclusies worden getrokken, waardoor het beeld over die groep wordt aangetast. Omdat Wilders het in deze uitlatingen en in de film Fitna over de religie en het heilige boek heeft, is daarvan in deze zaak geen sprake, aldus het OM.

De rechtszaak tegen Wilders is er nu omdat het gerechtshof in Amsterdam daartoe opdracht heeft gegeven aan het OM. Dat wilde de politicus eigenlijk niet voor de rechter brengen. Van Roessel en Velleman gaven dinsdag aan op welke punten zij het niet eens zijn met het hof. Het gerechtshof had aangegeven dat Wilders vervolgd moest worden voor groepsbelediging en het aanzetten tot haat en tot discriminatie.

Die laatste verwijten komen vrijdag aan bod en liggen ingewikkelder dan de groepsbelediging, verwacht advocaat Moskowicz. Misschien ziet het OM daar wel mogelijkheden om een veroordeling te vragen van de rechtbank.

Europees Hof

Wellicht sluit het OM aan bij Europese rechtspraak. Het Europese Hof voor de Mensenrechten oordeelde bijvoorbeeld over de Franse extreem-rechtse politicus Jean-Marie le Pen. Zijn vrijheid van meningsuiting woog voor het EU-hof minder zwaar dan maatschappelijke stabiliteit.

Een politicus mag veel van het hof, ook enigszins buitensporig zijn in zijn uitlatingen. Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor ongevaarlijke en gunstige ideeën, vindt het hof, maar ook voor beledigende, schokkende en verontrustende uitlatingen. Zeker als een politicus in de oppositie zit, mag zijn vrijheid van meningsuiting alleen om zeer dringende redenen beperkt worden.

De openbare orde kan een van die redenen zijn, citeerde het OM het mensenrechtenhof. Le Pen zette Fransen en moslims tegen elkaar op en zijn uitspraken konden gevoelens van vijandigheid oproepen. Daar ligt voor het Europese hof de grens, aldus het OM. Juist politici hebben daarin een grote verantwoordelijkheid. ,"Politieke uitspraken die aanzetten tot haat vormen een bedreiging voor de maatschappelijke vrede.’"

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.